Ontwikkelingspsychologie
VIVES
LIEKE LABIE
1
, 1.inleiding
1.1.1 begripsomschrijving
Pedagogie = is de opvoeding in de praktijk, in zijn concreetheid ( geen exacte wetenschap)
pedagogiek = de wetenschap, de theorie over alles wat met opvoeding te maken heeft. Pedagogiek
bestudeert het pedagogisch handelen van mensen.
Voor haar kennis is de pedagogiek aangewezen op de psychologie en de sociologie. De
ontwikkelingen in psychologie en sociologie beïnvloeden rechtstreeks het denken en handelen in de
pedagogiek. Pedagogen maken in hun theorievorming en methodiekontwikkeling gebruik van
psychologische onderzoeken en bevindingen.
MAAR ! Pedagogen halen de mosterd niet alleen bij de psychologie en de sociologie en ontwerpen
niet alleen verklarende theorieën over de opvoedingswerkelijkheid, zij bestuderen ook de waarden
en normen die daarbij in het geding zijn. De praktische gerichtheid en het waarden- en
normenonderzoek onderscheiden de pedagogiek juist van de psychologie en sociologie. Daarom
wordt pedagogiek ook wel aangeduid als ‘integratieve normwetenschap’.
1.1.1.2 deeldisciplines
ONDERWIJSPEDAGOGIEK OF ONDERWIJSKUNDE
= groeiende vraag naar research in het onderwijs, met name vragen in verband met
leerplannen, toetsing van onderwijsmiddelen ook over problemen van schoolorganisatie
COMPARATIEVE PEDAGOGIEK OF VERGELIJKENDE OPVOEDING
= kijken hoe het in verschillende landen eraan toe gaat. En door te gaan vergelijken met
andere landen, kan je meer zicht krijgen op de samenhang tussen onderwijs en samenleving.
Zo ga je ook ruim perspectief gaan bekijken
HISTORISCH PEDAGOGIEK OF GESCHIEDENIS VAN DE OPVOEDING
= hier wordt bestudeerd hoe mensen in de loop van de geschiedenis kinderen hebben
opgevoed en onderricht, en welke theorieën zij over opvoeden ontwikkelden
ORTHOPEDAGOGIEK
= legt zich toe op die leerproblemen, over opvoedingssituaties waar er zich problemen
voordoen. Dit kan gaan van leerproblemen, over opvoedingsproblemen die zich meer
situeren in de totale gezinssituatie. (recht zetten, wat er scheef is)
SOCIALE (PED)AGOGIEK
= concreet over activiteiten gericht op vorming, begeleiding en hulpverlening ten aanzien van
kinderen, maar ook ten aanzien van volwassenen buiten de gezins- en schoolse situatie
GEZINSPEDAGOGIEK
Hier wordt het gezin als samenlevingsvorm en/of opvoedingsvorm bestudeerd
FUNDAMENTELE PEDAGOGIEK OF THEORETISCHE OF ALGEMENE PEDAGOGIEK
richt zich op de studie van het opvoedingsconcept. Vragen die hier behandeld worden zijn
bijvoorbeeld : ‘wat is opvoeden ?’ ‘waartoe voeden wij op ?’ ‘welke middelen worden hier
dan bij gebruikt ?’, … gaan antwoorden zoeken op deze vragen
1.1.2 korte historiek
In de 1e periode tot de middeleeuwen is de opvoedkunde onderdeel van de filosofie.
Vanaf 1900 begint de wetenschappelijke opvoedkunde, en dat kan men zien aan 3 visies
1. Positieve kijk op de manier waarop een kind op de wereld komt. Het kind is van nature
goed
2
, Rousseau (kind zelf laten groeien, af en toe gaan bijsturen) en montessori zijn hiervan
belangrijke vertegenwoordigers.
2. Negatieve kijk op de pasgeborene, van nature verdorven.
Spencer gaat er van uit dat het kind onbeschaafd wordt geboren en dat het kind zondig
wordt geboren.
3. Het pasgeboren kind als een onbeschreven blad. Neutraal: leeg blad.
Locke ging ervan uit dat je kinderen alles kan leren
1.1.3 opvoeden
= een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun en
richting te geven aan het proces van volwassenwording
In deze definitie zitten verschillende elementen:
1. opvoeden gebeurt door volwassenen aan kinderen en jongeren. Kinderen kunnen elkaar niet
opvoeden en kinderen kunnen op hun beurt volwassenen niet opvoeden. Ook al worden de
rollen soms omgedraaid, dan nog is er geen sprake van opvoeden.
2. opvoeden is niet vrijblijvend : het gaat over het geven van steun en richting aan kinderen en
jongeren die niet mag ontbreken (het is een recht)
OPVOEDEN IS NIET VANZELFSPREKEND
1.1.3.2 het transactioneel opvoedingsmodel
Er zijn 3 partijen: het kind zelf, de ouders, en de omgeving
waarbinnen dit proces plaatsvindt. Het is een complexe wisselwerking
tussen verschillende factoren.
We kunnen natuurlijk pas spreken van een opvoedingsproces
wanneer in een bepaalde situatie een volwassene een kind opvoedt.
Beiden zijn nodig en beiden zijn ook complementair. Een
opvoedingsproces is een circulair proces: het gedrag van de een
beïnvloedt steeds de ander. De opvoeding beschouwen als een
complementair en circulair proces houdt in de we erkennen dat het géén eenrichtingsverkeer is van
ouder naar kind, maar dat er interacties is tussen beide partijen. Elke partij heeft zijn aandeel in de
opvoeding. Er is dus sprake van een wederkerige relatie tussen het kind en de ouder. Opvoeden word
dus gezien als een menselijke interactie, waaraan kind en opvoeders gezamenlijk vorm geven.
Opvoeder en kind interageren niet enkel met elkaar, maar ook met een 3 e belangrijke factor: de
omgeving. Ook verschillen in omgevingsfactor, zoals het land waar het kind opgroeit heeft invloed op
de opvoeding.
- Toepassing 1: kijken alleen uit omgeving
- Toepassing 2: kijken eerst naar het kind
3