ETHIEK
COLLEGE 1
Ethiek gaat over de vraag of er in een bepaald situatie juist of fout gehandeld wordt. Juist of niet juist
handelen wordt bepaald door de referentiekader/stroming:
o consequentialistische ethiek (gevolgenethiek)
o deontologische ethiek
o deugdethiek
SOCIAAL WERK DOOR DE JAREN HEEN
19e eeuw – begin 20e eeuw
Liefdadigheid
o Verzuilde samenleving = je identiteit was erg duidelijk, de meesten waren zoals hun ouders zijn.
o Vrijwilligers vanuit gegoede middenklasse, kerken en sociale bewegingen
o Nauwelijks professioneel sociaal werk
1945-1965
Paternalisme
o Normatief = men werkt duidelijk vanuit het idee ‘hoe het zou moeten zijn’
o Individuele en gezinsgerichte hulpverlening, vanuit perspectief van cliënt.
o Professionalisering sociaal werk
o Individu aanpassen aan de samenleving
1965-1980
Emancipatie
o Emancipatie = opkomst van mensen die opkomen voor zichzelf. Tegenovergestelde van verzuilde
samenleving.
o Emancipatie en activering van individuen en groepen in achterstandsposities.
o Van top down naar bottem up.
o Maatschappelijke structuren aanpakken voor de individuele ontplooiing.
1980-1990
Zakelijke aanpak
o Tegengaan van ongelijkheid en bevorderen van sociale cohesie
o Efficiëntie en marktdenken
o Minder aandacht kernwaarden sociaal werk
o Minder belangstelling voor de kracht van mensen in de leefwereld
1
,1990-2005
Bemoeizorg
o Problemen aanpakken i.p.v. het idee ‘het zal zichzelf wel oplossen.
o Outreachende hulpverlening
o Leefwereld en perspectief van de mensen staat centraal
o Mensen bereiken die het zelf niet vinden/moeilijk te bereiken zijn.
2005-heden
Vraaggericht werken
o Kracht en inspraak van de cliënt staat centraal
o Maatwerk
o Informeel netwerk betrekken
COLLEGE 2: MORAAL
Moraal is een samenhangend geheel van opvattingen, normen en waarden, dat een persoon of groep
personen als leidraad hanteert om als mens goed te leven of juist te handelen.
FILMPJE ‘RIGHT OR WRONG: MORAL STANDARDS’
Het filmpje ging over het nemen van morele beslissingen bij een ethisch dilemma. Zo een ethisch dilemma
waarbij een morele beslissing genomen moest worden werden bij verschillende personages duidelijk. Ook merk
je op dat de grote 3 stromingen: deugdenethiek, gevolgenethiek en deontologische ethiek, altijd als
weegschalen aanwezig zijn wanneer mensen moeten nadenken over moeilijke beslissingen. Dus wanneer
mensen nadenken over juist of fout handelen, zijn ze altijd met deze weegschalen bezig.
Harry
Hij staat onder groepsdruk. Zijn vrienden halen kattenkwaad uit zoals een steen door de venster gooien. Hij
staat erbij maar doet niet mee. Hier is het ethische dilemma: grijp ik in of niet? Zeg ik hen dat dit fout gedrag en
zeg ik dit tegen de leerkracht of zwijg ik?
Belangrijke aspecten: wat betekent het om een goede vriend te zijn? Vriendschap staat hier centraal.
De nachtwaker
Moet rapporteren en zaken die hij ziet melden. Hij moet dus gaan melden dat het raam kopt is en ziet de groep
die dit gedaan heeft erbij staan. Hij weet dat Harry niet gegooid heeft maar wel kan getuigen.
Ethisch dilemma: gaat hij zeggen dat Harry erbij was maar niet gegooid heeft en dus kan getuigen of gaat hij
Harry er buiten houden. Want het gevaar is dat Harry dan mee zal opdraaien voor het collectieve.
Harry
De politie pakt Harry op. Hier staat hij voor het ethische dilemma van zal ik mijn vrienden verraden of niet. Hij
wil niet klikken maar dan zal hij er zelf ook voor moeten boeten.
Politie
Hij pakt Harry op. Hier is het ethische dilemma van ga ik Harry laten spreken of ga ik de strenge politie zijn
zodat ik overkom als een goede politie bij de collega’s.
2
,Moeder
Ze komen bij haar aankloppen om te vragen of Harry thuis is. Moet de moeder zeggen dat Harry thuis is of
voelt dit juist aan als het zijn van een slechte moeder dat haar kind verraadt? Ze zegt uiteindelijk toch dat Harry
thuis is.
Directeur van fabriek
Het gaat er bij hem niet om dat de ruit kapot is. Hij ziet het eerder als gevolgen die voor de meerderheid van de
werknemers zou kunnen leiden indien het vandalisme zich voortzet in het fabriek. Hier is het ethisch dilemma
de vraag of hij geen verder strafonderzoek naar Harry gaat stellen omdat Harry eerder een medeslachtoffer is
dan een dader, maar weegt dit op tegen de grotere gevolgen en het belang van de meerderheid?
De pastoraal werker
Voelt zorgzaamheid voor Harry. Christelijke waarden en eerlijkheid staan centraal. Hij stelt zich dan ook present
op. Het gaat hier om Christelijke waarden van eerlijkheid vs. broederliefde.
Ethisch principe: deugdethiek en zorgethiek
VERSCHILLEN
Dit is een filmpje uit 1951. Er zijn heel wat verschillen zichtbaar tussen de situatie in 1951 en nu. Vb.
o Goeie vs. slechte politie: de dag van vandaag zijn de regels van een agent procedureel veel beter
vastgelegd.
o Een kind verhoren zoals in het filmpje gebeurde zou de dag van vandaag niet meer gaan op die
manier.
o Religieuze karakters waren meer aanwezig vb. de pastoraal werker. De dag van vandaag zou dit een
sociaal werker zijn.
o Sterke gender rol. De moeder is huisvrouw en staat volledig in voor het moederschap.
o Meer technologie de dag van vandaag camerabeelden zouden worden nagekeken waardoor we
niet meer hoeven te speculeren hoe dingen gebeurd zijn. Sociaal werk heeft technologische
ondersteuning: kindervolgsystemen waarbij alle betrokkenen toegang hebben tot de documenten en
de vooruitgang kunnen volgen,…
DE TOEKOMSTIGE MORAAL EN HET SOCIAAL WERK
De dag van vandaag is er steeds meer technologie. We zullen in de toekomst volledig in een digitale omgeving
zitten waardoor we niet meer hoeveel te speculeren hoe dingen zijn gebeurd vb. via camerabeelden.
Sociaal werk heeft technologische ondersteuning: kindervolgsystemen waarbij alle betrokkenen toegang
hebben tot de documenten en de vooruitgang kunnen volgen.
Voorspelbaarheid zou ook een deel kunnen uitmaken van dit proces. Denk maar aan een heel bestand van
testgegevens dat men zal hebben, een hele verzameling van hersenscans die men gaat inzetten en andere
mogelijke data om te kijken wat risico’s zijn voor de toekomst met betrekking tot dit individu.
3
, MORAAL VS. ETHIEK
Heel belangrijk schema! Begrijp je dit dan ben je mee.
Systeem 1 is handelen vanuit het buikgevoel. Denk aan reflexen. Je verschiet je en begint automatisch te
schreeuwen. Vb. Fight, flight or freeze.
Systeem 2 daarentegen is gecontroleerd en trager dan systeem 1. Logica en systematisch denken spelen hier
een rol bij.
Vb. je leert pas autorijden. In het begin ging dit traag en gecontroleerd. Je lette op alles om de beurt. Eerst
schakelen, dan ambriage, dan gas induwen,… (systeem 2). Na veel oefenen gaat dit vanzelf en zit je niet meer
bij elke stap na te denken. Het is automatisch en onbewust geworden (systeem 1).
NEUROPSYCHOLOGISCHE INVALSHOEK
Het buitenste van de hersenen zijn de corticale
gebieden. Dit is het rationele en denkende brein.
In het midden hebben we de ontwikkeling van de
emoties. Dit is het limbische systeem. Hierin zitten:
emoties, motivatie, geheugen en genot.
Op het reptielenbrein zitten de instincten.
Het morale (systeem 1) zit meer in het instinctuele en het limische brein met emoties, geheugen, motivatie en
genot.
Ethiek (systeem 2) daarentegen zit meer in het rationele/denkende deel van het brein.
Het oudste gedeelte in het brein dat als eerst gevormd is, is het instinctueel brein, gevolgd door het limisch
brein en tot slot het rationeel brein.
4
COLLEGE 1
Ethiek gaat over de vraag of er in een bepaald situatie juist of fout gehandeld wordt. Juist of niet juist
handelen wordt bepaald door de referentiekader/stroming:
o consequentialistische ethiek (gevolgenethiek)
o deontologische ethiek
o deugdethiek
SOCIAAL WERK DOOR DE JAREN HEEN
19e eeuw – begin 20e eeuw
Liefdadigheid
o Verzuilde samenleving = je identiteit was erg duidelijk, de meesten waren zoals hun ouders zijn.
o Vrijwilligers vanuit gegoede middenklasse, kerken en sociale bewegingen
o Nauwelijks professioneel sociaal werk
1945-1965
Paternalisme
o Normatief = men werkt duidelijk vanuit het idee ‘hoe het zou moeten zijn’
o Individuele en gezinsgerichte hulpverlening, vanuit perspectief van cliënt.
o Professionalisering sociaal werk
o Individu aanpassen aan de samenleving
1965-1980
Emancipatie
o Emancipatie = opkomst van mensen die opkomen voor zichzelf. Tegenovergestelde van verzuilde
samenleving.
o Emancipatie en activering van individuen en groepen in achterstandsposities.
o Van top down naar bottem up.
o Maatschappelijke structuren aanpakken voor de individuele ontplooiing.
1980-1990
Zakelijke aanpak
o Tegengaan van ongelijkheid en bevorderen van sociale cohesie
o Efficiëntie en marktdenken
o Minder aandacht kernwaarden sociaal werk
o Minder belangstelling voor de kracht van mensen in de leefwereld
1
,1990-2005
Bemoeizorg
o Problemen aanpakken i.p.v. het idee ‘het zal zichzelf wel oplossen.
o Outreachende hulpverlening
o Leefwereld en perspectief van de mensen staat centraal
o Mensen bereiken die het zelf niet vinden/moeilijk te bereiken zijn.
2005-heden
Vraaggericht werken
o Kracht en inspraak van de cliënt staat centraal
o Maatwerk
o Informeel netwerk betrekken
COLLEGE 2: MORAAL
Moraal is een samenhangend geheel van opvattingen, normen en waarden, dat een persoon of groep
personen als leidraad hanteert om als mens goed te leven of juist te handelen.
FILMPJE ‘RIGHT OR WRONG: MORAL STANDARDS’
Het filmpje ging over het nemen van morele beslissingen bij een ethisch dilemma. Zo een ethisch dilemma
waarbij een morele beslissing genomen moest worden werden bij verschillende personages duidelijk. Ook merk
je op dat de grote 3 stromingen: deugdenethiek, gevolgenethiek en deontologische ethiek, altijd als
weegschalen aanwezig zijn wanneer mensen moeten nadenken over moeilijke beslissingen. Dus wanneer
mensen nadenken over juist of fout handelen, zijn ze altijd met deze weegschalen bezig.
Harry
Hij staat onder groepsdruk. Zijn vrienden halen kattenkwaad uit zoals een steen door de venster gooien. Hij
staat erbij maar doet niet mee. Hier is het ethische dilemma: grijp ik in of niet? Zeg ik hen dat dit fout gedrag en
zeg ik dit tegen de leerkracht of zwijg ik?
Belangrijke aspecten: wat betekent het om een goede vriend te zijn? Vriendschap staat hier centraal.
De nachtwaker
Moet rapporteren en zaken die hij ziet melden. Hij moet dus gaan melden dat het raam kopt is en ziet de groep
die dit gedaan heeft erbij staan. Hij weet dat Harry niet gegooid heeft maar wel kan getuigen.
Ethisch dilemma: gaat hij zeggen dat Harry erbij was maar niet gegooid heeft en dus kan getuigen of gaat hij
Harry er buiten houden. Want het gevaar is dat Harry dan mee zal opdraaien voor het collectieve.
Harry
De politie pakt Harry op. Hier staat hij voor het ethische dilemma van zal ik mijn vrienden verraden of niet. Hij
wil niet klikken maar dan zal hij er zelf ook voor moeten boeten.
Politie
Hij pakt Harry op. Hier is het ethische dilemma van ga ik Harry laten spreken of ga ik de strenge politie zijn
zodat ik overkom als een goede politie bij de collega’s.
2
,Moeder
Ze komen bij haar aankloppen om te vragen of Harry thuis is. Moet de moeder zeggen dat Harry thuis is of
voelt dit juist aan als het zijn van een slechte moeder dat haar kind verraadt? Ze zegt uiteindelijk toch dat Harry
thuis is.
Directeur van fabriek
Het gaat er bij hem niet om dat de ruit kapot is. Hij ziet het eerder als gevolgen die voor de meerderheid van de
werknemers zou kunnen leiden indien het vandalisme zich voortzet in het fabriek. Hier is het ethisch dilemma
de vraag of hij geen verder strafonderzoek naar Harry gaat stellen omdat Harry eerder een medeslachtoffer is
dan een dader, maar weegt dit op tegen de grotere gevolgen en het belang van de meerderheid?
De pastoraal werker
Voelt zorgzaamheid voor Harry. Christelijke waarden en eerlijkheid staan centraal. Hij stelt zich dan ook present
op. Het gaat hier om Christelijke waarden van eerlijkheid vs. broederliefde.
Ethisch principe: deugdethiek en zorgethiek
VERSCHILLEN
Dit is een filmpje uit 1951. Er zijn heel wat verschillen zichtbaar tussen de situatie in 1951 en nu. Vb.
o Goeie vs. slechte politie: de dag van vandaag zijn de regels van een agent procedureel veel beter
vastgelegd.
o Een kind verhoren zoals in het filmpje gebeurde zou de dag van vandaag niet meer gaan op die
manier.
o Religieuze karakters waren meer aanwezig vb. de pastoraal werker. De dag van vandaag zou dit een
sociaal werker zijn.
o Sterke gender rol. De moeder is huisvrouw en staat volledig in voor het moederschap.
o Meer technologie de dag van vandaag camerabeelden zouden worden nagekeken waardoor we
niet meer hoeven te speculeren hoe dingen gebeurd zijn. Sociaal werk heeft technologische
ondersteuning: kindervolgsystemen waarbij alle betrokkenen toegang hebben tot de documenten en
de vooruitgang kunnen volgen,…
DE TOEKOMSTIGE MORAAL EN HET SOCIAAL WERK
De dag van vandaag is er steeds meer technologie. We zullen in de toekomst volledig in een digitale omgeving
zitten waardoor we niet meer hoeveel te speculeren hoe dingen zijn gebeurd vb. via camerabeelden.
Sociaal werk heeft technologische ondersteuning: kindervolgsystemen waarbij alle betrokkenen toegang
hebben tot de documenten en de vooruitgang kunnen volgen.
Voorspelbaarheid zou ook een deel kunnen uitmaken van dit proces. Denk maar aan een heel bestand van
testgegevens dat men zal hebben, een hele verzameling van hersenscans die men gaat inzetten en andere
mogelijke data om te kijken wat risico’s zijn voor de toekomst met betrekking tot dit individu.
3
, MORAAL VS. ETHIEK
Heel belangrijk schema! Begrijp je dit dan ben je mee.
Systeem 1 is handelen vanuit het buikgevoel. Denk aan reflexen. Je verschiet je en begint automatisch te
schreeuwen. Vb. Fight, flight or freeze.
Systeem 2 daarentegen is gecontroleerd en trager dan systeem 1. Logica en systematisch denken spelen hier
een rol bij.
Vb. je leert pas autorijden. In het begin ging dit traag en gecontroleerd. Je lette op alles om de beurt. Eerst
schakelen, dan ambriage, dan gas induwen,… (systeem 2). Na veel oefenen gaat dit vanzelf en zit je niet meer
bij elke stap na te denken. Het is automatisch en onbewust geworden (systeem 1).
NEUROPSYCHOLOGISCHE INVALSHOEK
Het buitenste van de hersenen zijn de corticale
gebieden. Dit is het rationele en denkende brein.
In het midden hebben we de ontwikkeling van de
emoties. Dit is het limbische systeem. Hierin zitten:
emoties, motivatie, geheugen en genot.
Op het reptielenbrein zitten de instincten.
Het morale (systeem 1) zit meer in het instinctuele en het limische brein met emoties, geheugen, motivatie en
genot.
Ethiek (systeem 2) daarentegen zit meer in het rationele/denkende deel van het brein.
Het oudste gedeelte in het brein dat als eerst gevormd is, is het instinctueel brein, gevolgd door het limisch
brein en tot slot het rationeel brein.
4