KINDERTANDHEELKUNDE
GROEI EN ONTWIKKELING VAN HET KIND
KENMERKEN
• Veel biologische, psychologische en emotionele veranderingen tussen geboorte & einde van adolescentie
• Continue proces
• Min of meer voorspelbare fasen
• Veel variatie
Een kind ontwikkelt het snelst tijdens de eerste levensmaanden en -jaren
Het ene kind heeft minder tijd nodig, het andere kind meer, dit hangt samen met
• de aanleg van het kind
• de kansen die het kind krijgt
• de aanmoediging die het krijgt
AANDACHTSPUNTEN
• Belangrijk om problemen tijdig op te merken " maakt extra ondersteuning mogelijk
• Bij laattijdige raadpleging altijd navragen waarom pt niet eerder is langsgekomen
• Bij verdachte zaken contact opnemen met HA na toestemming van de pt
• I.g.v. kindermishandeling heeft de pt vaak geen eigen huisarts wilt hij/zij niet zeggen wie de HA is
Oplossing? CLB contacteren
GROEI
• Zuiver fysisch proces
• Lichamelijke veranderingen
• Toename in lengte en gewicht
" KWANTITATIEVE MATEN
KENMERKEN
• Gestuurd door genetische processen = maturatie
Lengte van de ouders bepaalt de streeflengte van een kind
• Beïnvloed door omgevingsfactoren & leerprocessen
• Meestal interactie tussen beide
Voorbeeld
Bij seksueel misbruikte kinderen komt hun maximaal genetisch potentiaal niet tot uiting
GROEIPARAMETERS
• Lengte
• Gewicht
• Hoofdomtrek
1
, GROEICURVEN
Groeicurven zijn specifieke voor meisjes en jongens
KENMERKEN
• Snelle groei in eerste maanden
• Vertraagt in daaropvolgende jaren
• Groeispurt rond puberteit
PROPORTIES WIJZIGEN
Proporties
• tussen het hoofd en de rest van het lichaam wijzigen
Groot hoofd en
klein lichaam
• binnen het hoofd wijzigen
2
,IMPACT VAN VOEDING
Ondervoeding leidt tot
• Wasting = laag gewicht met normale lengte
• Stunting = lage lengte voor leeftijd
• Combinatie bij zeer ernstige ondervoeding à blijvende impact
Overvoeding door verkeerde soort voeding = nieuwe vorm van malnutritie
= valse gewichten
• Vaak in combinatie met diabetes type 1
• Overmaat aan vetten en koolhydraten
• Tekort aan vitamines en eiwitten (komt voor in zuivelproducten) " noodzakelijk voor de ontwikkeling
van hersenfuncties
ONTWIKKELING
• Wijzigingen in functioneren
• Verschillende deelaspecten
o Motorische ontwikkeling
o Intellectuele/cognitieve ontwikkeling
o Socio-emotionele ontwikkeling
" KWALITATIEVE MATEN
MOTORISCHE ONTWIKKELING
KENMERKEN
• Een kind ontwikkelt zich bijzonder snel in de eerste jaren
• Zowel de fijne bewegingen als de grove motoriek kennen een verbazingwekkende evolutie
• Shift van ongecontroleerde (vooral reflexmatige) bewegingen naar precisiewerk (gerichte bewegingen)
Voorbeeld
Een pasgeboren baby ligt de hele dag en kan zijn hoofd nog niet opheffen of draaien en heeft geen controle over
de bewegingen van zijn armen en benen. Een jaar later kan een baby al kruipen of zelfs lopen. Hij kan zijn hoofd
bewegen zoals hij zelf wil, grijpen, dingen vasthouden, met zijn beentjes heen en weer wiegen, ...
3
, ONTWIKKELING VAN DE GROVE MOTORIEK
! Spelen is belangrijk in de ontwikkeling van de grove motoriek
ONTWIKKELING VAN DE FIJNE MOTORIEK
WAT fijne, gerichte bewegingen
Voorbeeld speelgoed pakken, een puzzelstuk leggen, een kruimel oprapen, met een potlood op papier
krabbelen, … en ook tanden poetsen
De fijne motoriek speelt een rol bij het leren tandenpoetsen
Vanaf wanneer weet je dat een kind in staat is om zelf zijn tanden te poetsen? " gemiddeld rond 8 à 10 jaar
Vanaf het moment dat een kind een vast handschrift heeft
vergt een cognitieve en fijne motorische ontwikkeling
De mate waarin een kind fijne spieren leert beheersen is afhankelijk van
• lichamelijke rijpheid
• aanleg
• stimulatie
INTELLECTUELE/COGNITIEVE ONTWIKKELING
WAT de ontwikkeling van het denken, het leren verbanden leggen, het begrijpen en het redeneren
De cognitieve ontwikkeling kan onderverdeeld worden in 4 fasen volgens Piaget
FASE 1 Sensori-motorisch handelen (0-2 jaar)
• Zintuiglijke en motorische ervaringen staan centraal
• Baby’s worden zich langzaam bewust van de relatie tussen eigen handelen en effect op de omgeving
• Leren door zich aan te passen en nieuwe ervaringen op te nemen in bestaande denkschema’s
FASE 2 Pre-operationeel denken (2-7 jaar)
• Kind denkt in deze fase onsystematisch en onlogisch
• Intuïtie staat op voorgrond
• Is egocentrisch " zoals het kind de wereld ervaart, zo is de wereld ook
• Kind gebruikt strategieën om vat te krijgen op de hem omringende wereld
• Tellen, categoriseren en sorteren worden toegepast om ordening aan te brengen
• Kind leert om te gaan met hoeveelheden en vormen
4
GROEI EN ONTWIKKELING VAN HET KIND
KENMERKEN
• Veel biologische, psychologische en emotionele veranderingen tussen geboorte & einde van adolescentie
• Continue proces
• Min of meer voorspelbare fasen
• Veel variatie
Een kind ontwikkelt het snelst tijdens de eerste levensmaanden en -jaren
Het ene kind heeft minder tijd nodig, het andere kind meer, dit hangt samen met
• de aanleg van het kind
• de kansen die het kind krijgt
• de aanmoediging die het krijgt
AANDACHTSPUNTEN
• Belangrijk om problemen tijdig op te merken " maakt extra ondersteuning mogelijk
• Bij laattijdige raadpleging altijd navragen waarom pt niet eerder is langsgekomen
• Bij verdachte zaken contact opnemen met HA na toestemming van de pt
• I.g.v. kindermishandeling heeft de pt vaak geen eigen huisarts wilt hij/zij niet zeggen wie de HA is
Oplossing? CLB contacteren
GROEI
• Zuiver fysisch proces
• Lichamelijke veranderingen
• Toename in lengte en gewicht
" KWANTITATIEVE MATEN
KENMERKEN
• Gestuurd door genetische processen = maturatie
Lengte van de ouders bepaalt de streeflengte van een kind
• Beïnvloed door omgevingsfactoren & leerprocessen
• Meestal interactie tussen beide
Voorbeeld
Bij seksueel misbruikte kinderen komt hun maximaal genetisch potentiaal niet tot uiting
GROEIPARAMETERS
• Lengte
• Gewicht
• Hoofdomtrek
1
, GROEICURVEN
Groeicurven zijn specifieke voor meisjes en jongens
KENMERKEN
• Snelle groei in eerste maanden
• Vertraagt in daaropvolgende jaren
• Groeispurt rond puberteit
PROPORTIES WIJZIGEN
Proporties
• tussen het hoofd en de rest van het lichaam wijzigen
Groot hoofd en
klein lichaam
• binnen het hoofd wijzigen
2
,IMPACT VAN VOEDING
Ondervoeding leidt tot
• Wasting = laag gewicht met normale lengte
• Stunting = lage lengte voor leeftijd
• Combinatie bij zeer ernstige ondervoeding à blijvende impact
Overvoeding door verkeerde soort voeding = nieuwe vorm van malnutritie
= valse gewichten
• Vaak in combinatie met diabetes type 1
• Overmaat aan vetten en koolhydraten
• Tekort aan vitamines en eiwitten (komt voor in zuivelproducten) " noodzakelijk voor de ontwikkeling
van hersenfuncties
ONTWIKKELING
• Wijzigingen in functioneren
• Verschillende deelaspecten
o Motorische ontwikkeling
o Intellectuele/cognitieve ontwikkeling
o Socio-emotionele ontwikkeling
" KWALITATIEVE MATEN
MOTORISCHE ONTWIKKELING
KENMERKEN
• Een kind ontwikkelt zich bijzonder snel in de eerste jaren
• Zowel de fijne bewegingen als de grove motoriek kennen een verbazingwekkende evolutie
• Shift van ongecontroleerde (vooral reflexmatige) bewegingen naar precisiewerk (gerichte bewegingen)
Voorbeeld
Een pasgeboren baby ligt de hele dag en kan zijn hoofd nog niet opheffen of draaien en heeft geen controle over
de bewegingen van zijn armen en benen. Een jaar later kan een baby al kruipen of zelfs lopen. Hij kan zijn hoofd
bewegen zoals hij zelf wil, grijpen, dingen vasthouden, met zijn beentjes heen en weer wiegen, ...
3
, ONTWIKKELING VAN DE GROVE MOTORIEK
! Spelen is belangrijk in de ontwikkeling van de grove motoriek
ONTWIKKELING VAN DE FIJNE MOTORIEK
WAT fijne, gerichte bewegingen
Voorbeeld speelgoed pakken, een puzzelstuk leggen, een kruimel oprapen, met een potlood op papier
krabbelen, … en ook tanden poetsen
De fijne motoriek speelt een rol bij het leren tandenpoetsen
Vanaf wanneer weet je dat een kind in staat is om zelf zijn tanden te poetsen? " gemiddeld rond 8 à 10 jaar
Vanaf het moment dat een kind een vast handschrift heeft
vergt een cognitieve en fijne motorische ontwikkeling
De mate waarin een kind fijne spieren leert beheersen is afhankelijk van
• lichamelijke rijpheid
• aanleg
• stimulatie
INTELLECTUELE/COGNITIEVE ONTWIKKELING
WAT de ontwikkeling van het denken, het leren verbanden leggen, het begrijpen en het redeneren
De cognitieve ontwikkeling kan onderverdeeld worden in 4 fasen volgens Piaget
FASE 1 Sensori-motorisch handelen (0-2 jaar)
• Zintuiglijke en motorische ervaringen staan centraal
• Baby’s worden zich langzaam bewust van de relatie tussen eigen handelen en effect op de omgeving
• Leren door zich aan te passen en nieuwe ervaringen op te nemen in bestaande denkschema’s
FASE 2 Pre-operationeel denken (2-7 jaar)
• Kind denkt in deze fase onsystematisch en onlogisch
• Intuïtie staat op voorgrond
• Is egocentrisch " zoals het kind de wereld ervaart, zo is de wereld ook
• Kind gebruikt strategieën om vat te krijgen op de hem omringende wereld
• Tellen, categoriseren en sorteren worden toegepast om ordening aan te brengen
• Kind leert om te gaan met hoeveelheden en vormen
4