Gradaties opzet
Opzet is het willens en wetens handelen. Er zijn vier vormen van opzet te onderscheiden;
1. Opzet als bedoeling: Willen domineert
2. Opzet als zekerheids- of noodzakelijkheidsbewustzijn: Weten domineert, willen impliceert.
3. Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn: bewust van een waarschijnlijk (toekomsBg) gevolg.
4. Voorwaardelijk opzet. Het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald
gevolg zal intreden.
o Aanmerkelijke kans op het gevolg (risicocomponent)
- Aanmerkelijke kans arrest: De aanmerkelijke kans moet naar algemene
ervaringsregels aannemelijk zijn. Dit hangt af van de omstandigheden van
het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de
omstandigheden waaronder deze is verricht. Onder ‘de naar algemene
ervaringsregels aanmerkelijke kans’ moet worden verstaan de in de
gegeven omstandigheden reële niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. De
aanmerkelijke kans op het gevolg mag niet aLankelijk worden gesteld van
de aard van het gevolg.
• Cicero (Oud): De Hoge Raad oordeelde in dat arrest dat voor het
aannemen van opzet voldoende is dat de dader zich ‘willens en
wetens heeN blootgesteld aan de geenszins als denkbeeldig te
verwaarlozen kans dat een bepaalde omstandigheid zich voordoet’
o Bewust van de aanmerkelijke kans (kenniscomponent)
- Indien er geen subjecBeve gesteldheid van de dader bekend is, pas je het
normaliteitssyllogisme toe.
• Ieder normaal mens weet dat de kans bestaat
• De verdachte is een normaal mens (een geestelijke stoornis staat in
beginsel niet in de weg aan het bewijzen van opzet, zie Tolbert)
• De verdachte weet dus ook dat…
- Ook kan worden geredeneerd dat iets een feit van algemene bekendheid is
o Aanvaarden van de aanmerkelijke kans (wilscomponent)
- Eerst kijken naar verklaringen van verdachte/getuigenverklaringen.
- Zie Slaan met pistool-arrest: Bepaalde gedragingen kunnen naar hun
uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een
bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaBes – niet anders kan zijn
dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van het
desbetreffende gevolg heeN aanvaard.
- Zie Porsche-arrest: als er geen aanvaarding is spreekt men niet van
voorwaardelijk opzet, maar van bewuste schuld (verwijtbare aanmerkelijke
onvoorzichBgheid). Het niet bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans
bleek in casu uit de omstandigheid dat verdachte meerdere inhaalpogingen
had onderbroken.
- Zie Vrijspraak voormalige neuroloog: Garantenstellung: Ondanks een
professionele hoedanigheid blijven de eisen voor voorwaardelijk opzet
hetzelfde.
- Aanmerkelijke kans arrest: Uit het arrest vloeit voort dat de verdachte een
onderzoeksplicht heeft bij verdachte situaties. Indien de verdachte deze
onderzoeksplicht nalaat, heeft hij daarmee de aanmerkelijke kans op het
gevolg aanvaard.
,Opzet en de delictsomschrijving
• Opzettelijk: voorwaardelijk opzet volstaat om opzet aan te tonen.
• Oogmerk (van wederrechtelijkheid): voorwaardelijk opzet onvoldoende om ‘oogmerk’ aan te
nemen. Zuiver opzet dient te worden bewezen.
• Wetende dat: voorwaardelijk opzet volstaat om opzet aan te tonen.
• Impliciete opzet: bijvoorbeeld mishandeling (300 Sr). Mishandeling bevat impliciete
bestanddelen: mishandeling is het opzettelijk iemand pijn of letsel toebrengen zonder dat
daar een rechtvaardigingsgrond voor bestaat. Zware mishandeling (302 Sr) omvat deze
bestanddelen niet. Voorwaardelijk opzet is voldoende om stilzwijgende opzet aan te tonen.
Gradaties schuld/culpa
= verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichBgheid.
• Bewuste schuld: De dader heeN de kans op het intreden van het gevolg verkeerd ingeschat,
terwijl hij die kans beter had behoren in te scha^en (mogelijkheidsbewustzijn zonder
aanvaarden, wel weten, maar niet willen).
• Onbewuste schuld: De dader heeN het gevolg niet voorzien, maar had het gevolg wel
behoren te voorzien (niet weten en niet willen maar wel behoren te weten).
Doleus/Culpoos misdrijf
• Er is sprake van een doleus misdrijf wanneer blijkens de delictsomschrijving opzet (dolus) is
vereist.
• Er is sprake van een culpoos misdrijf als blijkens de delictsomschrijving schuld (culpa) is
vereist.
Vereisten schuld/culpa
Er dient sprake te zijn van een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichBgheid.
Termen in de delictsomschrijving waardoor je culpa moet uitwerken: ‘schuld’, ‘redelijkerwijs moet
vermoeden’ en ‘had kunnen of behoren te weten’ De schulduitsluiBngsgronden komen dus aan bod
bij de 1e materiële vraag.
1. OnvoorzichGgheid
o Voorzienbaar gevolg?
- ObjecBeve voorzienbaarheid = schending van algemene regels en/of
concrete gedragsvoorschriNen die strekken ter voorkoming van het gevolg
- SubjecBeve voorzienbaarheid = wat zou een normaal mens in dergelijke
omstandigheden voorzien?
§ Hierbij geldt ook Garantenstellung: speciale kennis of bekwaamheid
kunnen ervoor zorgen dat men meer moest voorzien.
o Had de verdachte anders moeten of behoren te handelen/plicht om achterwege te
laten? Is er een zorgplicht geschonden? D.w.z. is er wederrechtelijkheid?
- Niet bij een geoorloofd risico;
- Niet bij rechtvaardigingsgrond
2. Aanmerkelijk
o Of het gedrag aanmerkelijk onvoorzichBg is, wordt afgeleid uit het geheel van
gedragingen, de aard en de gedragingen in combinaBe met de omstandigheden van
het geval (HR Onvoldoende rechtshouden te Winssen).
- Niet valt in zijn algemeenheid te geven of één verkeersovertreding
voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van aanmerkelijk
onople^endheid. Dus: kijken naar geheel, een enkele verkeersovertreding
is niet voldoende om schuld aan te nemen.
, o Geervliet en de momentane onopleMendheid: in dit arrest was er sprake van een
verdachte die eigenlijk zeer zorgvuldig heeN gehandeld, meermaals heeN gekeken
maar toch niet heeN gezien. In dit geval was er geen sprake van een aanmerkelijke
onvoorzichBgheid. Bovendien kan uit de aard en de ernst van de gevolgen van
verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer we^elijke gedragsregels niet worden
afgeleid dat er sprake is van aanmerkelijke onvoorzichBgheid.
3. Verwijtbaar
o Uitgangspunt is dat bij aanmerkelijke onvoorzichBgheid, onder ‘normale
omstandigheden’, ervan mag worden uitgegaan dat deze ook verwijtbaar is en dan
hoeN die verwijtbaarheid niet gemoBveerd te worden. Zijn er echter bijzondere
omstandigheden, of voert de verdachte die aan, die erop wijzen dat de
verwijtbaarheid wellicht toch ontbreekt, dan moet de rechter, als hij vindt dat de
verwijtbaarheid er wel is, ‘werk maken’ van de verwijtbaarheid; dan moet hij de
verwijtbaarheid wel moBveren.
o Indien dader anders had kunnen handelen.
- Niet bij schulduitsluiBngsgrond
- De medeschuld van een ander disculpeert niet:
§ Verpleegster arrest: de medeschuld van anderen staat niet aan de
schuld van de verdachte in de weg
§ Leestafel-zooien arrest: de medeschuld van het slachtoffer hoeN aan
de schuld van de verdachte niet in de weg te staan.
4. Causaal verband tussen de gedraging en het gevolg o.g.v. schuldverband.
Rechtvaardigingsgronden
De rechtvaardigingsgronden hebben betrekking op de wederrechtelijkheid.
Noodweer
Zie week 2 van deze samenvadng
Overmacht-noodtoestand
• Twee belangen tegenover elkaar, vaak een strafrechtelijke en morele plicht.
• Proportionaliteit: het belang dat door het plegen van het strafbare feit wordt gered, dient
van meer gewicht te zijn dan het belang dat door de strafwet wordt beschermd.
• Subsidiariteit: de overmacht rechtvaardigt het handelen pas wanneer de dader geen andere
keuze had.
Uitvoering wettelijk voorschrift
• Er is enkel sprake van een wettelijk voorschrift als dit een plicht tot handelen inhoudt
Uitvoering bevoegd gegeven ambtelijk bevel
• Bevoegd gegeven bevel dat past binnen de bevoegdheid en taakomschrijving van de
ambtenaar die het bevel gaf.
Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
• Voor het eerst aangenomen in HR Veearts.
• Het feit is formeel in strijd met de wet, maar de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt.
• Bij het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid wordt gesteld dat de strafbare
gedraging juist het belang van de overtreden wet dient.