1. LEEREENHEID 1: geleide bewegingsspelen
1.1 Omschrijving
Geleid bewegingsspel = klassikale activiteit, KO voorziet enkele speelse opdrachten ifv 1 of meer
deelaspecten van de invalshoeken
Keuze invalshoek hangt nauw samen met gekozen materiaal, gekozen werkwijze.
- Materiaal als vast object of hanteermateriaal
Vb: een kegel kan je gebruiken als markering = vast object maar je kan de kegel ook gebruiken om een
bal op te vangen= hanteermateriaal
• Kegel als vast object: 50) Bewegen in de ruimte: omgaan met plaats: de kls. kunnen rekening
houden met de kegels en gaan er niet voorbij.
• Kegel als hanteermateriaal: 50) Bewegen in de ruimte: omgaan met bewegingsbanen: de kls.
kunnen de kegel richten naar de aankomende bal
Zorg voor een veelzijdig aanbod alle deelaspecten voldoende aanbieden tijdens het jaar
1.2 Hoe ga ik van start?
Speelse opdrachten met en tov klein materiaal
- Vanuit inspiratie van kls: geeft info over de beginsituatie, kls geven zelf aan wat ze al kunnen
- Vanuit inspiratie van KO: uitdagingen bieden binnen de zone van de naaste ontwikkeling
Vanuit verschillende invalshoeken
- We hebben een leidraad nodig met een groot en verscheiden aanbod. We starten vanuit de
invalshoeken zorgt voor een intenser ervaringsaanbod en we kunnen makkelijker graderen. Het laat
ons toe een doelgericht aanbod aan te bieden, dat aansluit bij het ontwikkelingsniveau van de kls.
1.3 Didactische principes
1.3.1 Betrokkenheids- en motiveringsprincipe
Aangepaste keuze van spelidee, moet aansluiten bij belevingswereld en het niveau van de kls
Stel het aanschouwelijk voor kls motiveren
1.3.2 Intensiveringsprincipe
Voldoende bewegingskansen bieden: bewegen met het hele lichaam (grootmotorisch bewegen)
Hoe een optimale verhouding krijgen?
- IT: instructie koppelen aan goede demo IT = instructiefase
- OT: materiaal zoveel mogelijk op voorhand klaarzetten OT = organisatiefase
- ALT: herhalen, 1 opdracht voldoende lang laten uitvoeren ALT = actieve
Hoe groter de ATL, hoe beter. 1/3 voor elk deel = goede les! leerfase
1.3.3 Creativiteits- en inventiviteitsprincipe
Kl moet ruimte krijgen en uitgenodigd worden zelf originele/nieuwe situaties te bedenken. Ze leren dit vooral
tijdens het vrij(er) aanbod
Nodig uit tot inventief oplossen van vooropgestelde bewegingsproblemen, wijze waarop je het probleem
formuleert bepaalt welke eigenschap het meest wordt aangesproken
Vb: maak per twee een standbeeld waarbij slechts twee voeten en één hand de grond mogen raken
1.3.4 Herhalingsprincipe
Er moet ruimte zijn om een opdracht eens te herhalen , het zorgt voor leereffect
Het herhalen van een basisopdracht met gradatie en variatie zorgt voor herhaalbare uitdaging
1.3.5 Afwisselingsprincipe
Een juiste dosering tussen inspanning en ontspanning. Intensief ↔ rustig
1
,1.3.6 Differentiatieprincipe
Heterogene groep niet alle kls kunnen of durven hetzelfde en hebben niet dezelfde motorische
competenties
Zorg dat elke kleuter de “beste” kansen krijgt: optimaal intensief, veelzijdig, met plezier en met ruimte voor
eigen inbreng kunnen bewegen
Aandachtspunten:
- Open situaties aanbieden
- Variatie en gradatie binnen een opdracht laten afhangen van wat je ziet bij de kls
- Individuele aanpassingen doen
- Niet iedereen moet dezelfde opdracht volbrengen
1.3.7 Variatie- en gradatieprincipe
Variatie: is daarom niet moeilijker of makkelijker maar wel anders, betrokkenheid en vreugdebeleving bij de
kls stijgt
Gradatie: anders en moeilijker of makkelijker: vbn samenwerkingsopdrachten of opdrachten waar ze zelf iets
moeten bedenken. Inbouwen in een les, lessenreeks of schooljaar
1.3.8 Veelzijdigheidsprincipe
Binnen 1 les: verschillende bewegingservaringen uitvoeren binnen de optimale tijd, volgens beschikbare
ruimte en hun mogelijkheden
Over het jaar: een rijk aanbod met verschillende invalshoeken en verschillende materialen
1.3.9 Veiligheidsprincipe
Enkele aandachtspunten hierbij zijn:
- Maak op voorhand afspraken
- Vermijd rondslingerend materiaal
- Geen bewegingslessen op kousen
- Niet gooien met voorwerpen in de richting van ramen en in ruimtes met laag plafond
1.4 Organisatievormen
Organiseren = vooraf denken. Dit is nodig om een les vlot te laten verlopen. Organisatievormen dienen als
hulpmiddel.
1.4.1 Turnrij of frontrij
Kls op rijnaast elkaar, aangezicht naar KO
Bij start van de les, uitvoeringen best rechtlijnig uitvoeren
1.4.2 Verspreide opstelling
Kls staan verspreid in de zaal
Bij experimenteren, ruimte- en materiaalverkenning,
bij individuele oefeningen
1.4.3 Kolom
Kls staan achter elkaar opgesteld
Bij opdrachten waarbij de kls hun beurt moeten afwachten
1.4.4 Werkposten
Kls worden verdeeld over verschillende toestellen/posten
Wachten op het signaal om door te schuiven
Bij bewegingsaanbod met kleinere groepen of in beperkte ruimte
Bij tijdsgebrek moeten niet alle kls alle posten gedaan hebben:
Beter goed bewegen aan 2 posten, dan te weinig aan 3 posten
1.4.5 Parcours – doorlopend circuit- omloop
Kls doorlopen continu en herhalen opgegeven toestellenreeks
Aangepaste variatie en gradatie
Heel bewegingsintensief, vermijd wachttijden door goede organisatie
2
, 1.4.6 Golven
Kls voeren op signaal, in verschillende frontrijen, opdrachten uit
Sluiten daarna achteraan weer aan
Bij uitvoeringen die rechtlijnig worden uitgevoerd
Ideaal om in een beperkte ruimte intensief bezig te zijn
1.4.7 Estafette
Klas trachten in groep zo snel mogelijk klaar te zijn met de opdracht
1.4.8 Kring of halve kring
Bij speluitleg of het geven van een opdracht bij kringspel.
Opstelling voor een dans
1.5 Organisatievorm en ontwikkelingslijn
2,5- / 3-jarigen 4-jarigen 5-jarigen
Afspraken Verstaan nog geen afspraken, Kunnen afspraken aan en blijven Kunnen reeds zelfstandig een
kunnen deze niet onthouden in groep (max 4 kls) opdrachtenkaart hanteren en
weinig organisatie volgen
Organisatievorm Heel gestructureerd: een veilige Alle vormen zijn haalbaar Alle vormen zijn haalbaar
loopbaan (botsingen), allemaal in
dezelfde richting
1.6 Didactische aandachtspunten
1.6.1 Voorbereiding
Zorg dat je zelf de inhoud goed kent
Tracht op voorhand zoveel mogelijk materiaal te plaatsen en/of bij de hand te hebben
1.6.2 Instructie van de leerkracht
Wanneer je de kls verzamelt, maak je best gebruik van steeds dezelfde organisatie
Wacht tot de kls stil zijn en bereid te luisteren naar je uitleg
Zoek oogcontact met de ganse groep
Wees kort en duidelijk
Zorg voor de 6w‟s wie, wat, waar, wanneer, welke manier, wat erna
Maak afspraken: starten, stoppen, stiltesignalen (maak gebruik van gekke signalen)
Laat kls zelf eens verwoorden wat ze moeten doen
1.6.3 Houding van de leerkracht
Speel zelf mee, kls kijken naar je op en doen wat jij doet
Straal zelfzekerheid uit
Laat de kls “voelen” dat je aanwezig bent
Wees consequent in het naleven van afspraken
Tracht je speels op te stellen en betrokkenheid uit te stralenµ
Gebruik voldoende mimiek en lichaamstaal
Observeer en durf ingrijpen
- Ganse groep doet het nagenoeg goed bevestigen, aanmoedigen, ga over naar gradatie
- Ganse groep doet het nagenoeg verkeerd opnieuw uitleggen, vereenvoudigen,
- Slechts een deel doet het verkeerd groepje dat het goed doet laten demonstreren
Probeer op voorhand je alles mentaal voor te stellen en oplossingen te bedenken voor mogelijke problemen.
1.7 Leerplan en ontwikkelingsplan: leren werken met de doelen BO
1.7.1 De ontwikkelingsaspecten terug te vinden op verharde kaart of ontwikkelingsplan
Vooral werken op motorisch vlak! Zie pagina 21
1.7.2 De deelaspecten van de verschillende invalshoeken versus het ontwikkelingsplan en –doelen
Zie pagina 21 en 22 in de cursus
3