Penologie en victimologie:
Inleiding:
Penologie:
→ Poena (=straf) + logia (studie)
→ Penologie = wetenschappelijke studie van bestraffing van
normoverschrijdend gedrag:
- Heel ruime studie = domein waar recht, sociologie, ethiek,
politieke wetenschappen, economie, filosofie, geschiedenis,
psychologie, psychiatrie en antropologie elkaar ontmoeten
Victimologie:
→ Victimologie = de wetenschappelijke studie van slachtoffers en
slachtofferschap
Doelstellingen vak:
a) Kennis thema’s verruimen
b) Beeldvorming onder loep nemen
c) Visie-ontwikkeling aan te scherpen vanuit een sociale (mens- en
maatschappijgerichte) bril
Module 1: inleiding tot penologie:
→ Wanneer is een straf een goede straf?: als ze rechtvaardig en
zinvol is
Rechtvaardiging van een strafrecht (strafrecht):
a) Legaliteit – nulla poene sine lege
b) Proportionaliteit
c) Subsidiariteit – ultimum remedium
Zin en rechtvaardiging van een straf:
a) Vanuit filosofische hoek wordt gezocht naar de grondslagen van de
straf en krijgen we een principiëel-normatieve, soms vrij abstracte
benadering van het probleem, het debat wordt vooral gevoerd in
termen van rechtvaardiging of legimitatie van de straf:
- Rechtvaardiging = het aantonen van de rechtvaardigheid, de
gewettigheid van iets + geven antwoord op de vraag waarom
de overheid mag straffen en hebben vaak betrekking op
morele beginselen
1
, a) Penologisch onderzoek richt zich hoofdzakelijk op de toepassing +
de werking van de straf = er wordt nagegaan in hoeverre de
gestelde doelstelling ook effectief werkt:
- Deze benadering van de straf gebeurt in termen van functie
of doelstelling van de straf
Zin van een straf:
→ Strafdoelen:
- Waarom straffen we?
- Wat willen/kunnen we daarmee bereiken?
- Wat is (het belang van) het effect van een straf?
→ 5 strafdoelen:
a) Vergelding = een straf heeft als doel om de schade aan de
rechtsorde die toegebracht is door de dader te vergelden, een
dader verdient straf
b) Onschadelijkmaking = een straf heeft als doel om diegene die
de straf ondergaat onschadelijk te maken (bv: via
gevangenisstraf, enkelband, schorsing, medicatie) zodat het
onmogelijk wordt gedurende straf nog een misdrijf te plegen
c) Afschrikking = een straf heeft als doel om mensen ervan te
weerhouden in het vervolg van een misdaad te begaan. Men ziet
af van criminaliteit uit angst voor negatieve consequenties:
individuele afschrikking (of speciale preventie: daders worden
afgehouden van toekomstig crimineel gedrag) of om algemene
afschrikking (of generale preventie: alle personen, ook andere
dan dader zelf, afhouden van criminaliteit)
d) Resocialisatie = straf heeft als doel om de dader zodanig te
resocialiseren en te re-integreren in de conventionele
samenleving dat herhaling van crimineel gedrag wordt
voorkomen
e) Herstel = straf heeft als doel om de materiële en/of emotionele
schade die toegebracht is door de dader aan het slachtoffer en/of
maatschappij te herstellen of te compenseren
Welke strafdoelen herken je?:
Enerzijds: Als je een zware straf ondergaat, zul je het in het vervolg
misschien wel uit je hoofd laten het nog een keer te flikken wat je geflikt
hebt... = afschrikking
Anderzijds: Straffen alleen is symptoombestrijding zonder naar de
oorzaken van het asociale gedrag te kijken. Als je de oorzaken niet
wegneemt, kan je straffen tot je een ons weegt... = resocialisatie
2
Inleiding:
Penologie:
→ Poena (=straf) + logia (studie)
→ Penologie = wetenschappelijke studie van bestraffing van
normoverschrijdend gedrag:
- Heel ruime studie = domein waar recht, sociologie, ethiek,
politieke wetenschappen, economie, filosofie, geschiedenis,
psychologie, psychiatrie en antropologie elkaar ontmoeten
Victimologie:
→ Victimologie = de wetenschappelijke studie van slachtoffers en
slachtofferschap
Doelstellingen vak:
a) Kennis thema’s verruimen
b) Beeldvorming onder loep nemen
c) Visie-ontwikkeling aan te scherpen vanuit een sociale (mens- en
maatschappijgerichte) bril
Module 1: inleiding tot penologie:
→ Wanneer is een straf een goede straf?: als ze rechtvaardig en
zinvol is
Rechtvaardiging van een strafrecht (strafrecht):
a) Legaliteit – nulla poene sine lege
b) Proportionaliteit
c) Subsidiariteit – ultimum remedium
Zin en rechtvaardiging van een straf:
a) Vanuit filosofische hoek wordt gezocht naar de grondslagen van de
straf en krijgen we een principiëel-normatieve, soms vrij abstracte
benadering van het probleem, het debat wordt vooral gevoerd in
termen van rechtvaardiging of legimitatie van de straf:
- Rechtvaardiging = het aantonen van de rechtvaardigheid, de
gewettigheid van iets + geven antwoord op de vraag waarom
de overheid mag straffen en hebben vaak betrekking op
morele beginselen
1
, a) Penologisch onderzoek richt zich hoofdzakelijk op de toepassing +
de werking van de straf = er wordt nagegaan in hoeverre de
gestelde doelstelling ook effectief werkt:
- Deze benadering van de straf gebeurt in termen van functie
of doelstelling van de straf
Zin van een straf:
→ Strafdoelen:
- Waarom straffen we?
- Wat willen/kunnen we daarmee bereiken?
- Wat is (het belang van) het effect van een straf?
→ 5 strafdoelen:
a) Vergelding = een straf heeft als doel om de schade aan de
rechtsorde die toegebracht is door de dader te vergelden, een
dader verdient straf
b) Onschadelijkmaking = een straf heeft als doel om diegene die
de straf ondergaat onschadelijk te maken (bv: via
gevangenisstraf, enkelband, schorsing, medicatie) zodat het
onmogelijk wordt gedurende straf nog een misdrijf te plegen
c) Afschrikking = een straf heeft als doel om mensen ervan te
weerhouden in het vervolg van een misdaad te begaan. Men ziet
af van criminaliteit uit angst voor negatieve consequenties:
individuele afschrikking (of speciale preventie: daders worden
afgehouden van toekomstig crimineel gedrag) of om algemene
afschrikking (of generale preventie: alle personen, ook andere
dan dader zelf, afhouden van criminaliteit)
d) Resocialisatie = straf heeft als doel om de dader zodanig te
resocialiseren en te re-integreren in de conventionele
samenleving dat herhaling van crimineel gedrag wordt
voorkomen
e) Herstel = straf heeft als doel om de materiële en/of emotionele
schade die toegebracht is door de dader aan het slachtoffer en/of
maatschappij te herstellen of te compenseren
Welke strafdoelen herken je?:
Enerzijds: Als je een zware straf ondergaat, zul je het in het vervolg
misschien wel uit je hoofd laten het nog een keer te flikken wat je geflikt
hebt... = afschrikking
Anderzijds: Straffen alleen is symptoombestrijding zonder naar de
oorzaken van het asociale gedrag te kijken. Als je de oorzaken niet
wegneemt, kan je straffen tot je een ons weegt... = resocialisatie
2