Wat is een informatiesysteem?
DEFENITIE: geheel van samenwerkende componenten die instaan voor het verwerken van gegevens tot bruikbare informatie
Gegevens, informatie en kennis:
• Gegevens: ruwe/onverwerkte verzameling van feiten = “grondstof”
=> Zowel binnen als buiten een onderneming
=> Verschillende vormen: numeriek, grafisch, geluid, ..
• Informatie: door linken en vergelijken van gegevens worden ze verwerkt tot informatie = “verwerkt product”
• Kennis/wijsheid: informatie brengt ons tot nieuwe inzichten en leidt tot kennis ( informatie is overdraagbare kennis )
Vandaar: informatie en communicatie -technologie ( kennis wordt gecommuniceerd en als informatie gebruikt vr beslissingen )
Gegevens moeten:
• Volledig = nauwkeurig en vrij van fouten
• Accuraat = leiden tot bruikbare informatie
• Relevant = betrekking op de te nemen beslissingen
• Tijdig = geen verouderde gegevens , kan leiden tot verkeerde beslissingen
• Verifieerbaar = controlemogelijkheid , juistheid van de gegevens
= geldt ook voor informatie
KENNISPYRAMIDE:
Basis: bestaat uit data
=> Verwerking: vormgeving, structuur en relatie
Zorgt voor het verwerkte product: informatie
=> Modelleren en analyse
Inzichten zorgen voor kennis
=> modellen toepassen en toetsen
Wordt opnieuw informatie
Het gegevensverwerkingsproces: Digitale opslag en verwerking
Hoe invoer? Informatie komt tot stand door:
• Camera Invoer-verwerking-opslag-uitvoer
• Downloaden
• Microfoon
Randapparatuur
• Toetsenbord
• Muis
• Stylus
INVOER:
Stap 1: Gegevens worden verzameld aan de bron of bronnen
Stap 2: Gegevens worden geverifieerd op accuraatheid en volledigheid en soms gecodeerd
VERWERKINGSFASE:
Stap 1: Gegevens worden geclassificeerd of gesorteerd , bewerkingen uitgevoerd , overzichten en samenvattingen gemaakt
UITVOERFASE:
Stap 1: Omzettten van de verwerkte gegevens in leesbare vorm
Stap 2: Eventueel in een andere vorm voorstellen
,OPSLAG:
Stap 1: Bewaren en beschermen van gegevens ( kan in elk stadium van het proces gebeuren )
Opmerking: vaak spreekt men van invoer en uitvoer , wanneer gegevens rechtstreeks van opslagmedia worden gelezen of
ernaar worden weggeschreven, zonder verdere tussenkomst van de gebruiker
=> Vergelijkbaar met een fysiek productieproces: grondstof tot afgewerkt product
RESULTAAT: In het beste geval leidt de geproduceerde informatie tot betere beleidsbeslissingen, die een strategisch voordeel
kunnen opleveren = bedrijfsrelevantie
Informatie-en compunicatiesystemen ( zie boek voor schema ! )
Systemen niet manueel maar geautomatiseerd en gesystematiseerd verwerking
Voordelen?
• Minder fouten
• Grotere schaal
DEFENITIE AANGEVULD: een systeem dat instaat voor het verwerken van gegevens en data wat leidt tot informatie en kennis,
ook is het systeem is geautomatiseerd en er zit een systematiek in
Digitale computer
= programmagestuurde machine
=> Invoer-verwerking-opslag-uitvoer
= aparatuur die tussenkomt hardware-technologiecomponenten
Twee componenten van de computer => hardware :
• Intern geheugen = parkeerplaats voor gegevens
- Extern geheugen = hulpgeheugens = permanente opslag
• Centrale verwerkingseenheid = de uiteindelijke verwerking van de gegevens
- ALU = de rekenkundig-logische eenheid = bewerkingen op gegevens
- CU = control unit = besturingsorgaan
Invoerapparatuur = gegevens + programmma’s in het interne geheugen brengen
Uitvoerapparatuuur = verwerkte gegevens vanuit intern geheugen beschikbaar stellen in bruikbare vorm
Hardware
Hardware = programmabesturing via software
• Systeemprogrammatuur = vormt de brug naar toepassingssoftware = ondersteunende en beheersmatige taken
• Applicatieprogrammatuur = programmatuur waarmee de eindgebruiker werkt
Verschil software en hardware
• Hardware ( bodem ) = iphone + scherm
=> Tastbaar: onderdelen van de computer = onveranderlijk
=> Taak: verwerken van opdrachten
• Software = app’s + programma’s
=> Niet tastbaar: onzichtbare en veranderlijk delen
=> Taak: opdrachten sturen naar hardware
• Firmware = aansturing van hardware-specifieke software
= software maar ingeprogrameerd in hardware
• User interface = toetsenbord - scherm = interactie gebruiker en computer
• Batch-verwerking = zonder menselijke tussekkomst = vooraf klaargezette
bestanden - output weg naar bestanden
VOORBEELDJE: Fibit data gebruikt om aardbeving te meten
=> In hun data konden ze gegevens terugvinden ( mensen die wakker werden ) , beter dan andere data centrum specifiek voor
aardbevingen , zo traceerden ze sneller het epicentrum , weergeven door de locatie van hun gebruikers
,Data uitwisseling: intern en extern
Gedistribueerd systeem: intern veel data uitwisseling binnen 1 organisatie
Granulatie: 1 systeem is niet 1 machine
=> WANT gegevensuitwisseling en verscheidene collaboratiemodellen binnen een bedrijf
DUS: een informatiesysteem is intern en samenspel van allerlei machines die het systeem vormen
Gedistribueerd systeem: extern veel data uitwisseling tussen verschillende organisaties
Ook complexe samenwerking tussen verschillende organisaties vormt ook een informatiesysteem
Vb. Amazon , werkt bv. ook samen met een betaalsysteem en een transfersysteem
Economisch principe: specialisatie , gespecialiseerd in 1 onderdeel
Strategische inzet: Als je gegevens beter kan verwerken dan tegenstander => diensten sneller leveren
=> voordeel bij de gebruikers
Economische rol van informatiesystemen
Drie traditionele productiefactoren: arbeid, natuur en kapitaal
Vierde factor: Kennis-economie , want economie is een informatiemaatschappij
=> Zie een algemene verschuiving van arbeid in de landbouw via industrie naar diensten
Groeiende complexiteit van de informatica
Oplossing? Infrastructuren en architecturen
• Infrastructuur = zoveel mogelijk gem, betrouwbaar ICT ( zoals we die kennen van elektriciteit, spoorwegen ,.. )
• Architectuur = lagen om de functionaliteiten te onderscheiden
=> Recent: cloud computting = allerlei diensten die via internet worden verleend, zoals software, databases, servers en
netwerken , zo hebben eindgebruikers altijd en overal toegang tot hun software en applicaties
Vb. Flightradar = complex systeem om alle vliegtuigen te kunnen tracken
MAAR waarom zo een website? Advertenties , …
Organisatie als economische actie
Business to customer
• Eindgebruiker = “koper”
• App economy = bijna voor alles bestaat er een app, programma om je taak uit te voeren
Business to business
• Gespecialiseerde dienstverlening = bedrijven helpen sneller data verwerken , infrastructuur aanbieden
• Generieke dienstverlening, bv. cloud computing (utility computing) = datgene wat ze aanbieden
• Waardeketens = proces gericht op waarde creëren voor een bepaald eindproduct = virtuele samenwerkingsverbanden
Maatschappelijke rol van informatiesystemen? ( komen we later op terug )
Bv. De nutteloze website? Wat zit erachter?
Advertenties , in contact met heel veel andere bedrijven , krijgen informatie over jou als jij op de random kat met de donut klikt
Evoluties in informatiesystemen
• Eerste informaticasystemen: overnemen en automatiseren van bestaande processen (bv. opmaak van facturen)
= niet meer handmatig verwerken
• Nieuwe business modellen: bv. zoekmachines, social media, dating-apps, ...
• Socio-technische systemen: significante rol die digitale systemen opnemen in de organisatie van de maatschappij
= raken met elkaar verweven
VOORBEELD: COVID-crisis VS Spaanse griep
= veel minder impact door technologie
= zorgt voor groot verschil tussen de Spaanse griep en de COVID crisis
WANT bedrijven konden verder werken, online meetings , …
, GRAFIEKEN:
1. Wat is de auteur zijn punt? We gaan er niet op achteruit , we worden efficiënter
2. Het product evolueert: het is niet meer zomaar het begin product , maar het is een systeem in een systeem geworden
3. Zytabites = gigantisch veel data = in deze grafiek zie je een trend van “volume of data” ( opslag wordt goedkoper )
Informatiesystemen zijn overal
Noem één informatiesysteem dat je vandaag gebruikte
Welke gegevens verzamelt dit (grondstof)?
Wat is het business model? (welke informatie?)
*Vb. Video spelletjes = monitoren je gedrag
=> Ze proberen je aandacht te behouden
*Vb. Gmail = verzamelt informatie uit jouw mails en biedt advertenties aan
=> Vliegtuig ticket in je mailbox, later allemaal reclame voor nieuwe vluchten
INFORMATIESYSTEMEN
DEFENITIEVE DEFENITIE: …
Wat is een informatiesysteem?
Een systeem dat…
1. Verzameling, opslag, verwerking (bv., verrijking, analyse, omvorming), ontsluiting
• Gegevens => informatie, kennis
2. Gesystematiseerd en geautomatiseerd
• Digitale technologie
3. Gegevensuitwisseling en communicatie tussen systemen
• Gedistribueerde uitvoering en complexe waardeketens
4. Economische of maatschappelijke rol
DEFENITIES
• Informatietechnologie (IT): bouwstenen en technologieën voor informatiesystemen
• Operationele technologie (OT): technologie ter ondersteuning van industriële bedrijfsprocessen
bv. de softwaresystemen die een productieband aansturen, pompsystemen, etc
• Communicatietechnologie: bouwstenen voor informatie-uitwisseling en samenwerking tussen systemen
• ICT= Informatie- en communicatietechnologie
• Informatica: leer van de methoden en technieken voor het ontwikkelen, opzetten en gebruiken van informatiesystemen
• Beleidsinformatica: de studie van informatica zoals die ingezet en beheerd moet worden in een bedrijfscontext
• Cyberfysieke systemen (Cyber-Physical Systems): systemen die sterk ingebed zijn in de fysieke wereld (“embedded
systems”, “ambient computing”)
Bv. Je thermostaat (triviaal), een onthaalrobot voor patiententriage in ziekenhuis, een zelfrijdende wagen
Bv. Industriële controlesystemen (ICS ~ Operationele Technologie, OT)
• “Internet der Dingen” (Internet-of-Things, IoT): slimme, interconnected toestellen - sensors en actuators
Bv. Slimme verlichting, slimme energieconsumptie, ..
Relevante rollen voor beleidsinformatici
• CIO (Chief Information Officer): strategische planning i.v.m. informatie en informatiesystemen in een organisatie
• Analyst: analyseert behoeften van eindgebruikers in een bepaald functioneel domein (HRM, accounting, productie, …) en
vertaalt deze naar (informatie-)systeemspecificaties
• Projectmanager: coördineert projecten waarin nieuwe (deel-)systemen ontwikkeld worden
• Architect: Fundamentele organisatie van informatiesystemen
• Database administrator: beheert databases en database software van een organisatie
• Netwerkbeheerder: beheert netwerk en netwerksoftware van een organisatie
• Programmeur/ontwikkelaar: ontwikkelt/onderhoudt software