Inhoud
Les 1 inleiding .......................................................................................................................................... 2
LES 2 cellen en organen ........................................................................................................................... 4
Les 3: De B-cel ......................................................................................................................................... 8
Les 4: Het complementsysteem ............................................................................................................ 20
Les 5 het aangeboren immuunsysteem: de barrières, de herkenning en vernietiging van indringers. 26
Les 6: De T-cel en MHC receptoren ....................................................................................................... 39
1
,Les 1 inleiding
KEV: beschrijf en leg de grafiek uit van eerstelijnsdefensie en aangeboren IS in functie van
de tijd.
X-as: tijd (dagen) Y-as: Grootte immuunrespons
Primaire immuunrespons
Van zodra antigen is binnengedrongen treedt zeer snel eerstelijnsdefensie in gang. Dit heeft
als doel om:
- indringer bezig te houden (tijd te kopen)
- Elite special forces te selecteren
Elite special forces zijn adaptieve immuunsysteem en traag omdat B cellen antilichamen
maakt die op maat van de indringer worden gemaakt.
Klonale selectie, klonale expansie, aanpassen van antilichaam aan indringer
Secundaire immuunrespons
Dit adaptief immuunsysteem heeft ook een geheugen.
Hercontact met identiek pathogeen resulteert in
- snellere en sterkere immuunrespons van het adaptief immuunsysteem (vb vaccin)
2
,KEV leg verschil kort uit tussen Aangeboren IS en adaptief IS in tabel.
Barrière en eerstelijnsdefensie Elite special forces
AANGEBOREN IS
Snelheid van Snel (minuten-uren) Traag (dagen) (owv selectie) !
activatie
Specificiteit Alle cellen herkennen quasi Zeer specifiek:
eender welke indringer 1 bepaald antigeen gaat 1 bepaalde kloon van
(in die zin veel minder specifiek) B/T-cellen activeren (klonale selectie)
Antwoord na Snel Snel na hercontact met eenzelfde antigen
herhaald contact (geheugen)
antigen
Belangrijkste Barrière Cellen B- en T-Cellen (vele klonen) Antistoffen
componenten Molecules (zie later)
3
, LES 2 cellen en organen
KEV Bespreek de neutrofiel qua vorm, structuur en eigencshappen
Belangrijk: meest voorkomende WBC (tot 80%!)
Structuur, vorm:
- Gelobde kern; (2-5 lobben)
- Ruim cytoplasma met fijnere granules;
azurofiele granules (lysosomale eiwitten)
specifieke granules (enzymes, complementactivatoren en AMP)
tertiaire granules (MMP)
Deze specifieke granules bevatten onder andere collagenase dat weg vrij maakt om naar
infectiehaard te gaan en bactericide moleculen, die deels de bacterie uitschakkelen
Eigenschappen:
1. Grootste deel van WBC zijn neutrofielen
2. Circuleren 7-10 uur in ons bloed vooraleer ze migreren naar weefsels waar ze 2 dagen overleven
(thv postcapillaire venulen: rolling en extravasatie)
3. Ontwikkeling in beenmerg van neutrofielen wordt gestimuleerd door inflammatoire molecules
4. Transiënte stijging in bloed is teken van infectie/ ontsteking
5. wordt aangetrokken in bloed richting plaats van onsteking
6. is onderdeel van eerste lijnsdefensie
7. fagocyteren bacteriën en lyseren deze intracellullair mbv enzymen en antimicrobiële peptiden
vanuit de granules en fusreren met fagosoom
8. scheiden antimicrobiële peptiden af
9. Ze genereren NET (Neutrophil extracellular trap voor bacteriën) (ze vormen een echt net
waarmee ze bacteriën vangen. (Geheel van neutrofiel + bacterie---> pus)
10. secreteren cytokines die functie van B en T lymfocyten mee helpt reguleren
Bespreek de eosinofiel qua morfologie, structuur en eigenschappen.
Structuur, vorm:
- Tweelobbige kern
- Ruim cytoplasma met twee soorten granulen;
o Grote Eosinofiele granules
o kleine Azurofiele granules
-kleurt roos op H&E kleuring
eigenschappen:
1. Ontstaan uit beenmerg (myeloblast> myeloïde progenitorcel, 1-3% van de WBC
2. Belang in verdediging tegen parasitaire wormen
3. rol in ontstaan van astma en alllergische symptomen
4. secreteren cytokines dat functie van B en T lymfocyten, mastcellen, helpt reguleren
4