STRAFRECHTSGESCHIDENIS
1. ROMEINSE STRAFRECHT
1. Inleiding
3 fases:
1) Koninkrijk (750-500 v.C.)
● Senaat
○ bestond uit pater familiassen
● Comitia (= volksvergadering)
○ vaardigde lex (=wet) uit
● Koning
○ verkozen door comitia
○ vaardigde edicten uit (: gaan uit vd koning)
○ levenslang
2) Republiek (500- 30 v.C.)
- Consuls worden nieuwe pol leiders (soort magistraten) → zorgen voor
rechtspluralisme
- Consul
- Quaestor
- Andere: vooral preator
- Comitia: wordt complexer, verkiezen de magistraten
- geen permanent orgaan
- enkel ja-nee stemmen
- Senaat
- steeds meer representatief
- permanent karakter
- levenslange benoeming
- Consilia plebis → Twaalftafelenwet
- normale burgers (plebis) willen steeds meer macht
- gevolg: twaalftafelenwet (tarieflijst boetes/straffen)
3) Keizerrijk (30 v.C. - 476, val WWR)
- Keizer bovenaan
- Instellingen republiek behouden → uitgehold
- Juristen- en keizersrecht
- “keizer staat niet boven recht”
⇒ door al deze pol veranderingen is het strafrecht geëvolueerd
1
, 2. Romeinse straf(proces)recht
ROMEINS STRAFRECHT
- Rijk zo groot → niet unitair te regelen dus:
- niet eenvormig (door gouverneurs)
- interne machtsstrijd (onderlinge concurrentie magistraten)
- ! Strafrecht in RR: privaat (mensen daagden elkaar voor rechter)
- nu publiek: overheid doet werk
- bronnen:
- Wetgeving: (lex, edicten, …)
- Rechtspraak: (geen precedentwerking, maar advocaten
gebruiken wel eerdere vonnissen)
- Gewoonte (mos maiorum): ongeschreven, generationele
doorgave
ROMEINS STRAFPROCESRECHT:
1e procedure: ludicium populi (openbare rechtszitting)
- beschermen tegen het kwade → werken procedures uit om beschuldigde
te straffen
- openbaar
- Maatschappelijk verstorende misdrijven bv. (hoog)verraad, oudermoord
- Procedure:
1. Dagvaarding = toestemming vragen praetor (rechter)/ dagvaarding
2. Drie zittingen/verhoren/ onderzoeken (contio)
3. Uitspraak → beroep (provocatio)
! volk kan uitspraak vd rechter hervormen!
2e procedure: Quaestio
- door toenemende macht vd elite
- geleid door magistraten + opgericht door lex
- beperkingen:
- 1 specifiek misdrijf
- politiek instrument
- later coherente organisatie
- Stappen:
1. Postulatio (postuleren/ indienen)
- slechts 1 slachtoffer vervolgen
- wie mag vervolgen, wie vervolgd zal worden + waarom
2. Inscriptio:
- 1 misdrijf vervolgen, senaat mocht wel meer!
3. Hoorzittingen: patronus
- wachttermijn
2
, 1) argumenten, dan bewijzen (bij ons omgekeerd)
2) kruisverhoor: ondervraging van tegenpartij door advocaat
3) getuigenverhoor: verhoord door advocaten
4) jury bij meerderheid (gelijk= vrij)
3e procedure: Cognitio
- tijdens keizerrijk
- vanuit Senaat gegroeid
- Eiser vraagt toestemming aan magistraat
- aanklacht officieel neergeschreven
- ganse proces uitzitten
BEWIJS: geschift moeilijk, bekentenis beste optie → foltering
STRAFFEN:
- Onder de Republiek
- zwaar: doodstraf, verbannen
- licht: boetes, lijfstraffen
- Onder Keizerrijk
- Afh. van klasse
- Arbitraire straffen (willekeurige) → “‘gewoonte’ dat we het zo doen”
- Doelstellingen
- Gedrag corrigeren
- genoegdoening aan slachtoffer
- voorbeeld stellen: ontradend werken
→ ideeën duiken op/ verdwijnen doorheen de tijd
3. Justinianus, de laatste Romeinse keizer
- Keizer ORR, wil RR herstellen
→ theodora
Corpus Iuris Civilis
- wetgeving ORR en WRR samenbrengen
- Tribonianus: grondlegger CIC
- 4 delen:
- Codex: alle keizerlijke wetgeving in 1 logisch gestructureerd wetboek
- Digesten: wijzigingen aan wet hier
- Instituten: cursussen
- Novellen: nieuwe keizerlijke wetgeving van Justi
- Effect:
- Commentaarverbod
- Bekendmaking CIC: 10 dagenregel
- Betekenis:
- herontdekking in Westen, dan bestuderen en onderwezen = ius
commune
-
3
1. ROMEINSE STRAFRECHT
1. Inleiding
3 fases:
1) Koninkrijk (750-500 v.C.)
● Senaat
○ bestond uit pater familiassen
● Comitia (= volksvergadering)
○ vaardigde lex (=wet) uit
● Koning
○ verkozen door comitia
○ vaardigde edicten uit (: gaan uit vd koning)
○ levenslang
2) Republiek (500- 30 v.C.)
- Consuls worden nieuwe pol leiders (soort magistraten) → zorgen voor
rechtspluralisme
- Consul
- Quaestor
- Andere: vooral preator
- Comitia: wordt complexer, verkiezen de magistraten
- geen permanent orgaan
- enkel ja-nee stemmen
- Senaat
- steeds meer representatief
- permanent karakter
- levenslange benoeming
- Consilia plebis → Twaalftafelenwet
- normale burgers (plebis) willen steeds meer macht
- gevolg: twaalftafelenwet (tarieflijst boetes/straffen)
3) Keizerrijk (30 v.C. - 476, val WWR)
- Keizer bovenaan
- Instellingen republiek behouden → uitgehold
- Juristen- en keizersrecht
- “keizer staat niet boven recht”
⇒ door al deze pol veranderingen is het strafrecht geëvolueerd
1
, 2. Romeinse straf(proces)recht
ROMEINS STRAFRECHT
- Rijk zo groot → niet unitair te regelen dus:
- niet eenvormig (door gouverneurs)
- interne machtsstrijd (onderlinge concurrentie magistraten)
- ! Strafrecht in RR: privaat (mensen daagden elkaar voor rechter)
- nu publiek: overheid doet werk
- bronnen:
- Wetgeving: (lex, edicten, …)
- Rechtspraak: (geen precedentwerking, maar advocaten
gebruiken wel eerdere vonnissen)
- Gewoonte (mos maiorum): ongeschreven, generationele
doorgave
ROMEINS STRAFPROCESRECHT:
1e procedure: ludicium populi (openbare rechtszitting)
- beschermen tegen het kwade → werken procedures uit om beschuldigde
te straffen
- openbaar
- Maatschappelijk verstorende misdrijven bv. (hoog)verraad, oudermoord
- Procedure:
1. Dagvaarding = toestemming vragen praetor (rechter)/ dagvaarding
2. Drie zittingen/verhoren/ onderzoeken (contio)
3. Uitspraak → beroep (provocatio)
! volk kan uitspraak vd rechter hervormen!
2e procedure: Quaestio
- door toenemende macht vd elite
- geleid door magistraten + opgericht door lex
- beperkingen:
- 1 specifiek misdrijf
- politiek instrument
- later coherente organisatie
- Stappen:
1. Postulatio (postuleren/ indienen)
- slechts 1 slachtoffer vervolgen
- wie mag vervolgen, wie vervolgd zal worden + waarom
2. Inscriptio:
- 1 misdrijf vervolgen, senaat mocht wel meer!
3. Hoorzittingen: patronus
- wachttermijn
2
, 1) argumenten, dan bewijzen (bij ons omgekeerd)
2) kruisverhoor: ondervraging van tegenpartij door advocaat
3) getuigenverhoor: verhoord door advocaten
4) jury bij meerderheid (gelijk= vrij)
3e procedure: Cognitio
- tijdens keizerrijk
- vanuit Senaat gegroeid
- Eiser vraagt toestemming aan magistraat
- aanklacht officieel neergeschreven
- ganse proces uitzitten
BEWIJS: geschift moeilijk, bekentenis beste optie → foltering
STRAFFEN:
- Onder de Republiek
- zwaar: doodstraf, verbannen
- licht: boetes, lijfstraffen
- Onder Keizerrijk
- Afh. van klasse
- Arbitraire straffen (willekeurige) → “‘gewoonte’ dat we het zo doen”
- Doelstellingen
- Gedrag corrigeren
- genoegdoening aan slachtoffer
- voorbeeld stellen: ontradend werken
→ ideeën duiken op/ verdwijnen doorheen de tijd
3. Justinianus, de laatste Romeinse keizer
- Keizer ORR, wil RR herstellen
→ theodora
Corpus Iuris Civilis
- wetgeving ORR en WRR samenbrengen
- Tribonianus: grondlegger CIC
- 4 delen:
- Codex: alle keizerlijke wetgeving in 1 logisch gestructureerd wetboek
- Digesten: wijzigingen aan wet hier
- Instituten: cursussen
- Novellen: nieuwe keizerlijke wetgeving van Justi
- Effect:
- Commentaarverbod
- Bekendmaking CIC: 10 dagenregel
- Betekenis:
- herontdekking in Westen, dan bestuderen en onderwezen = ius
commune
-
3