Open vragen GI
1. Bespreek de motiliteit in het G.I. algemeen en in
detail mond t/m maag
De functie van de motiliteit wordt gesteund door de gladde spiercellen en de sfincters. De
sfincters zorgen ervoor dat de verschillende delen van het GI-stelsel worden afgesloten. In
normale situaties zijn deze steeds gesloten. Ze gaan enkel open wanneer het nodig is. De
bewegingrichting van het voedsel is normaal antegraad met uitzondering bij braken.
Non-propulsive movements
Ze zorgen voor de knedende bewegingen voor de mechanische digestie in de maag.
Propulsive movements
De gladde spiercellen zorgen voor een vooruitduwende beweging in de oesophagus.
De peristaltische beweging zorgt ervoor dat het voedsel in één richting beweegt.
Mond
Het voedsel wordt gemixt met het speeksel
Het speeksel bestaat uit water, mucus en amylase en heeft 2 functies.
o Lubicinatie: Het speeksel maakt de mond en de keel glibberig.
o Voorvertering van de koolhydraten
Het voedsel wordt mechanisch afgebroken
We delen het voedsel op in kleinere brokken zodat het slikken makkelijker gaat. De
oppervlaktevergroting zorgt ervoor dat de oppervlakte/volume ratio stijgt waardoor
de digestie in de darm beter gaat.
De farynx
De farynx zorgt voor de coördinatie tussen het slikken en het ademen. Wanneer we slikken,
duwt het voedsel de epiglottis dicht waardoor de trachea wordt afgesloten.
1. Bespreek de motiliteit in het G.I. algemeen en in
detail mond t/m maag
De functie van de motiliteit wordt gesteund door de gladde spiercellen en de sfincters. De
sfincters zorgen ervoor dat de verschillende delen van het GI-stelsel worden afgesloten. In
normale situaties zijn deze steeds gesloten. Ze gaan enkel open wanneer het nodig is. De
bewegingrichting van het voedsel is normaal antegraad met uitzondering bij braken.
Non-propulsive movements
Ze zorgen voor de knedende bewegingen voor de mechanische digestie in de maag.
Propulsive movements
De gladde spiercellen zorgen voor een vooruitduwende beweging in de oesophagus.
De peristaltische beweging zorgt ervoor dat het voedsel in één richting beweegt.
Mond
Het voedsel wordt gemixt met het speeksel
Het speeksel bestaat uit water, mucus en amylase en heeft 2 functies.
o Lubicinatie: Het speeksel maakt de mond en de keel glibberig.
o Voorvertering van de koolhydraten
Het voedsel wordt mechanisch afgebroken
We delen het voedsel op in kleinere brokken zodat het slikken makkelijker gaat. De
oppervlaktevergroting zorgt ervoor dat de oppervlakte/volume ratio stijgt waardoor
de digestie in de darm beter gaat.
De farynx
De farynx zorgt voor de coördinatie tussen het slikken en het ademen. Wanneer we slikken,
duwt het voedsel de epiglottis dicht waardoor de trachea wordt afgesloten.