9789006955385)
50 multiple choice vragen + antwoorden
1. Wat is de essentie van meten?
, A. Het beschrijven van ruimtelijke relaties
B. Het getalsmatig greep krijgen op eigenschappen van de wereld
C. Het verklaren van symmetrieën en patronen
D. Het gebruiken van meetinstrumenten zonder meetgetallen
2. Welke grootheid wordt gemeten bij het bepalen van de inhoud van een
doos?
A. Lengte
B. Oppervlakte
C. Inhoud
D. Gewicht
3. Wat is een voorbeeld van een meetkundige activiteit?
A. Het aflezen van een thermometer
B. Het omvormen van figuren bij het meten van oppervlaktes
C. Het wegen van een pak suiker
D. Het meten van de tijd met een stopwatch
4. Wat beschrijft de stelling van Pythagoras?
A. De verhouding tussen de zijden van een gelijkbenige driehoek
B. De relatie tussen de lengtes van de zijden van een rechthoekige driehoek
C. De oppervlakte van een cirkel
D. De verhouding tussen de diameter en de omtrek van een cirkel
5. Wat is de gulden snede?
A. Een verhouding die staat voor een schoonheidsideaal
B. Een meetkundige figuur met zes zijden
C. Een methode om de oppervlakte van een cirkel te berekenen
D. Een meetinstrument voor het meten van hoeken
6. Wat is een overeenkomst tussen meten en meetkunde op de
basisschool?
A. Beide domeinen komen alleen in de bovenbouw aan bod
B. Beide domeinen zijn gericht op het ontwikkelen van een onderzoekende houding
C. Beide domeinen gebruiken alleen digitale meetinstrumenten
D. Beide domeinen zijn gericht op het meten van tijd
7. Wat is een verschil tussen meten en meetkunde?
A. Bij meten gaat het om het onderzoeken van ruimtelijke relaties, bij meetkunde
om het meten van grootheden
B. Bij meten gaat het om het leren meten met een passende maat, bij meetkunde
om het beredeneren van ruimtelijke relaties
C. Bij meten wordt alleen gebruik gemaakt van natuurlijke maten, bij meetkunde
van standaardmaten
D. Bij meten wordt alleen gewerkt met meetinstrumenten, bij meetkunde niet