lOMoARcPSD|31988809
Samenvatting leerstof, examenvragen en lesnotities:
Comparatieve Politicologie
Comparatieve politicologie (Universiteit Gent)
Studocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
Comparatieve Politicologie
1 Inleiding 2
2.1 De Staat 4
2.2 Democratie 10
2.3 Gevalstudies 20
3.1 Parlementen 31
3.2 Gevalstudies 37
4.1 Regeringen 46
4.2 Gevalstudies 53
5.1 Subnationaal bestuur 63
5.2 Gevalstudies 68
6.1 Politieke cultuur 75
6.2 Gevalstudies 80
7.1 Verkiezingen en kiezers 86
7.2 Gevalstudies 95
8.1 Politieke partijen 106
8.2 Gevalstudies 112
9 Belangengroepen: gevalstudies 124
1
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
1 Inleiding
1 Omschrijving
Het is een belangrijk subdomein van de politieke wetenschappen en omvat de vergelijkende
studie van politieke systemen:
- Interne structuren, instituties, actoren & processen
- Drie empirische tradities: landenstudie, methodologisch & analytisch
Het analytisch doel van CP is: aan de hand van de combinatie van inhoud & methode de
gelijkenissen & verschillen tussen politieke systemen bekijken: variatie is het uitgangspunt.
○ Beschrijven a.d.h.v. classificatie & typologie
○ Verklaren d.m.v. hypotheses
○ Voorspellen door [causale] effecten bloot te leggen
2 Behavioural revolution
Het ging over een strijd tussen wetenschappers. De revolutie heeft voor heel wat
verschuivingen gezorgd (van staat naar politiek systeem, …) Een van de belangrijke
verschuivingen gaat over de uitbreiding van de discipline op vlak va cases. Na WOII is er
een golf van nieuwe staten door de dekolonisering waardoor het aantal nationale politieke
systemen enorm steeg. Voorheen had men een nauwe lens: wat gebeurt in de VS (en in het
VK) is superieur en belangrijker dan al de rest omdat het relatief homogene landen waren,
met dezelfde soort stabiele democratie en sociale rechtvaardigheid.
Naast de uitbreiding van het aantal cases stelde men ook vast dat ander soort democratieën
ook goed werkten (Nederland, België, …). Hier plakte men de term consensusdemocratie
op: de samenwerking tussen elites was cruciaal om de samenleving recht te houden,
misschien zelfs crucialer dan een zo laag mogelijk aantal breuklijnen.
3 Evolutie van de inhoud
CP vergelijkt doorgaans nationale politieke systemen (staten en formele instellingen), maar
beperkt zich daar niet noodzakelijk toe (allerlei actoren). Het bekijkt ook sub- en
supranationale systemen en types of elementen van systemen.
Er kwam wel kritiek op de drang om te focussen op wetmatigheden en abstracties. Er was te
weinig plaats voor de cultuur van een land en de algemene praktijk binnen het land. Om dat
recht te trekken keert men terug naar de staat ‘bringing the state back’ en de instellingen en
instituties. Omdat dat op een nieuwe manier moest, richtte men zich tot het
neo-institutionalisme: het idee dat instellingen formele regels en procedures met zich
meebrengen, maar evengoed ook normen en waarden (informeel). Die instituties hebben
impact op wat mensen doen.
Deze behavioural revolution en de kritiek erop (cyclus) leidde tot een erfenis voor CP.
1. Er worden nu een veelheid van kenmerken van politieke systeem bestudeerd
2. Men beseft de integratieve meerwaarde van het systeemdenken.
3. Er is meer aandacht voor het maken, de uitkomst en de impact van beleid.
4. We bestuderen en zien een groeiende interdependentie tussen politieke systemen.
2
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
4 Evolutie van de methode
CP past een veelheid aan methodes toe. De methode hangt af van de OV, de dimensie van
vergelijking, de analyse-eenheden en van de focus op gelijkenissen of verschillen.
Door de opkomst van computers gaat men van gevallen naar variabelen en focust men veel
meer op statistiek met een grote N en weinig variabelen. Daarna wilt men terug naar een
intensief design met een kleine N en veel variabelen: beperkt aantal cases, maar diepgaand.
Men hanteert hiervoor de configuratielogica: een geval moet je bekijken in een complexe
context met een constellatie aan factoren.
5 Uitdagingen
1/ Te weinig cases en te veel variabelen: te veel verklarende factoren en te weinig cases om
te onderzoeken.
2/ Bias bij het selecteren van cases.
3/ Hetzelfde fenomeen kan verschillende dingen betekenen in verschillende landen,
waardoor vergelijken moeilijk wordt.
4/ Staten kunnen niet volledig op zichzelf bekeken worden in de context van globalisering.
6 Politieke systemen indelen
Als gids door het statendoolhof gebruiken we typologie als classificatiesysteem: het zijn
clusters met gedeelde kenmerken. Denk aan verschillende regimes: democratie,
autoritarisme en hybriden, maar er is geen universeel erkend systeem.
Historische voorbeelden van regimetypes zijn:
- Aristoteles met 6 types, Montesquieu met republiek, monarchie, despotisme en
tijdens de Koude Oorlog had je de eerste, tweede en derde wereld.
Er zijn drie hedendaagse varianten:
1. Freedom in the World: met een score (0-100) en ranking (1-7) op political rights &
civil liberties en een status: free, partly free & not free.
2. Democracy Index: met een score (0-10) op electoral process and pluralism, civil
liberties, functioning of government, political participation, & political culture en
categorieën: full democracy, flawed democracy, hybrid regimes & authoritarian.
regimes
3. Verfijnen doet men in de politieke economie (GDP/capita) of met de HDI.
3
Gedownload door Ami Belpaire ()
Samenvatting leerstof, examenvragen en lesnotities:
Comparatieve Politicologie
Comparatieve politicologie (Universiteit Gent)
Studocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
Comparatieve Politicologie
1 Inleiding 2
2.1 De Staat 4
2.2 Democratie 10
2.3 Gevalstudies 20
3.1 Parlementen 31
3.2 Gevalstudies 37
4.1 Regeringen 46
4.2 Gevalstudies 53
5.1 Subnationaal bestuur 63
5.2 Gevalstudies 68
6.1 Politieke cultuur 75
6.2 Gevalstudies 80
7.1 Verkiezingen en kiezers 86
7.2 Gevalstudies 95
8.1 Politieke partijen 106
8.2 Gevalstudies 112
9 Belangengroepen: gevalstudies 124
1
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
1 Inleiding
1 Omschrijving
Het is een belangrijk subdomein van de politieke wetenschappen en omvat de vergelijkende
studie van politieke systemen:
- Interne structuren, instituties, actoren & processen
- Drie empirische tradities: landenstudie, methodologisch & analytisch
Het analytisch doel van CP is: aan de hand van de combinatie van inhoud & methode de
gelijkenissen & verschillen tussen politieke systemen bekijken: variatie is het uitgangspunt.
○ Beschrijven a.d.h.v. classificatie & typologie
○ Verklaren d.m.v. hypotheses
○ Voorspellen door [causale] effecten bloot te leggen
2 Behavioural revolution
Het ging over een strijd tussen wetenschappers. De revolutie heeft voor heel wat
verschuivingen gezorgd (van staat naar politiek systeem, …) Een van de belangrijke
verschuivingen gaat over de uitbreiding van de discipline op vlak va cases. Na WOII is er
een golf van nieuwe staten door de dekolonisering waardoor het aantal nationale politieke
systemen enorm steeg. Voorheen had men een nauwe lens: wat gebeurt in de VS (en in het
VK) is superieur en belangrijker dan al de rest omdat het relatief homogene landen waren,
met dezelfde soort stabiele democratie en sociale rechtvaardigheid.
Naast de uitbreiding van het aantal cases stelde men ook vast dat ander soort democratieën
ook goed werkten (Nederland, België, …). Hier plakte men de term consensusdemocratie
op: de samenwerking tussen elites was cruciaal om de samenleving recht te houden,
misschien zelfs crucialer dan een zo laag mogelijk aantal breuklijnen.
3 Evolutie van de inhoud
CP vergelijkt doorgaans nationale politieke systemen (staten en formele instellingen), maar
beperkt zich daar niet noodzakelijk toe (allerlei actoren). Het bekijkt ook sub- en
supranationale systemen en types of elementen van systemen.
Er kwam wel kritiek op de drang om te focussen op wetmatigheden en abstracties. Er was te
weinig plaats voor de cultuur van een land en de algemene praktijk binnen het land. Om dat
recht te trekken keert men terug naar de staat ‘bringing the state back’ en de instellingen en
instituties. Omdat dat op een nieuwe manier moest, richtte men zich tot het
neo-institutionalisme: het idee dat instellingen formele regels en procedures met zich
meebrengen, maar evengoed ook normen en waarden (informeel). Die instituties hebben
impact op wat mensen doen.
Deze behavioural revolution en de kritiek erop (cyclus) leidde tot een erfenis voor CP.
1. Er worden nu een veelheid van kenmerken van politieke systeem bestudeerd
2. Men beseft de integratieve meerwaarde van het systeemdenken.
3. Er is meer aandacht voor het maken, de uitkomst en de impact van beleid.
4. We bestuderen en zien een groeiende interdependentie tussen politieke systemen.
2
Gedownload door Ami Belpaire ()
, lOMoARcPSD|31988809
4 Evolutie van de methode
CP past een veelheid aan methodes toe. De methode hangt af van de OV, de dimensie van
vergelijking, de analyse-eenheden en van de focus op gelijkenissen of verschillen.
Door de opkomst van computers gaat men van gevallen naar variabelen en focust men veel
meer op statistiek met een grote N en weinig variabelen. Daarna wilt men terug naar een
intensief design met een kleine N en veel variabelen: beperkt aantal cases, maar diepgaand.
Men hanteert hiervoor de configuratielogica: een geval moet je bekijken in een complexe
context met een constellatie aan factoren.
5 Uitdagingen
1/ Te weinig cases en te veel variabelen: te veel verklarende factoren en te weinig cases om
te onderzoeken.
2/ Bias bij het selecteren van cases.
3/ Hetzelfde fenomeen kan verschillende dingen betekenen in verschillende landen,
waardoor vergelijken moeilijk wordt.
4/ Staten kunnen niet volledig op zichzelf bekeken worden in de context van globalisering.
6 Politieke systemen indelen
Als gids door het statendoolhof gebruiken we typologie als classificatiesysteem: het zijn
clusters met gedeelde kenmerken. Denk aan verschillende regimes: democratie,
autoritarisme en hybriden, maar er is geen universeel erkend systeem.
Historische voorbeelden van regimetypes zijn:
- Aristoteles met 6 types, Montesquieu met republiek, monarchie, despotisme en
tijdens de Koude Oorlog had je de eerste, tweede en derde wereld.
Er zijn drie hedendaagse varianten:
1. Freedom in the World: met een score (0-100) en ranking (1-7) op political rights &
civil liberties en een status: free, partly free & not free.
2. Democracy Index: met een score (0-10) op electoral process and pluralism, civil
liberties, functioning of government, political participation, & political culture en
categorieën: full democracy, flawed democracy, hybrid regimes & authoritarian.
regimes
3. Verfijnen doet men in de politieke economie (GDP/capita) of met de HDI.
3
Gedownload door Ami Belpaire ()