LITERATUUR
WAAROM?
Waarom moeten we dit vak kunnen?
Enerzijds moet je in staat zijn om zeer uitgebreid op zoek te gaan naar evidentie
zoals voor je masterproef. Hier hanteren we als het ware “hoge sensitiviteit, lage
specificiteit” waarmee we bedoelen dat alle mogelijke relevante evidentie zal
opduiken in de zoekresultaten maar er ook veel zal tussen zitten die niet van
toepassing is.
Anderzijds moet je in bepaalde situaties zoals later in het werkveld snel, zeer
gericht kunnen zoeken om de laatste evidentie op te zoeken om je patiënt te
kunnen helpen. Hier hanteren we dan eerder ‘lage sensitiviteit, hoge specificiteit’
waarmee we bedoelen dat de resultaten zeer gericht over de zoekopdracht gaan
gaan maar er mogelijks minder relevante evidentie gemist zal worden.
- Sensitiviteit: meet het vermogen van een test om mensen met een
bepaalde aandoening correct te identificeren (dus de "zieken" die positief
worden getest)
o Formule: Sensitiviteit = (‘aantal waaar-positieven’ / ‘aantal werkelijk
zieken’) x 100
Waar-positieven (true positives): Mensen die ziek zijn en
correct positief getest worden.
Werkelijk zieken: Alle mensen die de aandoening
daadwerkelijk hebben (waar-positieven + vals-negatieven).
o Interpretatie: Hoe hoger de sensitiviteit, hoe beter de test is in het
opsporen van zieken. Een test met een sensitiviteit van 100% mist
geen enkele zieke persoon.
o Voorbeeld: Een test met een sensitiviteit van 90% betekent dat 90%
van de mensen met de aandoening wordt herkend, maar 10% wordt
gemist (vals-negatieven).
- Specificiteit: meet het vermogen van een test om mensen zonder de
aandoening correct te identificeren (dus de "gezonden" die negatief
worden getest).
o Formule: Specificiteit = (‘aantal waar-negatieven’ / ‘aantal werkelijk
niet-zieken’) x 100
Waar-negatieven (true negatives): Mensen die niet ziek zijn
en correct negatief getest worden.
Werkelijk niet-zieken: Alle mensen die de aandoening niet
hebben (waar-negatieven + vals-positieven).
o Interpretatie: Hoe hoger de specificiteit, hoe beter de test gezonde
mensen correct uitsluit. Een test met een specificiteit van 100%
geeft geen enkele vals-positieve uitslag.
,o Voorbeeld: Een test met een specificiteit van 95% betekent dat 95%
van de gezonde mensen correct als negatief wordt geïdentificeerd,
terwijl 5% onterecht als positief wordt aangemerkt.
, INHOUD
1. Zoekstrategie opzetten
2. Methodologische kwaliteit
3. Welke databanken
4. PUBMED opzoeken
5. PUBMED account aanmaken
1. ZOEKSTRATEGIE OPZETTEN
PICO
Het is belangrijk dat je niet te weinig noch te veel hits uitkomt. Om dit te
bewerkstellen werken we aan de hand van de PICO.
De PICO is een internationaal erkend EBM (Evidence Base Medicine) systeem.
THERAPEUTISCH ONDERZOEK
P = Patient
I = Intervention
C = Comparison
O = Outcome
Voorbeeld: Er komt een patiënt bij u, die u overweegt om te manipuleren
vanwege nekpijn. U wilt weten wat de eventuele bijwerkingen zijn van deze
behandeling.
P = patiënt met nekpijn neck pain (Google Translate is toegestaan tijdens het
examen)
I = maniplatie manipulation
C = Er is in dit geval geen comparison. Dit kan bij sommige casussen het geval
zijn. Aan de andere kant kan je ook bvb meerdere interventies hebben.
O = bijwerkingen side effect / adverse effect
DIAGNOSTISCH ONDERZOEK
Diagnostisch onderzoek = nagaan van de accuraatheid, betrouwbaarheid en
responsiviteit van een meetinstrument.
P = patient
I = indextest = de test die ter discussie staat
C = referentietest = de uitslag benadert zo goed mogelijk de werkelijke status
van de patiënt
O = kans op de aandoening of symptoom?
Voorbeeld: u wenst bij een patiënt met Multiple Sclerosis zijn vermoeidheid in
kaart te brengen. Opteert u best voor een Visueel Analoge Schaal (VAS) of voor
de Modified Fatigue Impact Scale (MFIS)?
, P = Patiënt met MS Multiple Sclerosis
I = VAS Visual Analog Scale
C = MFIS Modified Fatigue Impact Scale
O = onderdelen van vermoeidheid Fatigue dimensions
PROGNOSTISCH ONDERZOEK
Prognostisch onderzoek = nagaan van de kans op aan- of afwezigheid van een
aandoening of symptoom na verloop van tijd.
P = patient
I = tijd
C=/
O = kans op de aandoening of symptoom
Voorbeeld: er komt een patiënt bij u, die u overweegt om te manipuleren
vanwege lumbalgie. U vraagt zich af wat de kans op herval is, zonder bijkomende
oefentherapie.
P = rugpijn, lumbalgie low back pain
I = stabilisatietraining core stability
C = niets doen no intervention
O = herval reinjury
De manipulaties die in de casus worden beschreven hebben eigenlijk niks te
maken met je outcome. Je bent puur geïnteresseerd in wat het prognostisch
effect is van oefentherapie op lage rugpijn.
Lage rugpijn is vaak het gevolg van zwakke abdominale musculatuur, vandaar
dat hier als oefentherapie meteen de link werd gemaakt met core stability.
2. METHODOLOGISCHE KWALITEIT
De PICO opstellen is stap 1 van je casus. Eens je je zoektermen hebt kan je gaan
combineren en echt op zoek gaan naar je referenties. Bij het beoordelen van je
referenties is het van belang om de methodologische kwaliteit in de gaten te
houden.
SOORTEN LITERATUUR
SYSTEMATISCHE REVIEW
In een systematische review wordt uitgaande van een (onderzoeks)vraag op
systematische wijze gezocht naar originele studies die een antwoord kunnen
geven op deze vraag. Hierbij worden de geraadpleegde databanken en de
gebruikte analysemethoden vermeld. De gevonden resultaten en
achtergrondkenmerken van de individuele studies worden op een explicitete
wijze beoordeeld en geanalyseerd. Elke meta-analyse wordt in principe
voorafgegaan door een systematische review