= dierenepos
Achtergrond:
verhalen met dieren in de hoofdrol: sprookjes, fabels, dierenepos
dieren als hoofdpersonage:
- auteur kan op een aangename, grappige manier een opvoedkundige boodschap meegeven
- verhaal met scherpe maatschappijkritiek: minder gevaarlijk voor auteur
sprookje:
- antropomorfe trekken: dieren gedragen zich als mensen vb: dieren spreken
- bovennatuurlijke elementen / magie
fabel: korte fictionele dierenverhalen met leerrijke moraal
door Aesopos
dierenepiek: dierenverhalen in vorm van heldendicht (oorsprong Latijn)
- voortzetting / uitbreiding van dierenfabel
- bedoeling: mensen amuseren en bekritiseren (parodie, antropomorfisme, satire)
antropomorfisme: toekennen van menselijke eigenschappen, emoties, opvattingen, gedaantes aan
niet-menselijke wezens; het tonen of behandelen van dieren, goden en voorwerpen alsof ze menselijk
zijn qua uiterlijk, karakter, emoties, beweegredenen of gedrag
(ook potten en pannen in Belle & beest)
personificatie = vorm van beeldspraak, metaforisch taalgebruik
de wind huilt, de regen fluistert
allemaal vormen van intertekstualiteit:
parodie = een werk dat een bekend, ernstig literair voorbeeld belachelijk maakt door typische
kenmerken ervan op spottende wijze na te bootsen
persiflage = spottende nabootsing v/e bestaande, meestal gewaardeerde literaire tekst of v/e
bepaald teksttype of genre
algemenere term dan parodie en wijst er vaak op dat een bepaalde stijl, literatuuropvatting,
stroming achterhaald is
pastiche: een literair werk waarin de stijl en de thema’s v/e auteur of bepaalde generatie of periode
worden nagebootst, doel is niet zozeer spottend, wel een vorm van literaire kritiek
satire = door middel van overdrijving van bepaalde karakteristieke trekken
een bepaalde zaak, toestand of menselijke fouten of tekortkomingen belachelijk maken
niet louter komisch, maar uitdrukkelijke bedoeling om bepaalde tekortkomingen,
wantoestanden, zwakheden bloot te leggen en eventueel recht te trekken
1
, Auteur: Willem: zelfbewuste man, kende latijn
- een eerder werk: Madoc
- ontstaan rond midden Gent, midden 13e eeuw
- gebaseerd op Frans origineel, dat hij creatief bewerkt heeft
- na verschijnen v/ boek ⇒ teruggestuurd naar abdij
Middeleeuwse elementen:
typische structuur van de Arthurroman / hoofse ridderroman
1. ordo = hoofse rust
2. manque = onhoofs element dat rust verstoord
3. queeste = hindernissen en barrières
4. ordo
hoofsheid: respect voor de vrouw, mate / terughoudend, hoffelijk, eerlijk, oprecht, trouw aan de heer
& God, integer, moedig, zwakkeren beschermen
thema’s: trouw, liefde aan de vrouw, religie
middeleeuwse proloog:
- causa scribendi: reden waarom het verhaal geschreven wordt
- inspanning die het gekost heeft om het verhaal te schrijven
- bronvermelding die de waarachtigheid vd verhaalstof ondersteunt
- een gebed om hulp
VAN DEN VOS REYNAERDE - WERKBLAD
personages:
kip = Kantekleer wolf = Isegrim hond = Courtois das = Grimbeert
Welke bedoeling van de auteur blijkt reeds uit het gebruik van het woord ‘vijte/vita’
(oorspronkelijk: heiligenleven)?
Het gebruik van het woord vita/vijte.Het toont het sarcastische onderdeel van het verhaal. De vos
Reinaert was echt geen heilige.
Voor wie is het verhaal bedoeld en waarom? (Geef ook de verzen waar je dat terugvindt.)
- luisterend publiek, door de eindrijmen
- mensen die het goed willen begrijpen, die de dubbele bodems gaan snappen
Middeleeuwse prologen bevatten een aantal vaste ingrediënten. In welke mate gaat dit ook
voor Van den vos Reynaerde op.
- er waren al andere verhalen geweest en heeft er een nederlandse versie van gemaakt (de
causa scribendi)
- inspanning: hij heeft er vaak van wakker gelegen (Daer hi dicken omme waecte,)
- bronvermelding: Walschen boucken = Frans, heeft zich laten inspireren door Franse
vertalingen van het verhaal
- een gebed om hulp: ze vragen God achter hulp om het tot een goed einde te brengen
(God moete ons ziere hulpen jonnen.)
2