Geïntegreerd Practicum
Biochemie
Samenvatting Examen
Ba Biomedische Wetenschappen
,Vraagstukken
Vraagsessie 1
Formules
- Concentratiebepaling
n m p mol mol
Molariteit c= = = =C . M [ ] M=
v M .V M L L
n mol
Molaliteit c= [ ]
m kg oplosmiddel
ug g ug g
Ppm = ( ¿ ( )
ml v mg g
g g g g
% = % =
g 100 g v 100 ml
m p.V
n= =
M M
deeljtes = n . Na
m
Vtot =
d
- Molfractie = verhouding van het aantal mol van 1 verbinding tov het totale aantal mol van
nx
alle verbindingen in 1 mengsel
ntot
- Kalibratie
Uitwenidge standaard
o Eenpuntskalibratie
Wat als standaard niet gelijk is aan onbekende -> brekenen response
factor (RF) bij gelijke concentratie gekende
Sonb Sst
= RF
Conb Cst
Signaal Sst St Sonb
= RF ( ¿x
Concentratie Cst onb Conb
S = signaal
C = concentratie
St = standaard
Onb = onbekende
RF = verschil in antwoord tussen St en Onb
Inwendige standaard
o Eenpuntskalibratie
Standaard additie
o Meerpuntskalibratie
Multiple standaard additie
- Verdunningen?
Wanneer -> volume component in eenheid M, g/l, ppm
, Niet bij mol
Vraag 1
Menselijk bloed en urine bevat maxiamaal 0,9% en resp 2,2% (g/v) zout (stel alles als NaCl). Wat is de
molariteit NaCl in bloed en urine?
Wat is de molarietit NaCl in bloed en urine?
0,9 v
- Bloed = 0,9 % g/v =
100 ml
2,2 g
- urine = 2,2 % g/v =
100 ml
molariteit NaCl = ?
n m
o c= =
v M .V
0,9 g
cbloed = g = 0,15 M
58,44 . 0,1 L
mol
2,2 g
curine = g = 0,38 M
58,44 . 0,1 L
mol
Vraag 2
Gegeven: een oplossing van 20,0% (g/g) Hcl (d = 1,19 g/mL, MW Hcl = 36,5 g/mol).
Bereken de molariteit en molaliteit.
- C = 20 % (g/g)
- D = 1,19 g/mL
- M = 36,5 g/mol
Molariteit en molaliteit = ?
n d 1,19 g / ml
o c= = = = 0,0326 mol/ml
v M 36,5 g /mol
o 0,0326 mol/ml . 1000 = 32,603 mol/L
o 32,603 M . 0,2 = 6,52 M
o Stel totale massa = 100 g (20 g HCl en 80 g oplosmiddel)
m 20 g
o n= = = 0,5478 mol
M 36,5 g /mol
0,5478 mol
o c= = 6,85 mol/kg
0,08 kg
Vraag 3
31 g BaCl2 wordt opgelost in 100 g H2O. De dichtheid is 1,24 g/mL. MW BaCl2 = 208,23.
Bereken de ppm (g/v), molariteit en % (g/g).
- m = 31 g BaCl2
- m = 100 g H2O
- p = 1,24 g/mL
- M = 208,23
, Ppm, molariteit, % = ?
o mtotaal = 31 g + 100 g = 131 g
m 131 g
o Vtot = = = 105 mL
d 1,24 g /mol
g 31 g
o ppm = . 106 = . 106 = 294 000 ppm
100 mL 105 mL
n
o c=
v
31
o n= = 0,1488 mol
208,23 g/mol
131 g
m
o Vtot= = g = 105 ml
d 1,24
mol
n 0,1488 mol
o c= = = 1,41 M
v 0,105 L
mBaCl 2 31 g
o %= = = 0,2366 = 23,66 %
mtot 131 g
Vraag 4
Gegeven: een waterige oplossing van 2M H 2PO4. Dichtheid is 1,250 g/mL. MW 96,9872 g/mol.
Bereken de molfractie van H2PO4.
- 2M
- p = 1,250 g/mL
- M = 96,9872 g/mol
Molfractie = ?
n
o Molfractie =
ntot
o C = 2 mol/L . 96,9872 g/mol = 193,9744 g/L
193,9744 g
m
o Nx = = g = 2 mol
M 96,9872
mol
1000 g
m d.V .1 L
Ntot = = = L = 55,55 mol
M M
18 g /mol
n 2mol
Molfractie = = = 0,033 mol
ntot 55,55mol
Vraag 5
Voor de analyse van Ca2+ in een beenmergstaal van een patiënt wordt er aan een benmergstaal van
100 µL 50 µL K+ zout (concentratie 100 ppm g/v) toegevoegd als inwendige standaard. Tijdens de
bewerkingen verliest men 120 µL van dit staal. Op 20 µL van het resterende gedeelte wordt de Ca 2+
bepaling uitgevoerd evenals de K+ bepaling. De response factor Ca2+/K+ = 2,4.
Ca2+ signaal: 63
K+ signaal: 54.
Wat is het gehalte Ca2+ (in ppm) in het beenmergstaal?
- V =100 microL
- Vk+ = 50 microL
- Ck+ = 100 ppm (g/v)
Biochemie
Samenvatting Examen
Ba Biomedische Wetenschappen
,Vraagstukken
Vraagsessie 1
Formules
- Concentratiebepaling
n m p mol mol
Molariteit c= = = =C . M [ ] M=
v M .V M L L
n mol
Molaliteit c= [ ]
m kg oplosmiddel
ug g ug g
Ppm = ( ¿ ( )
ml v mg g
g g g g
% = % =
g 100 g v 100 ml
m p.V
n= =
M M
deeljtes = n . Na
m
Vtot =
d
- Molfractie = verhouding van het aantal mol van 1 verbinding tov het totale aantal mol van
nx
alle verbindingen in 1 mengsel
ntot
- Kalibratie
Uitwenidge standaard
o Eenpuntskalibratie
Wat als standaard niet gelijk is aan onbekende -> brekenen response
factor (RF) bij gelijke concentratie gekende
Sonb Sst
= RF
Conb Cst
Signaal Sst St Sonb
= RF ( ¿x
Concentratie Cst onb Conb
S = signaal
C = concentratie
St = standaard
Onb = onbekende
RF = verschil in antwoord tussen St en Onb
Inwendige standaard
o Eenpuntskalibratie
Standaard additie
o Meerpuntskalibratie
Multiple standaard additie
- Verdunningen?
Wanneer -> volume component in eenheid M, g/l, ppm
, Niet bij mol
Vraag 1
Menselijk bloed en urine bevat maxiamaal 0,9% en resp 2,2% (g/v) zout (stel alles als NaCl). Wat is de
molariteit NaCl in bloed en urine?
Wat is de molarietit NaCl in bloed en urine?
0,9 v
- Bloed = 0,9 % g/v =
100 ml
2,2 g
- urine = 2,2 % g/v =
100 ml
molariteit NaCl = ?
n m
o c= =
v M .V
0,9 g
cbloed = g = 0,15 M
58,44 . 0,1 L
mol
2,2 g
curine = g = 0,38 M
58,44 . 0,1 L
mol
Vraag 2
Gegeven: een oplossing van 20,0% (g/g) Hcl (d = 1,19 g/mL, MW Hcl = 36,5 g/mol).
Bereken de molariteit en molaliteit.
- C = 20 % (g/g)
- D = 1,19 g/mL
- M = 36,5 g/mol
Molariteit en molaliteit = ?
n d 1,19 g / ml
o c= = = = 0,0326 mol/ml
v M 36,5 g /mol
o 0,0326 mol/ml . 1000 = 32,603 mol/L
o 32,603 M . 0,2 = 6,52 M
o Stel totale massa = 100 g (20 g HCl en 80 g oplosmiddel)
m 20 g
o n= = = 0,5478 mol
M 36,5 g /mol
0,5478 mol
o c= = 6,85 mol/kg
0,08 kg
Vraag 3
31 g BaCl2 wordt opgelost in 100 g H2O. De dichtheid is 1,24 g/mL. MW BaCl2 = 208,23.
Bereken de ppm (g/v), molariteit en % (g/g).
- m = 31 g BaCl2
- m = 100 g H2O
- p = 1,24 g/mL
- M = 208,23
, Ppm, molariteit, % = ?
o mtotaal = 31 g + 100 g = 131 g
m 131 g
o Vtot = = = 105 mL
d 1,24 g /mol
g 31 g
o ppm = . 106 = . 106 = 294 000 ppm
100 mL 105 mL
n
o c=
v
31
o n= = 0,1488 mol
208,23 g/mol
131 g
m
o Vtot= = g = 105 ml
d 1,24
mol
n 0,1488 mol
o c= = = 1,41 M
v 0,105 L
mBaCl 2 31 g
o %= = = 0,2366 = 23,66 %
mtot 131 g
Vraag 4
Gegeven: een waterige oplossing van 2M H 2PO4. Dichtheid is 1,250 g/mL. MW 96,9872 g/mol.
Bereken de molfractie van H2PO4.
- 2M
- p = 1,250 g/mL
- M = 96,9872 g/mol
Molfractie = ?
n
o Molfractie =
ntot
o C = 2 mol/L . 96,9872 g/mol = 193,9744 g/L
193,9744 g
m
o Nx = = g = 2 mol
M 96,9872
mol
1000 g
m d.V .1 L
Ntot = = = L = 55,55 mol
M M
18 g /mol
n 2mol
Molfractie = = = 0,033 mol
ntot 55,55mol
Vraag 5
Voor de analyse van Ca2+ in een beenmergstaal van een patiënt wordt er aan een benmergstaal van
100 µL 50 µL K+ zout (concentratie 100 ppm g/v) toegevoegd als inwendige standaard. Tijdens de
bewerkingen verliest men 120 µL van dit staal. Op 20 µL van het resterende gedeelte wordt de Ca 2+
bepaling uitgevoerd evenals de K+ bepaling. De response factor Ca2+/K+ = 2,4.
Ca2+ signaal: 63
K+ signaal: 54.
Wat is het gehalte Ca2+ (in ppm) in het beenmergstaal?
- V =100 microL
- Vk+ = 50 microL
- Ck+ = 100 ppm (g/v)