Hoofdstuk 1: terreinverkenning
Levenslooppsychologie = ontwikkelingspsychologie
Levenslooppsychologie: de wetenschap die bestudeert hoe het gedrag van mensen
(motorisch, sociaal, emotioneel, taal,…) verandert in de loop van het leven
1.1 De indeling in fasen
4 delen in ontwikkelingspsychologie
o Kinderpsychologie
o Jeugdpsychologie
o Psychologie van de volwassenheid
o Psychologie van de ouderdom
Kinderen ontwikkelen snel waardoor er meerdere periodes worden onderscheiden:
De prenatale fase De 9 maanden tss de bevruchting en de
geboorte
De babytijd 0-1 jaar
De peutertijd 1-3 jaar
De kleutertijd 3-6 jaar
De schoolperiode 6-12 jaar
De adolescentie 12-20 jaar
De volwassenheid 20-65 jaar
De ouderdom 65-levenseinde
1.2 Factoren die de ontwikkeling sturen
Nature-nurture-debat: gedrag en persoonlijkheid voornamelijk bepaald door genetische
aanleg of door opvoeding & allerlei persoonlijke ervaringen
• Nature: erfelijke aanleg/DNA meeste invloed
• Nurture: omgeving en ervaringen meeste invloed
• Beiden: wisselwerking tussen erfelijkheid en omgevingsinvloeden
1.2.1 De rol van erfelijkheid
= Wat is aangeboren?
o DNA, bevat genen verspreid over 46 chromosomen
o Genen zorgen voor aanmaak eiwitten
, • Belangrijk voor de bouw en het functioneren van het lichaam, vb.
hersenen
• Impact op intelligentie, temperament, verlangens, gevoelens,…
o Weinig invloed op
o Toch: erfelijkheid alleen is niet genoeg!
• Juiste moment ( op tijd beginnen met taal aan te leren bvb)
• Gepaste omgeving (boekjes lezen, luidop praten, ..)
1.2.2 De rol van het milieu of de omgeving
o = impact van omgevingsfactoren op de groei/ontwikkeling
o Kritische/gevoelige periodes
o Omgeving is belangrijk
• Wij leren uit prikkels van de omgeving
o De wijze waarop ouders met hun kinderen omgaan, is belangrijk voor
ontwikkeling van individu. E\ecten beperken niet tot kindertijd en adolescentie,
maar kunnen levenslang doorgaan
o
Voorbeeld: gevolgen van sociale isolatie…
“Mensen hebben andere mensen nodig om volwaardig mens te worden”
Þ Denk maar aan wolfskinderen die zijn opgegroeid met wolven -> zijn geen
volwaardige kinderen
Þ Meisje genie dat opgesloten werd door haar vader en niet kon stappen, niet kon
praten
, Ecologisch model van de menselijke ontwikkeling
o Micro: directe omgeving + relaties (ouders, broers & zussen, vrienden)
o Meso: verwijst naar de samenhang tussen de verschillende elementen
binnen het microsysteem (band tss ouders en grootouder)
o Exo: wat er buiten de directe leefwereld valt maar wel een grote inpakt
hebben (kennissenkring van de ouders)
o Macro: de brede culturele, politieke, sociale, economische omgeving
(rechtsysteem, economisch systeem)
o Chrono: evolutie in de tijd of levensgebeurtenissen (echtscheiding, ziekte,
oorlog)
1.2.3 De interactie tussen erfelijkheid en milieu
Siamese tweeling: beiden hebben invloed
Examenvraag: het gedrag van je kind heb je als ouder in de hand. Is dit waar of niet waar?
o Ouders hebben invloed op het gedrag van het kind door middel van opvoeding
(nurture) maar het kind kan ook temperament hebben dat aangeboren is (nature).
Ouders hebben dus geen volledige controle over het kind dus kunnen ze het
gedrag niet volledig bepalen aangezien het gedrag bepaald wordt door
biologische aanleg, invloeden van de omgeving, het ontwikkelingsstadium en de
omgeving waarin het kind opgroeit.
1.3 Enkele algemene ontwikkelingstheorieën
1.3.1 De psychosociale identiteitstheorie van Erikson
o Opeenvolging v 8 verschillende fasen
o In elke fase zich emotioneel/sociaal aanpassen an nieuwe situaties
o Werken aan uitbouw vd psychosociale identiteit = ‘je goed voelen in je vel & in je
omgeving’
o Volgens een vast, erfelijk voorgeprogrammeerd basisschema: universele
geldigheid (geldig over de hele wereld)
In elke levensfase komt er een kernconflict aan te pas
o Er komen nieuwe verwachtingen vanuit de omgeving waardoor onze realiteit niet
meer volstaat. Er ontstaat een crisis met een kernconflict met een negatieve &
een positieve pool