Auditieve ontwikkeling
Ontwikkeling auditieve perceptie + stimulatie bij DSH: opbouw
1. Perceptuele ontwikkeling
1.1. Normale ontwikkeling
2. Niveaus van perceptueel ontwikkelen
2.1. Unimodaal
2.2. Intermodaal
2.3. Integratie van seriële gegevens
3. Ontwikkelingsverloop van de auditieve perceptie
3.1. Voor de geboorte
3.2. Eerste 4 levensmaanden
3.3. 4-8 maanden
3.4. 8-12 maanden
3.5. Peuter
3.6. Kleuter
4. Hoorproces
4.1. Baby’s en peuters
4.2. Kleuters
1. Perceptuele ontwikkeling
1.1. Normale ontwikkeling
• Toenemende differentiatie, beginnend bij een minimaal aangeboren onderscheidingsvermogen
Binnenoor en cochlea zijn ontwikkeld vanaf de geboorte
• Alle zintuigen zijn ontwikkeld uit tastzin
• Tastspecificaties reuk, smaak, zien en horen ➔ tasten op afstand
• Tast ontwikkelt zich voor de geboorte: trillingen, druk en geluiden in de bloedvaten van de moeder
• Gehoor (afstandszintuig): voelen van geluidstrillingen op afstand:
o Ontwikkeling gehoororgaan (embryonaal)
o Ontwikkeling van de reactie van het kind op geluid
(➔ Therapie: trilvloer!!)
• Centrale zenuwstelsel nog niet volledig ontwikkeld bij geboorte (belangrijk bij horen!)
➔ Ontwikkeling gehoor is voltooid op 13 jaar
• Volledige ontwikkeling = afhankelijk van myelinisatie
o Eerste reactie op geluid: reflexmatig
o Einde myelinisatieproces: rond 4de levensjaar
▪ ➔ Einde myelinisatieproces visuele uitlopers: 5 maand
▪ Eerste 4 levensjaren: belangrijk voor auditieve stimulatie/hoortraining/taaltraining
1
, • Neuronen in de primaire en secundaire visuele en auditieve gebieden ontwikkelen zich niet op dezelfde
manier
• 4 jaar: zelfde ontwikkelingspeil
➔ Belang auditieve stimulatie
o Zo vroeg mogelijk
o Zo veel mogelijk
2. Niveaus van perceptueel functioneren
“Auditieve perceptie is de relatie tussen de auditieve prikkel en de reactie van de menselijke waarnemer daarop.”
De auditieve perceptie is een onderdeel van de totale perceptie via zintuigen. We stellen de niveaus van Piaget
voorop.
• Specifiek modale niveau
• Intermodale niveau
• Niveau van de integratie van seriële gegevens
2.1. Unimodaal niveau (uni = 1, modaal = waarneming) 0-4 m
• Tactiel-kinesthetisch
o In acht nemen prikkel ➔ grijpen als fixatiereactie ➔ afzoeken of aftasten
• Zicht (bv. Kleurverschil)
o Zien: opmerken ➔ fixeren & in het oog houden/volgen van de prikkel
• Gehoor (bv. Toonhoogte/toonsterkte)
o In acht nemen van prikkel (opmerkingsreactie) ➔ fixatiereactie (horen) & vertoevingsreactie
(luisteren)
➔ Zeer belangrijke basis! (Therapie)
2.2. Intermodaal niveau (tussen waarnemingen: verbanden) 4-8 m
• Intersensoriële associaties ➔ beginnende samenwerking
o Zien en zuigen
o Zien en grijpen
o Zien en horen
o Zien en stemgeven
• Rond de 6de levensmaand
o Grijpen naar een visueel waargenomen voorwerp
o Lokalisatie geluidsbron
o Sociaal oogcontact
2.3. Integratie van de seriële gegevens (alles samen) vanaf 8 m
• Verwerken van gegevens met temporeel karakter
• Verbanden leggen tussen opeenvolgende prikkels
• Integratie in tijd: anticipatie; verwachten dat de volgende prikkel komt (bij rituelen bv. Ik hoor auto, ik zie papa)
• Basis taalverwerving
• 18 maanden: semiotische functie (taal en spraak als tekensysteem ontdekken)
o Opeenvolgend waarnemen
o Optimale ontwikkeling
➔ Tweede helft van het tweede levensjaar
2
,3. Ontwikkelingsverloop van de auditieve perceptie
3.1. Voor de geboorte
• De ontwikkeling van de auditieve perceptie start reeds prenataal (vanaf 30 weken positieve reacties op
geluid)
o Welke geluiden?
▪ Endogeen geluid vb. Cardiovasculair geluid, darmactiviteit van de moeder, ademhaling,
geluiden afkomstig van de placenta
▪ De stem van de moeder
▪ Exterieure geluiden (hartslag van de baby gaat stijgen of dalen)
o Welke reacties?
▪ Extensie van ledematen
▪ Cochleo – palpebrale reflex
Snelle oogbeweging van kind als gevolg van plots klappen
▪ Oogbewegingen
• Reacties nemen toe naarmate de geboorte nadert
3.2. 0 – 4 maanden: unimodale fase
Reactie op auditieve prikkels • Reflexmatig (Moro, cochleopalbebrale, cefalische acoutrope,
ademhalingsreflex of wekreflex)
• Auditorische fixatie (+ gevoelswaarde)
• Aanvankelijk wirwar van geluiden, na enkele weken auditieve
selectie mogelijk
• Beginnende interesse
Spraak • Klanken uiten als sensomotorisch spel
Sensomotorisch spel: puur op gevoel
Toevallig als gevolg van emoties, beweging
➔ Bij DSH geen feedback
• Taalbad
Lokaliseren Beginnend reflexmatig hoofddraaien (rond 4 maanden)
Auditieve discriminatie en Reageert vooral op zeer vertrouwde geluiden (bv. Stem van de
identificatie moeder ➔ voeding)
3.3. 4 – 8 maanden: intermodale fase
Reactie op auditieve prikkels Veel belangstelling voor geluid, reageert verschillend op geluiden
Spraak • Vocaal spel: zichzelf en omgeving nabootsen komt op gang
(audiolinguale feedback)
Vocaal spel: ik produceer iets en ik hoor het
• Taalspecifiek, enkel na voldoende taalaanbod
Lokaliseren Kan lokaliseren:
• Horizontaal op ooghoogte
• Onrechtstreeks omhoog (5 ½ maand)
Auditieve discriminatie en Verschil in reactie volgens geluid (vertrouwd vs niet vertrouwd)
identificatie
3
, 3.4. 8 – 12 maanden: fase van integratie van seriële gegevens
Reactie op auditieve prikkels Maximale reactie op spraak
Spraak • Brabbelen: bootst klankveranderingen na (audiolinguale
feedback)
• Beurtnemen
• Trekt aandacht door klankproducties (10 maanden):
hoesten, roepen, woordjes ➔ als ik roep, komt mama
Lokaliseren Lokalisatie verfijnt:
• Zeer snelle oriëntatie horizontaal
• Lokalisatie naar onder en boven
• Directe diagonale oriëntatie
Auditieve discriminatie en Reageert op commando’s (nog geen zinsbegrip)
identificatie Geniet van zang en muziek
+ 9 maanden treedt het onmiddellijk geheugen in werking: kan handeling nabootsen
3.5. Peuter
Reactie op auditieve prikkels Vooral interesse voor geluiden die weinig verschillen van de gekende
geluiden (houdt van herhaling)
Nieuw: auditief ritme Gevoel voor ritme ontwikkelt:
• Natikken van een eenvoudig maatpatroon
• Zingen op maat
• Herkennen van kinderliedjes en rijmpjes
Spraak Zinsmelodie (vanaf 18 maanden in éénwoordzin) (audiolinguale
feedback)
Lokaliseren • Identificatie van vertrouwde geluiden en stemmen
• Positieve reactie bij vriendelijke stem
• Voorkeur voor muziek boven ruis en moederstem boven
muziek
• Begrijpen van eenvoudige instructies
• Verdere verfijning van het discriminatievermogen i.f.v.
spraakontwikkeling (audiolinguale feedback)
Auditief geheugen Auditief geheugen breidt verder uit
3.6. Kleuter
Reactie op auditieve prikkels Luisteren om te leren: nieuwe woorden, gesprekken van
volwassenen, verhaaltjes uit prentenboeken
Auditief ritme Verdere ontwikkeling van het ritme
• Hand en voetgetrap verloopt synchroon met de muziek (5
jaar)
• Ritmisch dansen op muziek (5 jaar)
Spraak Steeds betere articulatie door de vrijwel optimale
spraakdiscriminatie (einde kleuterleeftijd) (audiolinguale feedback)
Auditieve discriminatie en Verdere verfijning van discriminatie:
identificatie • Melodieën, tonen, timbres
• Fijnere discriminatie van zinnen, woorden en klanken
Toenemende identificatie van non-verbaal en verbaal materiaal
Auditief geheugen Uitbreiding van het auditief geheugen met de leeftijd
• Aantal cijfers/lettergrepen/woorden
Auditieve analyse en synthese • Rijmen (5 jaar)
• Sound blending
4