Deel 1: Sociaal-emotionele
ontwikkeling als inspiratiebron voor
begeleiden
Aanknopend bij wat voorafging
1. Het doel van agogisch handelen: QoL
Doel van (ortho)agogisch handelen: het verbeteren van het welzijn
van individuen of groepen
Kwaliteitsvolle zorg is gericht op verbetering van QoL
o De 8 domeinen die samen het persoonlijk welzijn bepalen
Emotioneel welbevingen, interpersoonlijke relaties,
persoonlijke ontploiing, lichamelijk welbevinden,
zelfbepaling, sociale inclusie, materieel welbevinden,
rechten
o Deze domeinen zijn universeel, maar de invulling is subjectief
Elk persoon geeft er een eigen betekenis aan
Emotioneel welbevinden is een centraal domein in de kwaliteit van
bestaan van elk mens
o Emotionele ontwikkeling is een even belangrijke dimensie in
de persoonlijkheid van personen met een verstandelijke
beperking als lichamelijke + cognitieve ontwikkeling en
ontwikkeling van vaardigheden
Een agogische verantwoorde begeleider heeft steeds de QoL in al
zijn facetten voor ogen
o Een beheersmatige visie en aanpak gaat voorbij aan
De plaats/betekenis van het probleem in he licht van
QoL
De onbedoelde ongewenste effecten die onze gekozen
aanpak heeft op QoL van de persoon
2. Het belangrijkste werkinstrument bij agogisch handelen: de relatie
De relatie tussen begeleider en cliënt is een noodzakelijke
voorwaarde om de cliënt te versterken
o Deze verbinding/dialoog kan door heel uiteenlopende
uitdagende situaties bedreigd of verstoord zijn
Vb: agressie, zelfisolatie, zelfbevuiling, zelfverwonding,
…
3. Opvoeder-begeleider zijn vs. voor opvoeder-begeleider studeren
Bewust omgaan met eigen veerkracht en het behouden van
ademruimte
o Kan ondersteund worden door eigen inzichten en vaardigen
die verworden kunnen worden
Begeleiden begint met het aangaan van een betekenisvolle relatie
met de cliënt
Deze emotionele verbinding kan onder druk staan door een
uitdagende situatie met de cliënt
, o Men geeft een eerste reactie een inschatting weer
(buikgevoel)
Dit werkt niet
o Als begeleider nadenken over wat ik nodig heb in deze
situatie
= Ademruimte geven en nemen (= vitaliteit/overschot),
nadenken over wat heb ik nodig om ademruimte te
krijgen
o Creëren van een helpende beeldvorming rond ademruimte
Wederzijdse emotionele beschikbaarheid als
bedding voor het ontwikkelen van een veilige
gehechtsheidsrelatie
1. Wederzijdse emotionele beschikbaarheid: wat?
Cliënt die zich niet veilig voelt, stress ervaart voelt zich niet
gezien of begrepen
o Zal minder emotioneel beschikbaar zijn
Begeleider die zich niet veilig voelt, stress ervaart, vermoeid is
voelt zich niet herkend of begrepen, bezit minder vitaliteit
o Zal minder (of geen) overschot hebben
Tussen cliënt en begeleider is er een voortdurende wisselwerking
wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Wedzezijdse emotionele beschikbaarheid
o = Een kader om begeleiders te ondersteunen in het beter
afstemmen op de emotionele ontwikkelingsnoden van de
cliënten
o = Een kader om de basishouding van de begeleider bewust
vorm te geven en de begeleidingsstijl te verrijken en te
verfijnen
Erik De Belle
o Onderscheid 4 dimensies met betrekking tot emotionele
beschikbaarheid van de ouder vertaald naar de positie van
de begeleider
Sensitieve responsiviteit: aanvoelen en gepast reageren
Sensitief structureren: houvast en ‘helpende’ grenzen
Niet-intrusiviteit: niet-indringendheid, ruimte
bieden/laten
Niet-vijandigheid: mildheid
Deze dimensies zijn onderling te integreren
o Een goede afstemming vraagt het bieden van een sentieve
structuur waaarbij vanuit een milde houding ruimte gecreëerd
wordt met respect voor de grenzen van de cliënt
De begeleider let op
o De reacties van de cliënt
o De manier waarop zijn begeleiders in het contact probeert te
betrekken
De eigenheid van de relatie ligt in de dynamiek, het actief en
circulair op elkaar inspelen van de verschillende cliënt- en
begeleider-dimensies geen statisch geheel
, Begeleider Cliënt
Sensitieve responisviteit Responsiviteit
Aanvoelen en gepast reageren Van kind/jongere/cliënt
Sensitief structureren
Mentaliser Houvast en ‘helpende’ grenzen
en Niet-intrusiviteit Contactinitiatieven
Niet-indringendheid, ruimte Van kind/jongere/cliënt
bieden/laten
Niet-vijandigheid
Mildheid
2. Mentaliseren
Mentaliseren: een patroon dat zich over verschillende dimensies
heen buigt
o Het zien/herkennen van de emotionele noden van de cliënt en
daarop gepast afstemmen
Voorbij het gedrag kijken welk emotioneel proces zit
erachter
Het gedrag zien als een uiting van ‘mentale processen’
o Het zien/herkennen + omgaan met/erkennen van eigen
emotionele noden
Wat zijn de signalen van stress en negatieve emoties
Gedrag van de cliënt + eigen gedrag= signaal van mentale
processen
o Emoties, gedachten, overtuigingen, verwachtingen, frustraties
o = Emotioneel begrijpen of mentaliseren
Mentaliseren is noodzakelijk (maar niet voldoende) om het gedrag
van de cliënt te lezen + vormt een kompas in relationele
afstemming
o Mentaliseren als basis voor het ontwikkelen van een duurzame
onverwoordelijke begeleidersrelatie
Mentaliseren gaat over hypotheses / veronderstellingen over wat er
in de ander omgaat en zijn gedrag bepaalt (ik zou graag een dagje
in je hoofd kunnen kijken)
o De waarde van jouw hypothesen moet je steeds aftoetsen
In gesprek gaan met de cliënt samen mentaliseren
o Eigen mentalisaties evalueren
Effect van het eigen handelen op de verbinding met
cliënt
Zie je rust terugkeren of spanning toenemen bij de
cliënt?
Oog voor effect binnen jezelf
Ervaar je rust of eerder stress?
Stemt jouw gedrag overeen met de wie je wilt zijn?
Zowel noden van de cliënt als de noden van de begeleider spelen
een rol
Mentaliseren is geen zuiver rationeel gebeuren speelt niet enkel
in het hoofd maar erkent ook ons buikgevoel of intuïtie
o Intuïtie: impliciete kennis vermengd met jouw emotionele
arousal
, o Emotionele arousal: de mate waarin jouw autonoom
zenuwletsel geactiveerd is functies die grotedeels buiten ons
bewuste controle verlopen (vb: ademhaling, hartslag,
spijsvertering)
Als begeleider optimaal functioneren emotioneel arousal blijft in
groene zone
o Een te hoog aurosal vermindert de helderheid van denken +
het vermogen om te mentaliseren
o Als begeleider steeds kunnen erkennen hoe het gedrag van de
cliënt jou raakt + herkennen hoe je lichaam daarop reageert
Window of tolerance
Impliciete kennis over de cliënt
o Eerdere ervaringen met de cliënt vormen het beeld waarmee
je een beeld van de cliënt opbouwt wat heb ik gehoord,
meegemaakt, gezien
Voordeel: vlotter spontaan afstemmen op die cliënt
Nadeel: die intuïtieve beeldvorming wegen negatieve
ervaringen zwaarder mee dan positieve ervaringen
o Een negatief gekleurde kijk op een cliënt zet spanning onder
de verbinding met die cliënt
Impliciete kennis over zichzelf als begeleider
o Wat zijn mijn kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën
en hoe roept de cliënt die kenmerken van mij op blinde vlek
herkennen
Bij mentaliseren maak je de voortdurende LIFT-beweging tussen
deze impliciete vormen van kennis, jouw buikgevoel, enerzijds en
jouw hoofd, denken/theoretische kader/reflectie anderzijds
3. Sensitieve responsiviteit
Sensitieve responsiviteit
o Sensitiviteit (aanvoelen): de mate waarin je als begeleider
afgestemd bent op de emotionele toestand van de cliënt, en in
staat bent die signalen juist te interpreteren
o Responsiviteit: op passende wijze en tijdig te reageren
Afstemmen en gepast reageren
3.1. Aanvaarden van de persoon
Onvoorwaardelijke acceptatie: wanneer een cliënt gedrag stelt
dat ons ‘vreemd’ overkomt of soms ver weg ligt van wat als de
‘norm’ wordt beschouwen + zet de relatie onder druk
o Soms moeilijk om de persoon te aanvaarden in zijn
eigenheid, kwaliteiten en noden, verlangens en uniek
verhaal
o Een groot vermogen van mildheid nodig
Onvoorwaardelijke acceptatie elk, (storend) gedrag accepteren
3.2. Delen van plezier en positieve perspectieven
Delen van plezier vomt een graadmeter
Verbinding onder spanning ruimte voor dialogische
grondvormen (vb “samen spelen” (Ter Horst)) krimpt
Out of the box denken Basistools voor begeleider
o Gepast gedoseerd en goed getimed