Deel 1: Toxicologie
H1: Toxicologie als vakgebied
inleiding
Domeinen:
o Klinische toxicologie => dosis bepaalt of toxische stoffen giftig zijn + link aan symptoom
o Arbeidstoxicologie => arbeiders blootgesteld voor langere periode
o Mechanische toxicologie => manier waarop toxische stoffen hun effect veroorzaken
o Analytische toxicologie => bepaling toxische stoffen kwantitatief en kwalitatief
o forensische toxicologie => aantonen van accidentele of opzettelijke toxicologie
o voedingstoxicologie => kwaliteit voedingsmiddel
o milieu- en ecotoxicologie => bv pesticiden
functies toxicologen:
o mechanismen onderzoeken
o analytische procedures ontwikkelen/verbeteren
o Veiligere chemische producten ontwikkelen
o Veiligere geneesmiddelen ontwikkelen
o Bepaal risico's voor chemische blootstelling
o Behandelingen voor chemische blootstelling ontwikkelen
o Onderwijs
H2: vergiftiging als maatschappelijk verschijnsel
Inleiding
Vergiftiging => verstoring fysiologische functies door chemische stof waardoor lichamelijke
conditie niet meer gezond is => ziekteverschijnselen
o Intensiteit afhankelijk van:
Soort vergif => gevaar
Hoeveelheid opgenomen in lichaam => dosis
Lichamelijke conditie persoon en individuele gevoeligheid
Levensomstandigheden en -gewoonten van persoon
Vergiftiging door contact met de natuur
Planten => meeste zijn bekend en herkenbaar
o Cassave => landbouwgewas die cyaniden bevat
o Peulvruchten => bevatten giftige eiwitten die darmfunctie kunnen veroorzaken
Verdwijnt wanneer deze worden verwarmd
o Andere gewassen bevatten ook toxinen => bv solanine in aardappelen
In normale dosis niet schadelijk
1
, o Eten met juiste samenstelling aan nutriënten => invloed op kanker
Dieren => kwallen, spinnen, slangen …
o Kogelvis => bevat tetrodotoxine in bepaalde organen
o Vissen en weekdieren => bevatten soms saxitoxine => controle door FAVV
o Hoeveelheid is belangrijk => kunnen nitriet of nitrosamines bevatten
Kankerverwekkend
Verhitten van vlees en vis => vorming kankerverwekkende stoffen
Schimmels en bacteriën => voedingsmiddelen besmet met toxinevormers
o Aflatoxines => infecteren bv mais => schade aanbrengen aan lever en kankerverwekkend
o Botulinetoxine => sterk gif dat voorkwam in vleeswaren
Verminderd door gebruik van conserveermiddelen (nitriet)
o Salmonella en listeria => voedselvergiftiging door bacteriën
Mineralen => dualistische karakter => kleine hoeveelheden zijn goed, grote slecht
o Fluor => in vulkaangebieden met hoge concentratie in water => gebit en been
ontwikkeling aantasten
o Arseen => geeft zwarte vlekken op handen
Vergiftigingen als gevolg van industriële bedrijvigheid
Vergiftigingen door het beroep => omgeving
o Loodvergiftiging => nemen een te hoog percentage lood op
o Softenon => geneesmiddel met thalidomide als actieve stof => geboorteafwijkingen
Intentionele vergiftigingen
Executiemiddel => bv concurrent uitschakelen
Oorlogsinstrument => bv gifgas, mosterdgas of traangas
Bestrijding van planten en dieren => bv pesticide
Geestverruimend => stimulerende middelen
Zelfintoxicatie => overdosis geneesmiddelen
H3: het lot van toxische stoffen in het milieu en in organismen
Inleiding
Optreden toxisch effect => afhankelijk van hoeveelheid op kwetsbare plaats in lichaam
o Hoeveel komt daar terecht
o Hoeveelheid t.o.v. bloodstellingsniveau
o Hoeveelheid t.o.v. hoeveelheid in milieu
Vergiftiging volgt verplaatsingsproces => lot van de stof
o Van bron tot onmiddellijke omgeving
o Van onmiddellijke omgeving tot op plaats van werking
2
, Het lot van stoffen in het milieu
Omstandigheden aan de bron => 4 parameters
o Plaatsen waar introductie plaatsvindt
Distributieve bron => stoffen gelijktijdig op meerdere plaatsen terecht
Niet-distributieve of puntbron => komt op nauwkeurig omschreven plaats terecht
o Duur van introductie
Enkelvoudig => incidentele dumpingen bv ongeval tankauto
Meervoudig
Continu
o Vorm en hoeveelheid waarin de stof in het milieu terechtkomt => zuiver, gemengd …
Meeste stoffen komen in onzuivere vorm in milieu terecht
o Hoeveelheid stof => belangrijkste factor
Verplaatsing en omzetting in het milieu => afhankelijk van eigenschappen stof en milieu
o Belangrijkste factoren die er voor zorgen dat de stof bij introductie (A) minder bij B komt
V = verspreidingsverlies
Bij bv hevige wind of woelig water
Uitwisseling water en lucht
I = influx
Via bv regen komen stoffen uit lucht in water terecht bv zure regen
A = adsorptie
Aan bodem of sediment adsorberen
D = desorptie => stof die vrijkomt van oppervlak
Evenwicht tussen adsorptie en desorptie
T = transformatie in milieu
Biotische en abiotische factoren wordt chemische structuur aangepast
Ontstaan van toxische stoffen (+,=of-)
Door bv hydrolyse, oxidatie processen of door micro-organismen
Het lot van stoffen binnen het organismen
Verplaatsingen en omzettingen binnen het organismen:
o Belangrijke factoren:
B = uitwendige blootstelling
Hoeveelheid opname c
C = dosis
Opgenomen hoeveelheid uit uitwendige blootstelling
D = hoeveelheid op plaats effect of receptor
3