Gedragswetenschappen - Stromingen in de
ontwikkelingspsychologie p.19-31
Biologisch perspectief
Biologisch perspectief = bestudeert vooral de rol van het lichaam, de
hersenen en het menselijk gedrag
1. Evolutionaire psychologie
Evolutionaire psychologie = gaat ervan uit dat onze ontwikkeling
voortvloeit uit de genetische erfenis van onze voorouders.
Genen → resultaat miljoenen jaren ontw.
Genotype = verzameling overgeërfde eigenschappen van een individu
→ goede/geen goede omstandigheden zorgen ervoor dat het genotype zich wel of niet
kan ontplooien tot het fenotype
Fenotype = waarneembare, ontwikkelde kenmerken van het individu
Charles Darwin grondlegger stroming met theorie natuurlijke selectie
2. Rijpingstheorie
Arnold Gesell → pasten ideeën darwin toe op psychologie
Besluit: beschouwde ontwikkeling als de rijping en groei van het
individu, alle kinderen dezelfde stappen in ontwikkeling, in dezelfde
volgorde maar elk op hun eigen tempo.
3. Epigenetica
Epigenetica = leefomstandigheden en ervaringen de manier waarop genen tot uiting
komen kunnen veranderen. invloeden van buitenaf zoals roken, voeding, stress,
luchtvervuiling, trauma's kunnen genfunctie beïnvloeden. → bepaalde genen aan en uit,
DNA blijft hetzelfde maar andere manier afgesteld
Chromosoom → uit dna. gen bevat code voor aanmaak van eiwitten
→ eiwitten bepalen mee eigenschappen. bij actieve gen kan eiwit
zijn taak vervullen
Epigenetische verandering zorgt ervoor gen anders gaat functioneren
zonder DNA te veranderen
Epigenetische factor nature → als overgeërfd
nurture → bij individu zelf ontstaat
Mutatie = erfelijke wijziging in de genen waarbij de DNA-code veranderd
, Psychoanalyse
1. Ontwikkeling volgens de psychoanalyse
Psychoanalyse = geloven dat ervaringen uit onze kindertijd een sterke
invloed hebben op ons latere gedrag, vaak niet bewust van ervaringen
Erik Erikson → geloofde dat mensen door 8 fases gaan, in elke fase een crisis door, als
crisis goed verloopt ontw identiteit persoon verder, werd geïnspireerd door
Freud.
Sigmund Freud = grondlegger psychoanalyse, luisteren naar de patiënt stond centraal.
→ grondlegger gespreks en luistertherapie
Erogene lichaamszone = in iedere fase accoiceerde hij
genot/bevrediging met een deel van het lichaam
Psychoseksuele ontwikkelingsfases:
1. De orale fase (geboorten -1 jaar)
Fase van de zonde van de mond, de tong en lippen zijn het meest
gevoelig voor prikkelingen.
Pasgeboren baby wilt eten, door het eten van voedsel ervaart hij orale
bevrediging. Ook verkent een baby met zijn mond zoals met speelgoed.
2. De anale fase (2-3 jaar)
Anaal verwijst naar het begrip anus. De streek rond de anus word rond
2 jaar rijp waardoor ze een erogene zone word. Dan meestal starten ze
met zindelijkheidstraining om de beheersing sluitspieren te leren. door
ontlasting op te houden of zich te ontlasten treed er bevrediging op.
3. De fallische fase (3-6)
Fallisch betekent penis. Deze fase is voor zowel jongens als meisjes.
Vanaf 3 jaar ontdekken kleuters lustgevoelens aan de
geslachtsorganen. Tijdens rollenspellen ontdekken ze het lichaam van
het andere geslacht, besef dat ze fysiek verschillen
Meisjes: ervaren penissnijd = beseffen dat ze geen penis hebben en het
gevoel dat haar lichaam onvolledig is. Hierdoor worden ze jaloers.
Jongens: ervaren het oedipuscomplex = de jongen is sterk aan zijn
moeder gehecht en hij ziet zijn vader als rivaal en heeft negatieve
gevoelens voor hem (kan ook andersom)
ontwikkelingspsychologie p.19-31
Biologisch perspectief
Biologisch perspectief = bestudeert vooral de rol van het lichaam, de
hersenen en het menselijk gedrag
1. Evolutionaire psychologie
Evolutionaire psychologie = gaat ervan uit dat onze ontwikkeling
voortvloeit uit de genetische erfenis van onze voorouders.
Genen → resultaat miljoenen jaren ontw.
Genotype = verzameling overgeërfde eigenschappen van een individu
→ goede/geen goede omstandigheden zorgen ervoor dat het genotype zich wel of niet
kan ontplooien tot het fenotype
Fenotype = waarneembare, ontwikkelde kenmerken van het individu
Charles Darwin grondlegger stroming met theorie natuurlijke selectie
2. Rijpingstheorie
Arnold Gesell → pasten ideeën darwin toe op psychologie
Besluit: beschouwde ontwikkeling als de rijping en groei van het
individu, alle kinderen dezelfde stappen in ontwikkeling, in dezelfde
volgorde maar elk op hun eigen tempo.
3. Epigenetica
Epigenetica = leefomstandigheden en ervaringen de manier waarop genen tot uiting
komen kunnen veranderen. invloeden van buitenaf zoals roken, voeding, stress,
luchtvervuiling, trauma's kunnen genfunctie beïnvloeden. → bepaalde genen aan en uit,
DNA blijft hetzelfde maar andere manier afgesteld
Chromosoom → uit dna. gen bevat code voor aanmaak van eiwitten
→ eiwitten bepalen mee eigenschappen. bij actieve gen kan eiwit
zijn taak vervullen
Epigenetische verandering zorgt ervoor gen anders gaat functioneren
zonder DNA te veranderen
Epigenetische factor nature → als overgeërfd
nurture → bij individu zelf ontstaat
Mutatie = erfelijke wijziging in de genen waarbij de DNA-code veranderd
, Psychoanalyse
1. Ontwikkeling volgens de psychoanalyse
Psychoanalyse = geloven dat ervaringen uit onze kindertijd een sterke
invloed hebben op ons latere gedrag, vaak niet bewust van ervaringen
Erik Erikson → geloofde dat mensen door 8 fases gaan, in elke fase een crisis door, als
crisis goed verloopt ontw identiteit persoon verder, werd geïnspireerd door
Freud.
Sigmund Freud = grondlegger psychoanalyse, luisteren naar de patiënt stond centraal.
→ grondlegger gespreks en luistertherapie
Erogene lichaamszone = in iedere fase accoiceerde hij
genot/bevrediging met een deel van het lichaam
Psychoseksuele ontwikkelingsfases:
1. De orale fase (geboorten -1 jaar)
Fase van de zonde van de mond, de tong en lippen zijn het meest
gevoelig voor prikkelingen.
Pasgeboren baby wilt eten, door het eten van voedsel ervaart hij orale
bevrediging. Ook verkent een baby met zijn mond zoals met speelgoed.
2. De anale fase (2-3 jaar)
Anaal verwijst naar het begrip anus. De streek rond de anus word rond
2 jaar rijp waardoor ze een erogene zone word. Dan meestal starten ze
met zindelijkheidstraining om de beheersing sluitspieren te leren. door
ontlasting op te houden of zich te ontlasten treed er bevrediging op.
3. De fallische fase (3-6)
Fallisch betekent penis. Deze fase is voor zowel jongens als meisjes.
Vanaf 3 jaar ontdekken kleuters lustgevoelens aan de
geslachtsorganen. Tijdens rollenspellen ontdekken ze het lichaam van
het andere geslacht, besef dat ze fysiek verschillen
Meisjes: ervaren penissnijd = beseffen dat ze geen penis hebben en het
gevoel dat haar lichaam onvolledig is. Hierdoor worden ze jaloers.
Jongens: ervaren het oedipuscomplex = de jongen is sterk aan zijn
moeder gehecht en hij ziet zijn vader als rivaal en heeft negatieve
gevoelens voor hem (kan ook andersom)