Consumentenpsychologie
H1
Wetenschappelijk onderzoek:
1. Een hypothese stellen
2. Objectieve data verzamelen
3. De resultaten analyseren
4. De resultaten publiceren, bekritiseren, …
Vb: Er zijn 2 groepen
1. de ene groep krijgt frisdrank met suiker en de ander zonder.
2. Kijken hoe beide groepen zich gedragen, bloed laten prikken…
3. Analyse maken van de data.
4. Publiceren
Hoe voer je het wetenschappelijk onderzoek?
1. Observatie
2. Test
3. Interview en enquête
4. Experiment
Observatie:
Vb. een klant in een winkel observeren. Kijken welke route ze nemen in de
winkel, waar ze naar kijken, wat zit er in hun kar…
Het nadeel: als je weet dat je geobserveerd wordt, kan je gedragen
veranderen. Dus een optie is om “stiekem” te observeren.
Test:
Wat kan je allemaal testen: ADHD, IQ, sociale vaardigheden…
Het nadeel: het is een moment opname. Het kan zijn dat je gestresseerd
bent, een kater hebt, een slechte dag hebt gehad… Dus daarom slecht
presteert.
Kenmerken van de test:
Betrouwbaarheid: Vb. ik doe onderzoek in België en iemand in Canada,
de resultaten moeten hetzelfde zijn
Validiteit: Meten wat er gemeten moet worden. Vb. ik word gebuisd op dit
vak ook al haal ik 80% op mijn examen puur door mijn dt fouten i.p.v. de
, kennis voor het vak. Objectiviteit: Moet neutraal blijven, niet je eigen
mening.
Interview en enquête:
Het voordeel aan een enquête: anoniem, de data is makkelijk te
analyseren, het kost niks en veel mensen kunnen op hetzelfde moment
antwoorden…
Het nadeel: je kan niet in de diepte gaan, je kan niet vragen waarom ze
dat hebben geantwoord, het duurt soms te lang…
Kenmerken van een enquête: Veel proefpersonen en je komt cijfers uit.
(Een examenvraag kan zijn welke onderzoeksmethode is dit?) ->
Sociaal wenselijk antwoord (gebeurt bij interviews) = wat er verwacht
wordt dat een mens zou zeggen. Vb. kijkt u porno? Sociaal wenselijk
antwoord= neen
Experiment (belangrijk voor het examen)
Typisch aan een experiment: je manipuleert de situatie en je houdt de boel
onder controle.
Experiment?
– Onafhankelijke variabele = de manipulatie, dit is wat de exp.
groep krijgt
– Afhankelijke variabele = het effect van de manipulatie
– Experimentele groep = de groep die de manipulatie krijgt
toegediend
– Controlegroep = deze groep krijgt geen manipulatie
toegediend
Examenvraag: haal me hier de onafhankelijke variabele uit.
Zie dia 56-60 voor Vb.
H2
Ander woord voor perceptie = waarnemen
Vijf sensoriele systemen
1. Visuele gewaarwording
visuele elementen gebruiken in reclame, verpakking, kleur,..
H1
Wetenschappelijk onderzoek:
1. Een hypothese stellen
2. Objectieve data verzamelen
3. De resultaten analyseren
4. De resultaten publiceren, bekritiseren, …
Vb: Er zijn 2 groepen
1. de ene groep krijgt frisdrank met suiker en de ander zonder.
2. Kijken hoe beide groepen zich gedragen, bloed laten prikken…
3. Analyse maken van de data.
4. Publiceren
Hoe voer je het wetenschappelijk onderzoek?
1. Observatie
2. Test
3. Interview en enquête
4. Experiment
Observatie:
Vb. een klant in een winkel observeren. Kijken welke route ze nemen in de
winkel, waar ze naar kijken, wat zit er in hun kar…
Het nadeel: als je weet dat je geobserveerd wordt, kan je gedragen
veranderen. Dus een optie is om “stiekem” te observeren.
Test:
Wat kan je allemaal testen: ADHD, IQ, sociale vaardigheden…
Het nadeel: het is een moment opname. Het kan zijn dat je gestresseerd
bent, een kater hebt, een slechte dag hebt gehad… Dus daarom slecht
presteert.
Kenmerken van de test:
Betrouwbaarheid: Vb. ik doe onderzoek in België en iemand in Canada,
de resultaten moeten hetzelfde zijn
Validiteit: Meten wat er gemeten moet worden. Vb. ik word gebuisd op dit
vak ook al haal ik 80% op mijn examen puur door mijn dt fouten i.p.v. de
, kennis voor het vak. Objectiviteit: Moet neutraal blijven, niet je eigen
mening.
Interview en enquête:
Het voordeel aan een enquête: anoniem, de data is makkelijk te
analyseren, het kost niks en veel mensen kunnen op hetzelfde moment
antwoorden…
Het nadeel: je kan niet in de diepte gaan, je kan niet vragen waarom ze
dat hebben geantwoord, het duurt soms te lang…
Kenmerken van een enquête: Veel proefpersonen en je komt cijfers uit.
(Een examenvraag kan zijn welke onderzoeksmethode is dit?) ->
Sociaal wenselijk antwoord (gebeurt bij interviews) = wat er verwacht
wordt dat een mens zou zeggen. Vb. kijkt u porno? Sociaal wenselijk
antwoord= neen
Experiment (belangrijk voor het examen)
Typisch aan een experiment: je manipuleert de situatie en je houdt de boel
onder controle.
Experiment?
– Onafhankelijke variabele = de manipulatie, dit is wat de exp.
groep krijgt
– Afhankelijke variabele = het effect van de manipulatie
– Experimentele groep = de groep die de manipulatie krijgt
toegediend
– Controlegroep = deze groep krijgt geen manipulatie
toegediend
Examenvraag: haal me hier de onafhankelijke variabele uit.
Zie dia 56-60 voor Vb.
H2
Ander woord voor perceptie = waarnemen
Vijf sensoriele systemen
1. Visuele gewaarwording
visuele elementen gebruiken in reclame, verpakking, kleur,..