Oplossing
1. Meerkeuzevragen
1. Wat betekent scheiding der machten?
Antwoord: A. Dat de macht verdeeld is over wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht.
2. Welke bevoegdheid hoort NIET bij de federale overheid?
Antwoord: B. Onderwijs.
3. Wat is het Hof van Cassatie?
Antwoord: B. Het hoogste rechtscollege dat procedurefouten
beoordeelt.
4. Welke fundamentele rechten vallen onder sociale
grondrechten?
Antwoord: B. Recht op huisvesting en gezondheidszorg.
2. Waar of niet waar?
1. België heeft vier taalgebieden: Nederlands, Frans, Duits en Engels.
Antwoord: Niet waar (Engels is geen officieel taalgebied).
2. De koning van België kan wetten ondertekenen en eigen wetten
voorstellen.
Antwoord: Niet waar (de koning ondertekent wetten, maar stelt ze
niet zelf voor).
3. De scheiding der machten voorkomt machtsmisbruik door de
overheid.
Antwoord: Waar.
4. De Europese Unie heeft invloed op het Belgisch beleid, bijvoorbeeld
via milieuregels.
Antwoord: Waar.
3. Toepassingsvragen
1. Welke rechtbank is bevoegd?
o Situatie 1: Jan rijdt dronken en veroorzaakt een ongeval.
Antwoord: Politierechtbank.
o Situatie 2: Eva wil scheiden en vraagt de voogdij over haar
kinderen.
Antwoord: Familie- en jeugdrechtbank.
1. Meerkeuzevragen
1. Wat betekent scheiding der machten?
Antwoord: A. Dat de macht verdeeld is over wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht.
2. Welke bevoegdheid hoort NIET bij de federale overheid?
Antwoord: B. Onderwijs.
3. Wat is het Hof van Cassatie?
Antwoord: B. Het hoogste rechtscollege dat procedurefouten
beoordeelt.
4. Welke fundamentele rechten vallen onder sociale
grondrechten?
Antwoord: B. Recht op huisvesting en gezondheidszorg.
2. Waar of niet waar?
1. België heeft vier taalgebieden: Nederlands, Frans, Duits en Engels.
Antwoord: Niet waar (Engels is geen officieel taalgebied).
2. De koning van België kan wetten ondertekenen en eigen wetten
voorstellen.
Antwoord: Niet waar (de koning ondertekent wetten, maar stelt ze
niet zelf voor).
3. De scheiding der machten voorkomt machtsmisbruik door de
overheid.
Antwoord: Waar.
4. De Europese Unie heeft invloed op het Belgisch beleid, bijvoorbeeld
via milieuregels.
Antwoord: Waar.
3. Toepassingsvragen
1. Welke rechtbank is bevoegd?
o Situatie 1: Jan rijdt dronken en veroorzaakt een ongeval.
Antwoord: Politierechtbank.
o Situatie 2: Eva wil scheiden en vraagt de voogdij over haar
kinderen.
Antwoord: Familie- en jeugdrechtbank.