H1 – SCHIZOFRENIE EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
A. SYMPTOMEN
Psychotische symptomen ≠ psychotische stoornis
Positieve symptomen (1,2,3) = iets erbij = teveel dopa mesolimbisch
1. WANEN
- Inhoudelijke denkstoornis, vaste overtuiging, niet vatbaar voor tegendeel, pt zelden inzicht
- Achtervolgingswaan >> - Beïnvloedingswaan
- Betrekkingswaan - Jaloerse waan
- Grootheidswaan - Somatische waan
- Erotome waan (syndroom v Clérambault)
2. HALLUCINATIES
- Waarnemingsstoornis, zintuigelijke ervaring zonder externe stimulus, pt zelden inzicht
- Komen voor bij schizofrenie, manie, depressie, delirium, dementie…
- Auditieve hallucinaties >> enkelvoudig << stemmen
2e of 3e persoon, CAVE bevelshallucinatie = urgentie !
Zinnen en conversaties > negatieve woorden > seksueel
- Visuele hallucinaties enkelvoudig of taferelen
- Tactiele hallucinaties delirium tremens, ≠ somatisatie
- Olfactorische hallucinaties vaak samen met wanen/andere hallucinaties (DD hersentumor)
- Gustatorische hallucinaties vaak samen met wanen (vb vergiftigingswaan)
3. GEDESORGANISEERD DENKEN (FORMELE DENKSTOORNISSEN)
- Formele denkstoornis, vorm van denken = verstoord
- Associatief denken tangentialiteit
- Neologismen nieuw woord voor wanen/hallucinaties
- Versperring in het denken gedachtenblokkering
- Gestoord taalbegrip alles letterlijk opnemen, metaforen X
4. GEDESORGANISEERDE OF ABNORMALE PSYCHOMOTORIEK
- Van gekkigheid tot onvoorspelbare agitatie
- Katatoon gedrag motorisch negativisme, katalepsie, mutisme en stupor,
= ALARMSYMPTOOM katatone opwinding, stereotype bewegingen
5. NEGATIEVE SYMPTOMEN
- Iets van het normale gedrag verloren, te weinig dopa frontaal (mescorticaal)
- Affectieve vervlakking
- Avolitie
- Alogie
- Anhedonie
- Sociaal terugtrekgedrag
1
,6. ANDERE SYMPTOMEN
- Depressieve symptomen >>
- Agressieve symptomen & agitatie, geen inzicht → beperkte toerekeningsvatbaarheid
- Middelenmisbruik = dopa ↑ + symptomen verergeren
- BEHOUD van intelligentie >< wel cognitief moeilijk (aandacht), gestoord schooltraject
7. IMPACT OP QoL
B. ZIEKTEBEELDEN IN “SCHIZOFRENIE & ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN”
1. SCHIZOFRENIE
- ≥ 2 vd 5 symptomen ↑ significant deel vd tijd aanwezig in 1m, ≥ 1 moet een + sympt zijn
- Niveau van functioneren op min 1 levensgebied < niveau voor stoornis
- Duur: min 6m ononderbroken
- Depressieve symptomen !!! 1/10 overlijdt door suïcide (gewelddadig >)
2. SCHIZOFRENIFORME STOORNIS
- ≥ 2 vd 5 symptomen ↑ significant deel vd tijd aanwezig in 1m, ≥ 1 moet een + sympt zijn
- Duur: tussen 1m-6m
3. KORTDURENDE PSYCHOTISCHE STOORNIS
- ≥ 1 vd 4 symptomen (excl - sympt) ↑ significant aanwezig in 1m, min 1 moet een + sympt zijn
- Duur: tussen 1d-1m
- Volledige terugkeer naar het premorbide niveau v functioneren
4. WAANSTOORNIS
- ≥ 1 wanen aanwezig
- Duur: ≥ 1m
- Functioneren niet duidelijk beperkt of gedrag niet vreemd/bizar (naast waan)
5. SCHIZO-AFFECTIEVE STOORNIS
- Overlap tussen schizofrenie en depressie
6. PSYCHOTISCHE STOORNIS DOOR EEN MIDDEL
- Aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties
- Symptomen zijn ontstaan tijdens/kort na intoxicatie, onttrekking of blootstelling aan een GM
- Van het betreffende GM is bekend dat het deze symptomen kan veroorzaken
2
,7. PSYCHOTISCHE STOORNIS DOOR EEN SOMATISCHE AANDOENING
8. KATATONIE
C. ZIEKTEBELOOP EN EPIDEMIOLOGIE
1. VERLOOP VAN SCHIZOFRENIE
Verloop
- Aanvang: laat adolescent/vroeg volwassen >>
♂ unimodaal: 18-25j, ♀ bimodaal: iets later dan ♂ & 45-55 (menopauze)
- Prodromi: soft signs, voortekenen
- Eerste sympt: acute opstoot van + symptomen, meestal geen ziekte-inzicht
- Opstoten (+ sympt): d-w-m, kan uitgelokt w door stress, spanning, v omstandigheden…
na opstoot recupereer je niet tot op vorig niveau, stukje van jezelf kwijt
(spontaniteit, sociaal leven…) = - symptomen treden in na + opstoot
- Partiële remissie (Schub): toename – sympt, ev postpsychotische depressies, suïcidaal gedrag
Heterogeen beloop
- 3/10 herstellen tot op vroeger niveau --> job, hobby’s, sociaal leven…
- 3/10 herstellen niet volledig, maar kunnen wel zelfstandig leven
- 3/10 kunnen niet zelfstandig leven --> beschermd wonen
- 1/10 overlijdt aan schizofrenie (suïcide >>, gewelddadig)
2. EPIDEMIOLOGIE VAN SCHIZOFRENIE
- Chronische ziekte
- Prevalentie: 0.2-1% (1e GV: 10%, 2 ouders: 50%, MZT: 50% --> genetische voorbeschikking!)
- M = V (erge vorm M >)
- Gemiddelde onset 1e piek: 21j
3
, D. ETIOLOGIE VAN SCHIZOFRENIE
1. KWETSBAARHEID-STRESS MODEL & TWO-HIT HYPOTHESIS
Predisponerende factoren
- Genetica: geschatte bijdrage = 70-80%
- Dopaminerg systeem
Uitlokkende factoren
- Biologische factoren: hormonaal systeem, psychosociale stressoren? ∼ lft-gebonden 1e sympt
- Omgevingsfactoren: geschatte bijdrage = 20-30%
● Trauma x2
● Cannabis-use < 15j x2
● ZS/geboorte complicatie x2
● Migrant-status x3-5
Onderhoudende factoren
- Sociale en familiale effecten
- Bidirectioneel: ongewoon gedrag ↔ kritische opmerkingen
! dubbele diagnose !
- Schizofrenie ↔ toevlucht in middelen ↔ dopa ↑ ↔ positieve sympt
- Alcohol, amfetamines, cannabis, cocaïne, hallucinogeen, opioïde, vluchtige stof
E. BEHANDELING
1. MEDICAMENTEUZE BEHANDELING
Typische antipsychotica = neuroleptica
- Controle over + symptomen
- Blokkade dopa D2 receptor in mesolimbische baan
- BW dopa-blokkade in mesolimbische baan
● Acute dopa-blokkade --> EPS = extra piramidaal syndroom (reversibel)
● Chron dopa-blokkade --> TD = tardieve dyskinesie (NIET reversibel)
--> orofaciale dyskinesie: rabbit syndrome, tong uitsteken
- BW dopa-blokkade in frontale mesocorticale baan
● Negatieve symptomen ↑
● Cognitieve symptomen ↑
● Affectieve symptomen ↑
- Vb. Haloperidol
Atypische antipsychotica
- Controle over + symptomen: beperkte dopa-2A- blokkade + combi met sero-2A-R-blokkade
- Controle over – symptomen: sterke sero-2A-R-blokkade
- Serotonine-dopa-antagonist
- BW: metabool syndroom
- Nadeel: €
- Vb. Risperidone, Olanzapine, Paliperidone, Quetiapine, Clozapine (X door agranulocytose)
4
A. SYMPTOMEN
Psychotische symptomen ≠ psychotische stoornis
Positieve symptomen (1,2,3) = iets erbij = teveel dopa mesolimbisch
1. WANEN
- Inhoudelijke denkstoornis, vaste overtuiging, niet vatbaar voor tegendeel, pt zelden inzicht
- Achtervolgingswaan >> - Beïnvloedingswaan
- Betrekkingswaan - Jaloerse waan
- Grootheidswaan - Somatische waan
- Erotome waan (syndroom v Clérambault)
2. HALLUCINATIES
- Waarnemingsstoornis, zintuigelijke ervaring zonder externe stimulus, pt zelden inzicht
- Komen voor bij schizofrenie, manie, depressie, delirium, dementie…
- Auditieve hallucinaties >> enkelvoudig << stemmen
2e of 3e persoon, CAVE bevelshallucinatie = urgentie !
Zinnen en conversaties > negatieve woorden > seksueel
- Visuele hallucinaties enkelvoudig of taferelen
- Tactiele hallucinaties delirium tremens, ≠ somatisatie
- Olfactorische hallucinaties vaak samen met wanen/andere hallucinaties (DD hersentumor)
- Gustatorische hallucinaties vaak samen met wanen (vb vergiftigingswaan)
3. GEDESORGANISEERD DENKEN (FORMELE DENKSTOORNISSEN)
- Formele denkstoornis, vorm van denken = verstoord
- Associatief denken tangentialiteit
- Neologismen nieuw woord voor wanen/hallucinaties
- Versperring in het denken gedachtenblokkering
- Gestoord taalbegrip alles letterlijk opnemen, metaforen X
4. GEDESORGANISEERDE OF ABNORMALE PSYCHOMOTORIEK
- Van gekkigheid tot onvoorspelbare agitatie
- Katatoon gedrag motorisch negativisme, katalepsie, mutisme en stupor,
= ALARMSYMPTOOM katatone opwinding, stereotype bewegingen
5. NEGATIEVE SYMPTOMEN
- Iets van het normale gedrag verloren, te weinig dopa frontaal (mescorticaal)
- Affectieve vervlakking
- Avolitie
- Alogie
- Anhedonie
- Sociaal terugtrekgedrag
1
,6. ANDERE SYMPTOMEN
- Depressieve symptomen >>
- Agressieve symptomen & agitatie, geen inzicht → beperkte toerekeningsvatbaarheid
- Middelenmisbruik = dopa ↑ + symptomen verergeren
- BEHOUD van intelligentie >< wel cognitief moeilijk (aandacht), gestoord schooltraject
7. IMPACT OP QoL
B. ZIEKTEBEELDEN IN “SCHIZOFRENIE & ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN”
1. SCHIZOFRENIE
- ≥ 2 vd 5 symptomen ↑ significant deel vd tijd aanwezig in 1m, ≥ 1 moet een + sympt zijn
- Niveau van functioneren op min 1 levensgebied < niveau voor stoornis
- Duur: min 6m ononderbroken
- Depressieve symptomen !!! 1/10 overlijdt door suïcide (gewelddadig >)
2. SCHIZOFRENIFORME STOORNIS
- ≥ 2 vd 5 symptomen ↑ significant deel vd tijd aanwezig in 1m, ≥ 1 moet een + sympt zijn
- Duur: tussen 1m-6m
3. KORTDURENDE PSYCHOTISCHE STOORNIS
- ≥ 1 vd 4 symptomen (excl - sympt) ↑ significant aanwezig in 1m, min 1 moet een + sympt zijn
- Duur: tussen 1d-1m
- Volledige terugkeer naar het premorbide niveau v functioneren
4. WAANSTOORNIS
- ≥ 1 wanen aanwezig
- Duur: ≥ 1m
- Functioneren niet duidelijk beperkt of gedrag niet vreemd/bizar (naast waan)
5. SCHIZO-AFFECTIEVE STOORNIS
- Overlap tussen schizofrenie en depressie
6. PSYCHOTISCHE STOORNIS DOOR EEN MIDDEL
- Aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties
- Symptomen zijn ontstaan tijdens/kort na intoxicatie, onttrekking of blootstelling aan een GM
- Van het betreffende GM is bekend dat het deze symptomen kan veroorzaken
2
,7. PSYCHOTISCHE STOORNIS DOOR EEN SOMATISCHE AANDOENING
8. KATATONIE
C. ZIEKTEBELOOP EN EPIDEMIOLOGIE
1. VERLOOP VAN SCHIZOFRENIE
Verloop
- Aanvang: laat adolescent/vroeg volwassen >>
♂ unimodaal: 18-25j, ♀ bimodaal: iets later dan ♂ & 45-55 (menopauze)
- Prodromi: soft signs, voortekenen
- Eerste sympt: acute opstoot van + symptomen, meestal geen ziekte-inzicht
- Opstoten (+ sympt): d-w-m, kan uitgelokt w door stress, spanning, v omstandigheden…
na opstoot recupereer je niet tot op vorig niveau, stukje van jezelf kwijt
(spontaniteit, sociaal leven…) = - symptomen treden in na + opstoot
- Partiële remissie (Schub): toename – sympt, ev postpsychotische depressies, suïcidaal gedrag
Heterogeen beloop
- 3/10 herstellen tot op vroeger niveau --> job, hobby’s, sociaal leven…
- 3/10 herstellen niet volledig, maar kunnen wel zelfstandig leven
- 3/10 kunnen niet zelfstandig leven --> beschermd wonen
- 1/10 overlijdt aan schizofrenie (suïcide >>, gewelddadig)
2. EPIDEMIOLOGIE VAN SCHIZOFRENIE
- Chronische ziekte
- Prevalentie: 0.2-1% (1e GV: 10%, 2 ouders: 50%, MZT: 50% --> genetische voorbeschikking!)
- M = V (erge vorm M >)
- Gemiddelde onset 1e piek: 21j
3
, D. ETIOLOGIE VAN SCHIZOFRENIE
1. KWETSBAARHEID-STRESS MODEL & TWO-HIT HYPOTHESIS
Predisponerende factoren
- Genetica: geschatte bijdrage = 70-80%
- Dopaminerg systeem
Uitlokkende factoren
- Biologische factoren: hormonaal systeem, psychosociale stressoren? ∼ lft-gebonden 1e sympt
- Omgevingsfactoren: geschatte bijdrage = 20-30%
● Trauma x2
● Cannabis-use < 15j x2
● ZS/geboorte complicatie x2
● Migrant-status x3-5
Onderhoudende factoren
- Sociale en familiale effecten
- Bidirectioneel: ongewoon gedrag ↔ kritische opmerkingen
! dubbele diagnose !
- Schizofrenie ↔ toevlucht in middelen ↔ dopa ↑ ↔ positieve sympt
- Alcohol, amfetamines, cannabis, cocaïne, hallucinogeen, opioïde, vluchtige stof
E. BEHANDELING
1. MEDICAMENTEUZE BEHANDELING
Typische antipsychotica = neuroleptica
- Controle over + symptomen
- Blokkade dopa D2 receptor in mesolimbische baan
- BW dopa-blokkade in mesolimbische baan
● Acute dopa-blokkade --> EPS = extra piramidaal syndroom (reversibel)
● Chron dopa-blokkade --> TD = tardieve dyskinesie (NIET reversibel)
--> orofaciale dyskinesie: rabbit syndrome, tong uitsteken
- BW dopa-blokkade in frontale mesocorticale baan
● Negatieve symptomen ↑
● Cognitieve symptomen ↑
● Affectieve symptomen ↑
- Vb. Haloperidol
Atypische antipsychotica
- Controle over + symptomen: beperkte dopa-2A- blokkade + combi met sero-2A-R-blokkade
- Controle over – symptomen: sterke sero-2A-R-blokkade
- Serotonine-dopa-antagonist
- BW: metabool syndroom
- Nadeel: €
- Vb. Risperidone, Olanzapine, Paliperidone, Quetiapine, Clozapine (X door agranulocytose)
4