Hoofdstuk 5: de cel
Een cel onder de microscoop
Lichtmicroscoop
aardappelcel cellen van een ajuinrok menselijke huidcel
Meercellige organismen
Opgebouwd uit meerdere cellen
Bestaan uit veel verschillende celtypen -> elk type een eigen uiterlijk, functie en levensduur
Eencellige organismen
Opgebouwd uit 1 cel die alle activiteiten uitvoert om in leven te blijven
1 2
3
1
2
3
4
5
4 5
, Functies verschillende celtypen
Weefsels = gegroepeerde gespecialiseerde cellen
Spierweefsel Spieren samentrekken
Zenuwweefsel Zenuwgeleiding verzorgen
Rode bloedlichaampjes Zuurstofgas transporteren
Witte bloedcellen Afweer
Beendercellen Skeletbouw
Vetcellen Reserve opbouwen
Huidcellen Bescherming
Cellen zijn ‘specialisten’ geworden en kunnen daardoor niet meer zelfstandig leven in tegenstelling
tot de eencelligen
Grootte cel
Zeer variabel en meestal microscopisch klein
Verschillen planten- en dierencel (zichtbaar met lichtmicroscoop)
Plantencel Dierencel
Meer hoekige vorm Meer rondere vorm
Dikkere rand -> celwand Dunnere rand -> celmembraan
Celvloeistof -> cytoplasma Celvloeistof -> cytoplasma
Bladgroenkorrels Geen bladgroenkorrels
Celkern (niet altijd goed zichtbaar Celkern
door bladgroenkorrels)
Grote vacuole Geen grote vacuole
Verschillen planten- en dierencel (zichtbaar met elektronenmicroscoop)
Een cel onder de microscoop
Lichtmicroscoop
aardappelcel cellen van een ajuinrok menselijke huidcel
Meercellige organismen
Opgebouwd uit meerdere cellen
Bestaan uit veel verschillende celtypen -> elk type een eigen uiterlijk, functie en levensduur
Eencellige organismen
Opgebouwd uit 1 cel die alle activiteiten uitvoert om in leven te blijven
1 2
3
1
2
3
4
5
4 5
, Functies verschillende celtypen
Weefsels = gegroepeerde gespecialiseerde cellen
Spierweefsel Spieren samentrekken
Zenuwweefsel Zenuwgeleiding verzorgen
Rode bloedlichaampjes Zuurstofgas transporteren
Witte bloedcellen Afweer
Beendercellen Skeletbouw
Vetcellen Reserve opbouwen
Huidcellen Bescherming
Cellen zijn ‘specialisten’ geworden en kunnen daardoor niet meer zelfstandig leven in tegenstelling
tot de eencelligen
Grootte cel
Zeer variabel en meestal microscopisch klein
Verschillen planten- en dierencel (zichtbaar met lichtmicroscoop)
Plantencel Dierencel
Meer hoekige vorm Meer rondere vorm
Dikkere rand -> celwand Dunnere rand -> celmembraan
Celvloeistof -> cytoplasma Celvloeistof -> cytoplasma
Bladgroenkorrels Geen bladgroenkorrels
Celkern (niet altijd goed zichtbaar Celkern
door bladgroenkorrels)
Grote vacuole Geen grote vacuole
Verschillen planten- en dierencel (zichtbaar met elektronenmicroscoop)