3.3 FISCALE VERPLICHTINGEN
Belasting:
Een verplichte bijdrage die de overheid oplegt om geld in te zamelen voor uitgaven in het
algemeen belang, zoals publieke diensten en infrastructuur.
Zwarte kader= alles dat gefinancierd word door de belastingen. De rest zijn sociale
bijdragen..
Dia 6 en 7 kijken
KENMERKEN VAN EEN BELASTING
- Financieel doel: overheidsuitgaven financieren – geen tegenprestatie! Je
moet ze verplicht betalen.
- Dwingend karakter: sancties mogelijk. Je hebt geen optie om geen
belastingen te betalen.
- De fiscale wet is van openbare orde. (moet betalen)
Zijn geen belastingen:
Bepaalde overheidsinkomsten vb. toegangsgelden voor musea.
Retributies: Vergoedingen voor specifieke diensten, bv. Sporthal die je gaat afhuren.
Parafiscale heffingen: Sociale bijdragen voor de financiering van sociale zekerheid.
1
, WIE KAN BELASTINGEN HEFFEN?
Federale overheid (België)
Regionale overheid (gewesten en gemeenschappen)
Lokale overheid (provincies en gemeenten)
Publiekrechtelijke instellingen (vb. instellingen openbaar nut, openbare centra
voor maatschappelijk welzijn)
Supranationale overheden (EU, vb douane aan grens: btw)
GROEPEREN VAN BELASTINGEN:
Directe belasting:
- Schuldenaar ook de drager (persoon die de belasting betaalt, is ook degene die er
last van heeft.
- Aanhoudende toestand wordt belast
Inkomstenbelastingen: personenbelasting, vennootschapsbelasting,belasting op je loon …
Gelijkgestelde belastingen: verkeersbelasting, belasting op je auto, …
Je betaalt deze belastingen direct op basis van je inkomen of bezit.
Indirecte belasting:
- Schuldenaar niet noodzakelijk de drager
- Toevallige of voorbijgaande gebeurtenissen
- Verbruik van goederen: btw, douane, accijnzen, milieuheffing
- Rechtsverkeer/juridische feiten: btw, erfbelasting, registratiebelasting, diverse
taksen…
Je betaalt deze belastingen bij het kopen of gebruiken van producten of bij
bepaalde juridische handelingen.
GROEPEREN VAN BELASTINGEN
1. Vaste belasting
- Het bedrag van een vaste belasting is steeds hetzelfde, ongeacht de omvang van
het belastbare feit.
- Voorbeeld: het vast recht in de registratierechten (bijv. 50 EUR) vast bedrag
2. Evenredige belasting
2
Belasting:
Een verplichte bijdrage die de overheid oplegt om geld in te zamelen voor uitgaven in het
algemeen belang, zoals publieke diensten en infrastructuur.
Zwarte kader= alles dat gefinancierd word door de belastingen. De rest zijn sociale
bijdragen..
Dia 6 en 7 kijken
KENMERKEN VAN EEN BELASTING
- Financieel doel: overheidsuitgaven financieren – geen tegenprestatie! Je
moet ze verplicht betalen.
- Dwingend karakter: sancties mogelijk. Je hebt geen optie om geen
belastingen te betalen.
- De fiscale wet is van openbare orde. (moet betalen)
Zijn geen belastingen:
Bepaalde overheidsinkomsten vb. toegangsgelden voor musea.
Retributies: Vergoedingen voor specifieke diensten, bv. Sporthal die je gaat afhuren.
Parafiscale heffingen: Sociale bijdragen voor de financiering van sociale zekerheid.
1
, WIE KAN BELASTINGEN HEFFEN?
Federale overheid (België)
Regionale overheid (gewesten en gemeenschappen)
Lokale overheid (provincies en gemeenten)
Publiekrechtelijke instellingen (vb. instellingen openbaar nut, openbare centra
voor maatschappelijk welzijn)
Supranationale overheden (EU, vb douane aan grens: btw)
GROEPEREN VAN BELASTINGEN:
Directe belasting:
- Schuldenaar ook de drager (persoon die de belasting betaalt, is ook degene die er
last van heeft.
- Aanhoudende toestand wordt belast
Inkomstenbelastingen: personenbelasting, vennootschapsbelasting,belasting op je loon …
Gelijkgestelde belastingen: verkeersbelasting, belasting op je auto, …
Je betaalt deze belastingen direct op basis van je inkomen of bezit.
Indirecte belasting:
- Schuldenaar niet noodzakelijk de drager
- Toevallige of voorbijgaande gebeurtenissen
- Verbruik van goederen: btw, douane, accijnzen, milieuheffing
- Rechtsverkeer/juridische feiten: btw, erfbelasting, registratiebelasting, diverse
taksen…
Je betaalt deze belastingen bij het kopen of gebruiken van producten of bij
bepaalde juridische handelingen.
GROEPEREN VAN BELASTINGEN
1. Vaste belasting
- Het bedrag van een vaste belasting is steeds hetzelfde, ongeacht de omvang van
het belastbare feit.
- Voorbeeld: het vast recht in de registratierechten (bijv. 50 EUR) vast bedrag
2. Evenredige belasting
2