Het Jongere en Oudere Schoolkind
Kleuteronderwijs
VISIE
Ontwikkelingsdoelen
= Minimumdoelen op het gebied van kennis, inzicht, attitudes &
vaardigheden.
Eindtermen Ontwikkelingsdoelen
Het lager onderwijs Het kleuteronderwijs
Dienen behaald te worden om een Dienen niet allemaal behaald te worden
getuigenschrift te krijgen
- Leergebieden van ontwikkelingsdoelen:
o Lichamelijke opvoeding
o Mens & maatschappij
o Nederlands
o Wetenschappen & techniek
o Muzische vorming
o Wiskundige initiatie
Rijke ervaringskansen
= Op verschillende en gevarieerde manieren ervaringen aanbieden &
herhalen.
4 soorten ervaringskansen ( Afwisselen om een krachtige & effectieve
leeromgeving te creëren)
- Ontmoeten
o Samen zijn staat centraal
o Biedt kansen tot perspectiefwisseling
Ik-niveau jij-niveau wij-niveau
o Onderwerpen uit de leef- en belevingswereld
o Ontmoetingsmomenten (kringmomenten)
o Voorwaarden:
Ontmoetende leerkrachtstijl
Erkennen & waarderen van elk kind
Gevoelig zijn voor signalen
Authentiek & responsief opstellen
, Focus: socio-emotionele
Sfeer van samenhorigheid
Blik terug & vooruit
Prikkelt de nieuwsgierigheid
- Geleid spelen & leren
= Activiteit die gestuurd wordt door de leerkracht & waar de
kleuters al spelenderwijs leren
o Nieuwe leerinhouden
o Gericht werken aan doelen (zorgvuldig & doelgericht uitgewerkt)
o Kleine groep of klassikaal
o Voorbeelden:
Hoeveelheden vergelijken, een verhaal schrijven,
luisterspelletjes, rijmspelletjes, ritmespelletjes,…
o Voorwaarden
Voortzetting van de spelactiviteiten
Gericht gewerkt aan doelen
Sluit aan bij de interesse, mogelijkheden & leefwereld
Focus op het handelen
- Begeleid exploreren & beleven
= Een samenspel van input van zowel de leerlingen als van de
leerkracht
o Omgeving & materiaal op basis van doelen
o Op het moment van de activiteit input geven
o Begeleiden sturen
o Voorbeelden:
Exploreren met de zand- en watertafel, boodschappen
doen in de winkelhoek a.d.h.v. een winkellijstje, een
rijmdomino,…
o Voorwaarden:
Echte werkelijkheid aan bod
Sluit aan bij de leefwereld
Speels, gevarieerd & actief ontdekken
Veelzijdig verkennen (= multisensorisch)
, Kans tot uitdrukken van gevoelens
Nodigt uit tot verdere exploratie
- Zelfstandig spelen & leren
= Leerlingen kiezen zelf het spelverloop
o Leerkracht bepaalt het materiaal/ de hoek
o Creëer krachtige speel- en leeromgeving
o Moedig leerlingen aan om eigen keuzes te maken
o Speel mee
o Voorbeelden:
De poppenhoek/huishoek, verkleedkoffer, boekenhoek,…
o Voorwaarden
Voldoende aanbod (uitdagend & veilig)
Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
Nieuwe spelkansen door nieuw materiaal
Door de 4 ervaringskansen tegelijk aan te bieden (doorschuifsysteem)
streven we de vooropgestelde doelen na en kan er voldoende aandacht gaan
naar de groepen die daar nood aan hebben.
Ervaringsgericht onderwijs (+ link basisbehoeften van het kind)
= Één van de belangrijkste fundamenten van het kleuteronderwijs (Laevers)
, - Het fundament
o Ervaringsgericht
= De houding van de leerkracht die gericht is op ‘ervaring’, op
het ervaringsproces bij het kind
Ervaringsstroom afstemmen op het kind
o Het zo levendig mogelijk voorstellen van wat er bij het kind
innerlijk afspeelt
Vraagt van de leerkracht:
Sensitiviteit
Empathie
Actief luisteren
o Ervaring (impliciet aanwezig)
= Bewust de aandacht richten op de eigen ervaringsstroom en
hem op de voorgrond halen (= focussen)
Ervaringsstroom bevat:
Positieve gevoelens (vreugde, sympathie,…)
Negatieve gevoelens (angst, onrust,…)
Alles wat tot ons kennen behoort (waarneming,
geheugen, verbeelding, denken,…)
- Drie praktijkprincipes van het ervaringsgericht onderwijs
o Ervaringsgerichte dialoog
Verlies van contact met zichzelf voorkomen
Streeft naar volfunctioneren (= in voeling zijn met zichzelf)
o Vrij initiatief
Vanuit geloof in hen laten overgaan tot actie
Komt tegemoet aan exploratiedrang
Stimuleert hun zelfsturing (= autonomie)
o Een rijk milieu
Klasinrichting uitnodigend & functioneel maken
Materiaalaanbod verbeteren
Activiteitenaanbod gevarieerd maken
Afstemmen op de interesses
Concretiseren in ’10 actiepunten’ – zie syllabus p. 9-10
- De processen
Kleuteronderwijs
VISIE
Ontwikkelingsdoelen
= Minimumdoelen op het gebied van kennis, inzicht, attitudes &
vaardigheden.
Eindtermen Ontwikkelingsdoelen
Het lager onderwijs Het kleuteronderwijs
Dienen behaald te worden om een Dienen niet allemaal behaald te worden
getuigenschrift te krijgen
- Leergebieden van ontwikkelingsdoelen:
o Lichamelijke opvoeding
o Mens & maatschappij
o Nederlands
o Wetenschappen & techniek
o Muzische vorming
o Wiskundige initiatie
Rijke ervaringskansen
= Op verschillende en gevarieerde manieren ervaringen aanbieden &
herhalen.
4 soorten ervaringskansen ( Afwisselen om een krachtige & effectieve
leeromgeving te creëren)
- Ontmoeten
o Samen zijn staat centraal
o Biedt kansen tot perspectiefwisseling
Ik-niveau jij-niveau wij-niveau
o Onderwerpen uit de leef- en belevingswereld
o Ontmoetingsmomenten (kringmomenten)
o Voorwaarden:
Ontmoetende leerkrachtstijl
Erkennen & waarderen van elk kind
Gevoelig zijn voor signalen
Authentiek & responsief opstellen
, Focus: socio-emotionele
Sfeer van samenhorigheid
Blik terug & vooruit
Prikkelt de nieuwsgierigheid
- Geleid spelen & leren
= Activiteit die gestuurd wordt door de leerkracht & waar de
kleuters al spelenderwijs leren
o Nieuwe leerinhouden
o Gericht werken aan doelen (zorgvuldig & doelgericht uitgewerkt)
o Kleine groep of klassikaal
o Voorbeelden:
Hoeveelheden vergelijken, een verhaal schrijven,
luisterspelletjes, rijmspelletjes, ritmespelletjes,…
o Voorwaarden
Voortzetting van de spelactiviteiten
Gericht gewerkt aan doelen
Sluit aan bij de interesse, mogelijkheden & leefwereld
Focus op het handelen
- Begeleid exploreren & beleven
= Een samenspel van input van zowel de leerlingen als van de
leerkracht
o Omgeving & materiaal op basis van doelen
o Op het moment van de activiteit input geven
o Begeleiden sturen
o Voorbeelden:
Exploreren met de zand- en watertafel, boodschappen
doen in de winkelhoek a.d.h.v. een winkellijstje, een
rijmdomino,…
o Voorwaarden:
Echte werkelijkheid aan bod
Sluit aan bij de leefwereld
Speels, gevarieerd & actief ontdekken
Veelzijdig verkennen (= multisensorisch)
, Kans tot uitdrukken van gevoelens
Nodigt uit tot verdere exploratie
- Zelfstandig spelen & leren
= Leerlingen kiezen zelf het spelverloop
o Leerkracht bepaalt het materiaal/ de hoek
o Creëer krachtige speel- en leeromgeving
o Moedig leerlingen aan om eigen keuzes te maken
o Speel mee
o Voorbeelden:
De poppenhoek/huishoek, verkleedkoffer, boekenhoek,…
o Voorwaarden
Voldoende aanbod (uitdagend & veilig)
Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
Nieuwe spelkansen door nieuw materiaal
Door de 4 ervaringskansen tegelijk aan te bieden (doorschuifsysteem)
streven we de vooropgestelde doelen na en kan er voldoende aandacht gaan
naar de groepen die daar nood aan hebben.
Ervaringsgericht onderwijs (+ link basisbehoeften van het kind)
= Één van de belangrijkste fundamenten van het kleuteronderwijs (Laevers)
, - Het fundament
o Ervaringsgericht
= De houding van de leerkracht die gericht is op ‘ervaring’, op
het ervaringsproces bij het kind
Ervaringsstroom afstemmen op het kind
o Het zo levendig mogelijk voorstellen van wat er bij het kind
innerlijk afspeelt
Vraagt van de leerkracht:
Sensitiviteit
Empathie
Actief luisteren
o Ervaring (impliciet aanwezig)
= Bewust de aandacht richten op de eigen ervaringsstroom en
hem op de voorgrond halen (= focussen)
Ervaringsstroom bevat:
Positieve gevoelens (vreugde, sympathie,…)
Negatieve gevoelens (angst, onrust,…)
Alles wat tot ons kennen behoort (waarneming,
geheugen, verbeelding, denken,…)
- Drie praktijkprincipes van het ervaringsgericht onderwijs
o Ervaringsgerichte dialoog
Verlies van contact met zichzelf voorkomen
Streeft naar volfunctioneren (= in voeling zijn met zichzelf)
o Vrij initiatief
Vanuit geloof in hen laten overgaan tot actie
Komt tegemoet aan exploratiedrang
Stimuleert hun zelfsturing (= autonomie)
o Een rijk milieu
Klasinrichting uitnodigend & functioneel maken
Materiaalaanbod verbeteren
Activiteitenaanbod gevarieerd maken
Afstemmen op de interesses
Concretiseren in ’10 actiepunten’ – zie syllabus p. 9-10
- De processen