Samenvatting: Wat is psychologie?
Wat is psychologie
= de wetenschap:
- Waarbij het gedrag wordt bestudeerd
- En waarbij gedrag gebruikt wordt
- Om de interne processen (vb emoties, redeneren, leren, enz) te begrijpen
die aan de basis liggen van gedrag
Voorlopers van de psychologie
Algemeen
Psychologie – long past, short history
Bestaat nog niet lang als wetenschap
Heeft een lang verleden
o Filosofen oudheid dachten over psychologie
PLATO: geheugen = tabula rasa (= onbeschreven blad als je
geboren wordt)
SOCRATES: geheugen = vogelkooi met fladderende vogels
(stellen herinneringen voor)
Rede > observatie
Redenen dat het zo lang duurde:
- Complexiteit van het fenomeen -> perceptie lijkt simpel maar is moeilijk
- Mensbeeld: mens = uniek, niet aards
Toenemend belang van (exacte) wetenschap in de
maatschappij
Middeleeuwen: Kerk centrale rol
Enigste instantie die onderwijs stimuleerde
Geloofswaarden primair -> ziel niet aards
Pas reformatie in 16e E
Op hetzelfde moment: wetenschappelijke revolutie
o Copernicus: geocentrisme -> heliocentrisme
Mensen & aarde niet meer middelpunt
Mensen onderworpen aan natuurwetten en kan dus ook
voorwerp van studie zijn
Copernicus was katalysator voor nieuwe ideeën
Later ook Galilei & Newton
o Vanaf 18e E: opgang universiteiten & wetenschappelijke methoden
, o Methodes binnen wetenschap en techniek leverden belangrijke
bijdrage aan psychologie
Ontwikkelingen in de filosofie
- Plato (oude Grieken) & Katholieke Kerk: dualisme -> lichaam en geest
gescheiden
- Descartes (1596 – 1650)
o Rationalist -> ik denk, dus ik ben
o RATIONALISME = de waarheid kan afgeleid worden via de rede,
observatie is niet nodig
o NATIVISME = sommige kennis is aangeboren
o DUALISTISCH INTERACTIONISME = geest & lichaam interageren ->
lichaam geen slaaf van geest
o Menselijk lichaam = machine -> kan wetenschappelijk bestudeerd
worden
- Nadien won EMPIRSIME aan invloed:
o Tegen rationalisme -> observatie is nodig
o Geest komt tot stand via sensorische processen (niet aangeboren)
Tabula rasa (Plato)
Ook geest kan bestudeerd worden => geest is een
bijverschijnsel van sensorische processen
o Associationisme = belangrijk principe van empirisme
Hogere orde kennis komt tot stand via associaties van
eenvoudige ideeën
lichaam EN geest zijn machines & volgen de natuurwetten
Darwin (1809 – 1882) en de evolutietheorie
- the origin of species (1859)
- mens afkomstig uit vroegere levensvormen
o belang van toevallige omstandigheden
o genetische variatie
o natuurlijke selectie
o survival of the fittest – best aangepaste
belangrijk voor psychologie:
- mens ° uit dieren -> mensen kunnen iets leren over dieren
o start comparatieve psychologie: gedrag van dieren en mensen als
studieobject
o mens onderhevig aan natuurwetten
o ‘moderne’ wetenschapper:
Systematische observatie
Zorgvuldige documentatie
Hypothesen formuleren
Wat is psychologie
= de wetenschap:
- Waarbij het gedrag wordt bestudeerd
- En waarbij gedrag gebruikt wordt
- Om de interne processen (vb emoties, redeneren, leren, enz) te begrijpen
die aan de basis liggen van gedrag
Voorlopers van de psychologie
Algemeen
Psychologie – long past, short history
Bestaat nog niet lang als wetenschap
Heeft een lang verleden
o Filosofen oudheid dachten over psychologie
PLATO: geheugen = tabula rasa (= onbeschreven blad als je
geboren wordt)
SOCRATES: geheugen = vogelkooi met fladderende vogels
(stellen herinneringen voor)
Rede > observatie
Redenen dat het zo lang duurde:
- Complexiteit van het fenomeen -> perceptie lijkt simpel maar is moeilijk
- Mensbeeld: mens = uniek, niet aards
Toenemend belang van (exacte) wetenschap in de
maatschappij
Middeleeuwen: Kerk centrale rol
Enigste instantie die onderwijs stimuleerde
Geloofswaarden primair -> ziel niet aards
Pas reformatie in 16e E
Op hetzelfde moment: wetenschappelijke revolutie
o Copernicus: geocentrisme -> heliocentrisme
Mensen & aarde niet meer middelpunt
Mensen onderworpen aan natuurwetten en kan dus ook
voorwerp van studie zijn
Copernicus was katalysator voor nieuwe ideeën
Later ook Galilei & Newton
o Vanaf 18e E: opgang universiteiten & wetenschappelijke methoden
, o Methodes binnen wetenschap en techniek leverden belangrijke
bijdrage aan psychologie
Ontwikkelingen in de filosofie
- Plato (oude Grieken) & Katholieke Kerk: dualisme -> lichaam en geest
gescheiden
- Descartes (1596 – 1650)
o Rationalist -> ik denk, dus ik ben
o RATIONALISME = de waarheid kan afgeleid worden via de rede,
observatie is niet nodig
o NATIVISME = sommige kennis is aangeboren
o DUALISTISCH INTERACTIONISME = geest & lichaam interageren ->
lichaam geen slaaf van geest
o Menselijk lichaam = machine -> kan wetenschappelijk bestudeerd
worden
- Nadien won EMPIRSIME aan invloed:
o Tegen rationalisme -> observatie is nodig
o Geest komt tot stand via sensorische processen (niet aangeboren)
Tabula rasa (Plato)
Ook geest kan bestudeerd worden => geest is een
bijverschijnsel van sensorische processen
o Associationisme = belangrijk principe van empirisme
Hogere orde kennis komt tot stand via associaties van
eenvoudige ideeën
lichaam EN geest zijn machines & volgen de natuurwetten
Darwin (1809 – 1882) en de evolutietheorie
- the origin of species (1859)
- mens afkomstig uit vroegere levensvormen
o belang van toevallige omstandigheden
o genetische variatie
o natuurlijke selectie
o survival of the fittest – best aangepaste
belangrijk voor psychologie:
- mens ° uit dieren -> mensen kunnen iets leren over dieren
o start comparatieve psychologie: gedrag van dieren en mensen als
studieobject
o mens onderhevig aan natuurwetten
o ‘moderne’ wetenschapper:
Systematische observatie
Zorgvuldige documentatie
Hypothesen formuleren