BINNEN- EN BUITENKANT VAN PERSONEN MET
DOWNSYNDROOM
De buitenkant is wat je ziet VB: gedrag en uiterlijk
De binnenkant is wat je bent. Hetgeen wat niet uiterlijk observeerbaar is, is ook
erg bepalend voor wie je bent.
Wie je bent is een combinatie van wat je bent & wat je ziet.
De buitenkant
De buitenkant
De binnenkant
Bij personen met Downsyndroom is de buitenkant gekend, maar de binnenkant is dat
niet.
EEN MODEL
1 ST E DIMENSIE: PSYCHISCH/PSYCHOLOGISCH FUNCTIONEREN
, Hierin vragen we ons af hoe mensen met Downsyndroom psychisch of psychologisch
functioneren. Hoe ze zich bewegen in de werkelijkheid heeft een stuk te maken met hun
verstandelijke mogelijkheden.
PSYCHISCHE STRUCTUURVASTHEID (PSV)
Psychische structuurvastheid = de werkelijkheid opnemen, bevatten en verwerken in
patronen en structuren.
Mensen met Downsyndroom zullen de herhaling opzoeken
Als mensen met Down iets leuk vinden, ergens goed in zijn, kan dat op een
gegeven moment problemen geven.
Psychische structuurvastheid is ook iets dat bij mensen zonder Downsyndroom
voorkomt. Heel wat mensen willen op hun vaste plek aan tafel zitten of aan
dezelfde kant van het bed slapen. Maar het verschil is dat bij mensen met
Downsyndroom dit erg hard uitvergroot wordt.
Psychische structuurvastheid betekent niet koppig zijn, maar het betekent iets
‘niet kunnen’. Deze personen kunnen de ‘klik’ niet maken en zijn weinig flexibel bij
nieuwe omstandigheden.
Voorbeeld: Benny hield van tekenen. Hij kreeg heel wat complimenten hierop. Benny
kreeg op zijn 30 jaar een ernstige depressie. De weken ervoor was tekenen voor hem iets
heel dwangmatig geworden. Hij zat continue te tekenen, ten koste van heel wat andere
zaken.
DRAAIBOEK
Die psychische structuurvastheid vertaalt zich in een draaiboek.
Rigiditeit (= sterk vasthouden aan) in denken en gedrag
Eenmaal een patroon is ontstaan, is het moeilijk tot onmogelijk om een bepaalde
werkelijkheid niet in dit patroon te ervaren
Het draaiboek van personen met Downsyndroom heeft enkele eigenschappen:
o Deels onbekend
o Gelaagd en complex afhankelijk van met wie we in relatie staan, hebben
we verschillende realiteiten.
VB: iemand kan thuis zijn veters niet knopen en de ouders moeten
hier altijd bij helpen. In de voorziening lukt dit plots wel.
o Moeilijk te beïnvloeden
o Vraagt energie en tijd
o Afwerken van een ritueel:
Aandacht en concentratie
Onbereikbaar en schijnbaar afwezig.
Voorbeeld: Evert en zijn ochtendritueel. De dokter heeft ooit tegen Evert gezegd dat hij
niet te snel mocht opstaan omwille van zijn bloeddruk. 20 jaar later zit dat idee nog in zijn
draaiboek. Zo worden ‘ongewone’ ochtenden moeilijk voor hem, want dan kan hij het
ritueel niet volgen.
2 D E DIMENSIE: SOCIAAL-EMOTIONEEL
DUAAL SOCIAAL FUNCTIONEREN