Samenvatting: Media en Agressie
1. Een daad van agressie
Voorbeelden in de cursus
2. Geweldhypothesen
Psycholoog Alain Van Hiel leidt consumptie van mediageweld tot agressie? = JA
DRIE soorten overtuigingen:
1. Reductiehypothesen = gewelddadige beelden kunnen leiden tot een vermindering van
gewelddadig/misdadig gedrag
- Catharsishypothese = geweld zien werkt als een uitlaatklep beelden
hebben een louterend effect.
- Empathiehypothese = idee dat geweld zien door de ogen van het slachtoffer
ervoor zorgt dat de kijker een afkeer krijgt van geweld.
2. Stimulatiehypothesen = kijken naar geweld leidt tot imitatie/versterking van geweld en
agressie
- Elementaire activatiehypothese = geweld in films roept een lichamelijke
emotionele reactie op versnelde hartslag en + transpiratie (lichamelijke
ervaringen zetten aan tot agressief gedrag)
- Desensitisatiehypothese = kijkers worden ongevoelig voor geweld
(herhaaldelijke blootstelling: ze beschouwen het als normaal) emotionele
reactie neemt af
- Aanstekelijkheidshypothese = geweld is besmettelijk en kijkers zullen het
imiteren copycat view
- Operante conditioneringshypothese = geweld wordt geïmiteerd, omdat het
geweld beloond wordt (in films bv)
3. Geen-effect-hypothese = mediageweld heeft geen aantoonbare invloed op de agressie
v/d kijkers
2.4 Variabelen
Er is geen antwoord of dat mediageweld invloed heeft op ons gedrag: studies blijven elkaar in
tegendeel beweren…
De mate waarin mediageweld kijkers beïnvloedt heeft te maken met aantal interveniërende
variabelen
Media-invloed mag niet als een eendimensionaal proces van oorzaak en gevolg gezien worden
3. Soorten mediageweld
Niet alle types mediageweld hebben zelfde invloed op kijker zes kenmerken van mediageweld
verhogen de kans op agressief gedrag.
Kijk cursus voor voorbeelden!
4. Kenmerken van de ontvanger
Drie types factoren = verhoging of verlaging van effecten van mediageweld
4.1 Ontwikkelingsfactoren
Leeftijd speelt een belangrijke rol oefent een grotere invloed uit op jongere dan oudere kinderen.
Bevattingsvermogen jonge kinderen = vele kleiner (ze begrijpen niet wat er gebeurt, en zien
schadelijke gevolgen niet)
4.2 Dispositionele factoren
- 4.2.1 Geslacht
Effect is groter op jongens dan op meisjes jongens hebben een grotere voor gewelddadige actie
en avonturen programma’s. (door hormoon testosteron is er een verband met agressief gedrag).
1. Een daad van agressie
Voorbeelden in de cursus
2. Geweldhypothesen
Psycholoog Alain Van Hiel leidt consumptie van mediageweld tot agressie? = JA
DRIE soorten overtuigingen:
1. Reductiehypothesen = gewelddadige beelden kunnen leiden tot een vermindering van
gewelddadig/misdadig gedrag
- Catharsishypothese = geweld zien werkt als een uitlaatklep beelden
hebben een louterend effect.
- Empathiehypothese = idee dat geweld zien door de ogen van het slachtoffer
ervoor zorgt dat de kijker een afkeer krijgt van geweld.
2. Stimulatiehypothesen = kijken naar geweld leidt tot imitatie/versterking van geweld en
agressie
- Elementaire activatiehypothese = geweld in films roept een lichamelijke
emotionele reactie op versnelde hartslag en + transpiratie (lichamelijke
ervaringen zetten aan tot agressief gedrag)
- Desensitisatiehypothese = kijkers worden ongevoelig voor geweld
(herhaaldelijke blootstelling: ze beschouwen het als normaal) emotionele
reactie neemt af
- Aanstekelijkheidshypothese = geweld is besmettelijk en kijkers zullen het
imiteren copycat view
- Operante conditioneringshypothese = geweld wordt geïmiteerd, omdat het
geweld beloond wordt (in films bv)
3. Geen-effect-hypothese = mediageweld heeft geen aantoonbare invloed op de agressie
v/d kijkers
2.4 Variabelen
Er is geen antwoord of dat mediageweld invloed heeft op ons gedrag: studies blijven elkaar in
tegendeel beweren…
De mate waarin mediageweld kijkers beïnvloedt heeft te maken met aantal interveniërende
variabelen
Media-invloed mag niet als een eendimensionaal proces van oorzaak en gevolg gezien worden
3. Soorten mediageweld
Niet alle types mediageweld hebben zelfde invloed op kijker zes kenmerken van mediageweld
verhogen de kans op agressief gedrag.
Kijk cursus voor voorbeelden!
4. Kenmerken van de ontvanger
Drie types factoren = verhoging of verlaging van effecten van mediageweld
4.1 Ontwikkelingsfactoren
Leeftijd speelt een belangrijke rol oefent een grotere invloed uit op jongere dan oudere kinderen.
Bevattingsvermogen jonge kinderen = vele kleiner (ze begrijpen niet wat er gebeurt, en zien
schadelijke gevolgen niet)
4.2 Dispositionele factoren
- 4.2.1 Geslacht
Effect is groter op jongens dan op meisjes jongens hebben een grotere voor gewelddadige actie
en avonturen programma’s. (door hormoon testosteron is er een verband met agressief gedrag).