Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 79 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Sociale en politieke leerstelsels (K001065A) (Sami Zemni) - GESLAAGD EERSTE ZIT

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 79 pagina's

OOK GELDIG VOOR DE STUDENTEN 1STE BACHELOR POLITIEKE WETENSCHAPPEN! GESLAAGD IN EERSTE ZIT Dit is een samenvatting van de lessen 'sociale en politieke leerstelsels'. De samenvatting is gemaakt aan de hand van mijn LESNOTITIES en volledig aangevuld met het BOEK (Vrijheid, gelijkheid, solidariteit). De lessen werd gedoceerd door professor Sami Zemni. Veel succes!

Voorbeeld van de inhoud

Sociale en politieke leerstelsels
INLEIDING
inleiding tot de geschiedenis van de politieke theorieën en ideologieën, meer bepaald een geschiedenis van het
denken over emancipatie in de moderne tijden
‘Elke samenleving ziet zich gedwongen de daarin bestaande ongelijkheid te rechtvaardigen: er dienen redenen voor
te worden gevonden, want zo niet, dan dreigt het politieke en sociale bouwwerk in te storten. Zo brengt elk tijdperk
een aantal met elkaar tegenstrijdige discoursen en ideologieën voort met het doel de bestaande of gewenste
ongelijkheid te legitimeren, en om de economische, politieke en sociale regels te beschrijven die nodig zijn om het
geheel te structureren.’ (Piketty, 2020:11)
 Elke maatschappij wordt getekend door ongelijkheid. Is een maatschappij zonder gelijkheid mogelijk? Op
staatsniveau is dat moeilijk. Hoe gaan mensen om met ongelijkheid
 Wat is ongelijkheid? Is elke vorm even erg? Welke vorm eerst aanpakken?
o Iedereen in de maatschappij moet er iets aan doen
o Politieke structuren om mechanismen op te stellen zodat zij beslissingen kunnen nemen in naam van
de maatschappij
o Mens is altijd op zoek naar verbetering / vooruitgang
 Op materieel vlak is er enorm veel verbetering en evolutie
 Is evolutie altijd gepaard met een verbetering van de mensheid?
 Ja, alle mensen hebben het nu beter dan vroeger
 MAAR we zijn mensen, geen statistieken!
o Mensen gaan maatschappelijk optreden – groeperingen maken (partijen, vakbonden, …)  Hoe
hebben ze dat gedaan?
 Cartoons: mensen willen iets duidelijk maken – probleem aankaarten

Politieke strijd
 Emancipatie, vrijheid en gelijkheid ongelijk verdeeld over de wereld (binnen en tussen natiestaten)
o Ongelijkheid  rijkdom
 1% van de wereldbevolking heeft 50% van het vermogen in handen
o Sterftecijfers bij kinderen onder 5 jaar verschilt sterk tussen landen
o Groei na WOII
 Politieke beslissingen beïnvloeden deze cijfers
o Voedselveiligheid  dreiging hongersnood
o Abortus afschaffing
Ideologische strijd
 Veel verschillende vormen doorheen de eeuwen
 Verschillende centrale concepten (ook binnen eenzelfde ideologie)
 Verschillende interpretaties van dezelfde concepten
 Zelfde of verschillende definities en concepten
 Voorbeeld financiële crisis 2008-2009
o Reactie Caroline Gennez (voorzitster SPa) op internationale financiële crisis 2008-2009
‘Opiniestuk De Morgen (14 oktober 2009)’
 Iedereen is het er nu wel over eens dat er een betere regulering van de internationale
financiële markten moet komen”
 Wie vandaag nog altijd blijft herhalen dat we alles beter aan de marktwerking overlaten, is
ofwel wereldvreemd, of slecht geïntentioneerd (of misschien gewoon dom)”.
 De financiële crisis is het gevolg van overmatige en risicovolle schulden, en
belangenvermenging”.
o Reactie Boudewijn Boeckaert & Geert François (leden Denktank Cassandra, Lijst Dedecker) op
internationale financiële crisis 2008-2009 ‘Opiniestuk De Morgen (15 oktober 2008)’
 De huidige crisis geeft geen enkele indicatie dat het spontane coördinatieproces dat
plaatsgrijpt op de markten van goederen en diensten, kapitaal en arbeid fundamenteel fout
loopt. De meeste coördinatiestoringen vinden hun oorzaak, hetzij in specifieke
overheidsinterventie, hetzij in de werking van het financieel kapitalisme, een subsysteem van
de vrije markt”.

,Ideologie
= Een ideologie is een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm wenst te
geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als normatief zijn: het is een poging
om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals deze hoort te zijn.
Ideologie
Ideologieën zijn ‘those systems of political thinking, loose or rigid, deliberate or unintended, through which
individuals and groups construct an understanding of the political world they, or those who preoccupy their thoughts,
inhabit, and then act on that understanding’
(Freeden, 2006:3)

Ideologische strijd & politiek-maatschappelijke actie
 Dynamisch  verandering doorheen de tijd
 Ideologie ≠ Doctrine
o Doctrine is eerder statisch
 Marxisme-wetenschap-ideologie
 Wetenschap en ideologie (en sociale theorie)
o We proberen theorieën op te bouwen die niet kunnen worden tegengesproken, indien dat wel
gebeurt bouwt men een nieuwe theorie op
o Marx visie op sociale theorieën: is niet zo makkelijk om te zien hoe zaken in elkaar zitten  alle
gedachtengoed verbergt wat de ware werking was van de zaken MAAR zijn analyse was geen
ideologie, wel een wetenschap!
o Bij vele ideologieën zitten wel wetenschappelijke feiten in verborgen
Wetenschappelijke theorie en ideologie
Gelijkenissen
 Bevat een set van aannames en startpunten
 Leg uit hoe de sociale wereld er uit ziet
 Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
 Reikt een systeem van concepten en ideeën aan
 Verduidelijkt relaties tussen concepten
 Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Verschillen
Ideologie Sociale theorieën
 Geeft absolute zekerheid  Conditioneel, onderhandelend begrijpen
 Alle antwoorden op alle vragen  Incompleet, aanvaarde onzekerheid Groeiend,
 Vast, gesloten, af open, proces, uitbreidend
 Gaat afwijkende info uit de weg  Verwelkomt tests, positief en negatief
 Blind voor alternatief bewijsmateriaal bewijsmateriaal
 Opgesloten in een bepaald moraal systeem  Verandering gebaseerd op bewijs
 Vooringenomen  Ontdaan van sterke moraliserende standpunten
 Interne contradicties en inconsistenties  Neutraal, neemt alle ‘kanten' in acht
 Vastgeroest in specifieke positie  Zoekt sterk naar logische consistentie Overstijgt
sociale posities

,HOOFDSTUK 1: DE ONTRAFELING VAN DE EUROEPESE MIDDELEEUWSE ORDE (1450-
1650)
1: WETENSCHAPPELIJKE VOORUITGANG EN DE GELEIDELIJKE EMANCIPATIE VAN DE POLITIEK
Kenmerken 15de eeuw
 Verdwijnen van federale orde
 Economische veranderingen  veranderingen in de relaties tussen mensen
 Ontstaan kapitalisme maar noemde toen nog niet zo
o Mensen begrepen de verschillende tendensen nog niet
Ontstaan kapitalisme
 Wetenschappelijke vooruitgang
o Herontdekking van de oude Griekse meesters (filosofen, wiskundigen, …)
o Opnieuw denken over verschillende inzichten
o Iraans, enz. waren al veel verder geëvolueerd  European vonden opnieuw contact met oude
Griekse denkers via Arabische wereld
o Emancipatie van de politiek
 Geleidelijke emancipatie van de politiek
o De term maatschappij bestond nog niet
 Pas na Franse Revolutie had men dat ‘ontdekt’
 ! anachronisme
o Nadenken over het politieke los van het religieuze kader
 Europa: Christendom
 Machtsbalans verander
o Europa keek weinig ‘uitwaarts’ MAAR dat veranderd wanneer ze in contact komen met andere
landen
o Er zijn altijd wel relaties geweest tussen verschillende culturen, wereldrijken, … MAAR voor het eerst
heeft Europa duidelijke ambities om te gaan koloniseren
 Varen naar Zuid-Amerika
 Het einde van de katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
 Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
 Grote periode van burgeroorlogen
o De Engelse burgeroorlog
 Veranderende economische relaties begon in Groot-Brittannië
 Opstand kwam een heel eind voor de grote golf van de andere revoluties (Amerikaans,
Franse en Haïtiaanse)
Leonardo Da Vinci (1452-1519)
 Kunstenaar
 Maakte veel proto-wetenschappelijke analyses en prototypes
 Religieus figuur MAAR in zijn denken liet hij zich niet zomaar leiden door het Bijbelse verhaal. Hij keek naar
hoe de natuur in elkaar zat (empirisch).
o Het universele: God heeft de natuur / aarde gemaakt. God stelt dat je het grootste in de wereld moet
bekijken om het kleine te begrijpen. MAAR Da Vinci verwerpt dat idee. Hij stelde dat we naar het
allerkleinste van de natuur moeten kijken om het grotere te begrijpen. Dus hij draait de stelling om.
 Twee aanpakken:
 Het logische: wiskunde, zekerheden
 Het experimentele: uitproberen, testen
 Veranderende economische verhoudingen in een verdeeld Italië – Mercantilisme
o Leefde in rijker wordende stadsteden  veranderende economische verhouding: niet meer
kapitalistisch maar ook nog niet zoals de Middeleeuwse feodale systemen  handel komt centraal te
staan
 Belang handel: rijkdom creëren MAAR nog geen kapitalisme WANT weinig productie, zeker
voor een markt. Men produceerde enkel voor zichzelf, zodat ze konden overleven.
 Vraag naar eenheid – een groter verband van het politieke
 Italië en Duitsland  lappendenkens van verschillende vorsten MAAR niet eengemaakt in 1 geheel
o Voor beiden duurt het tot 2de helft van de 19e eeuw vooraleer ze beide 1 geheel worden
 Ontvoogding en secularisering

,Nicollo Machiavelli (1469-1527)
 Niet geïnteresseerd in het beschrijven van hoe de politiek / heerser zou moeten zijn en doen.
 Wel geïnteresseerd in hoe het werkelijk functioneerde. Hoe gedragen mensen zich in de maatschappij? Wat
doet een vorst? …
o Geleidelijke emancipatie van de politiek  denken aan politiek zoals het is NIET zoals het zou
moeten zijn
 Il Principe
o Vind de morele basis van macht niet belangrijk
o Er is geen goddelijk kader nodig om de politiek te begrijpen
o Eerste wetenschappelijke blik op het politieke maatschappelijke gedrag
 Weg van de moraal?
 Menselijke natuur?
o Is overal en altijd hetzelfde
o Is zowel goed als slecht MAAR voor de politiek is het goed dat men ervan uit gaat dat de mens in
nature slecht is MAAR dat betekend niet dat de overheid enkel slechte dingen moet doen
 Secularisering van de politiek
o BEDOELING: politiek moet een apart menselijk domein worden los van de religie MAAR niet tegen de
religie gekant, de religieuze bepalingen mogen gewoon geen invloed hebben op de politieke
beslissingen
o Secularisering: NIET antireligieus WEL antiklerikaal
 Kritieken op Kerk van Machiavelli:
 Vele kerkelijke figuren hielden zich niet aan de religieuze regels
 Paus was eerder politieke figuur i.p.v. religieus  paus wou Italië verdelen i.p.v.
verenigen
o Religie is belangrijk als sociaal segment
 La raison d’Etat
o De reden voor het bestaan van de staat
o Een staat die zichzelf doelen stelt, mag allerlei dingen gebruiken om tot dat doel te komen (geweld,
…)
o Doel: een sterke heerser die kan heersen over een eengemaakt Italië
o Is er dan plaats voor vrijheid?
 Vrijheid = zekerheid = veiligheid
 Privaat bezit
- Heerser mag doen wat hij wilt, niemand ligt ervan wakker TENZIJ ze een
persoonlijk bezit van je zouden afnemen
- Taak heerser: beschermen van de eigendommen van het volk
o Heerser moet gevreesd worden door het volk  zo zal iedereen zwijgzaam zijn en zijn/haar plaats in
de samenleving kennen
 Populair Machiavellisme
o Idee: het doel heiligt alle middelen
o Later gebeurd, Machiavelli dacht niet zo

,Thomas More (1478-1535)
 Schrijver, denker, staatsman
 Diep Christelijk man
o Maatschappij Engeland was toen een probleem  armoede
 Armoede, is dat echt van alle tijden?
 Begin: opkomst kapitalisme?
 Utopia
o Deel 1: Beschrijving van de sociale en economische veranderingen in Engeland
 = kapitalisme (maar die term gebruikten ze nog niet)
 Schreef over ontwikkelingen in wolindustrie, hoe mensen rijker werden, …
o Deel 2: Beschrijving van de ideale maatschappij  Paradijselijk eiland
 Daar heerst de natuurtoestand (geen corrumpering door priv é́-bezit  alles
gemeenschappelijk). Iedereen werkt er 6 uur per dag en kan in ruil in onderhoud voorzien.
Het bestuur wordt indirect verkozen en geleid door een vorst die op grond van tirannie kan
worden afgezet. Er heerst verdraagzaamheid, er is de humanisering van het strafrecht en er
is geen wreedheid of oorlog.
 Utopisme:
o afwijzen van de bestaande, onrechtvaardige orde op basis van religieuze en/of morele gronden,
projectie van een ideaal in een andere, denkbeeldige wereld
 Secularisering wordt verder gezet  niet Gods wil, wel maatschappelijke tendensen
 More: “Ik wens het meer dan ik het hoop”
o Zijn idee zou niet mogelijk zijn in het Engeland waarin hij leefde
2: HET EINDE VAN DE KATHOLIEKE HEGEMONIE: REFORMATIE EN CONTRAREFORMATIE
Humanisten en Scholastici
Luther (1483-1546)
 Duits gelovige
 Kende beide stromingen door vrienden MAAR hield er afstand van
 Geïnteresseerd in het individuele geloof
o Gaat naar Rome - gechoqueerd door de decadente levensstijl van de religieuze figuren
o Komt in opstand: Kerk in Wittenberg – Duitsland (proto-natiolistische opstand)
 1517: Stellingen van de toegeeflijkheid nagelt hij aan de kerk
 Aflaten (zonden worden vergeven) kopen met geld
o Paus benoemde mensen die aflaten mochten ‘verkopen’
 Kerk enkel bezig met geld
 Was de Kerk wel nodig om te geloven in God?
o Religieuze bevrijding van de mens
 = losmaken van kerkelijke structuren en in directe band met God moeten gaan MAAR enkel
op religieus vlak MAAR in de maatschappij zijn er andere regels
 In een maatschappij is er nood aan ongelijkheid DUS geen nood aan opstand
daarover
 DUS sterke overheid is nodig
 Religieuze vrijheid MAAR geen maatschappelijke vrijheid
Thomas Münzter
 Luther moet idealen doortrekken op politiek vlak volgens Münzter
 Schaarde zich achter de boeren
 In Saksen veel opstanden over de hebzucht van de adel
o Alle opstanden moeten hardhandig gestopt worden volgens Luther  verliest veel volgers MAAR
blijft ideeën verspreiden

,Calvijn (1509-1564)
 Protestantse hervormer
 Verwierp katholieke leer
 Vertrekt naar Genève (handelsstad)
o Moest de stad leiden MAAR daarvoor had hij enkele regels
 Mensen moesten zijn geschriften lezen – niet iedereen akkoord – ging weg – werd
teruggevraagd – iedereen die het niet met hem eens was moest vertrekken
 Begint na te denken over winst, rentes, … WANT Genève = handelsstad
 Winst = alles wat een mens over heeft en niet ‘nodig’ heeft om te overleven
o Komt door te werken  werk werd aanbevolen door God DUS het product
van de arbeid is niet slecht => winst is acceptabel MAAR wat moet men doen
met dat geld?  investeren om nieuwe economische activiteiten te
ontwikkelen
o Max Weber schrijft boek over kapitalisme gebaseerd op Calvijn
 Wordt gezien als de eerste grondlegger van het kapitalisme
 Predestinatie – menselijke voorbestemming
o Lot van mens staat vast – mens is voorbestemd voor hemel of hel
o Word gezien als grondlegger van moderne individualisme
 Wat moet je doen met je leven als alles toch al voorbestemd is?
 Mens zal zoeken naar tekenen om te kijken of hij een goede voorbestemming heeft
 De kwestie van winst
 Stadsstaat = theocratie
o Consistorie: zorgde voor de moraal in de stad + rechtbank
o Ministerie: zeer gedisciplineerde predicus
 Maatschappelijke ongelijkheid maar gelijkheid voor de wet
o Verplichtingen volgens de wet  iedereen gelijk voor de wet onafhankelijk van de sociale afkomst
3: KOLONIALE ONTMOETINGEN: HET DISPUUT VAN VALLADOLID
1550-1555: het dispuut van valladolid (debat)
 Startvraag: Hoe moet Spanje oorlog voeren op Amerikaanse continent (Zuidelijk Amerika) en het
katholicisme verspreiden?
o Geweld?
o Wat zijn de religieuze en inheemse capaciteiten van de bevolking
o Eerste genoteerde debat in Europa
 → Is eigenlijk de vraag naar de menselijkheid van de inheemse volkeren
 Moreel en theologisch debat, verankerd in de economische uitbuiting van de kolonies
 Twee personen
o Juan Ginés de Sepulveda
o Barolomé de las Casas
Juan Ginés de Sepulveda
 Theoloog, filosoof en biechtvader van de keizer
 Brutale onderwerping en kerstening toegestaan  geweld
 Inheemse volkeren zijn ‘afgodendienaren’, van nature uit slaaf, deden zaken die ingaan tegen de natuur van
de menselijkheid (mensenoffers, kannibalisme en sodomie)  Er moesten oorlogen worden gevoerd om
deze ‘misdaden tegen de natuur’ uit te roeien.
 Sommige mensen zijn van nature inferieur  waren voorbestemd om hoger te staan in de hiërarchie
 “Natuurlijke slavernij” (Aristoteles)

,Barolomé de las Casas
 Tegen gebruik van geweld om christendom te brengen
 Ontkende “natuurlijke slavernij” niet maar inheemse volkeren waren niet de barbaren van Aristoteles 
geen gedwongen kerstening door oorlog
o Mensen hebben veel intellectuele capaciteiten MAAR kregen het woord van God nog niet DUS
moeten we hen uitnodigen en de kans geven om het licht van God te kunnen ontvangen
 Oorlog tegen ketters en ongelovigen was gerechtvaardigd maar niet tegen de inheemse volkeren omdat zij
geen ketters waren die gestraft moesten worden
o Ketters = mensen die eerst Christenen geweest zijn en zich er dan tegen keren  dan hebben ze wel
recht om tegen die mensen geweld te gebruiken
 Geen winnaar van het debat

Conquistadores: goud en evangelie (Zuid-Amerika)
 Grond bewerkt door lokale bevolking (al dan niet gedwongen)
 Encomienda-systeem
o Conquistador (kolonist) kreeg stuk grond en een stuk van de bevolking moest voor hem werken
 Collectieve slavernij
o Mensen werden gevraagd om te werken voor Spanje – hieraan werden straffen gekoppeld
 Zij moesten producten afgeven in ruil voor het leren van de Spaanse taal en het christendom
 Las Casas verdedigde de Zuid-Amerikanen MAAR is ook deels schuldig voor het omvormen van de Afrikaanse
bevolking tot slaven
 De ‘ontmoeting’ met de Andere
4: DE ENGELSE BURGEROORLOG
Kapitalistische veranderingen in Groot-Brittannië → politiek & grondwettelijk conflict
 1629-1660
 Koning Karel I – Puriteinen – Parlement
o Macht koning is beperkt
 Grand Remonstrance
o Opmerkingen op het politieke, religieuze, financiële, … van het koningshuis
o Willen enkele hervormingen
 Olivier Cromwell
o Leider van de puriteinen + spreekbuis van het parlement
o Zal betrokken worden in burgeroorlog 1 en 2  creëert nieuw leger
 New Models Army
 Enkel mensen die achter zijn ideologie staan  oude systeem van ‘mensen betalen
om te vechten’ wordt omgebouwd naar iets waar overtuiging centraal staat
 Radicaal en vernieuwend idee
The Levellers
 Groep gesticht door groep uit New Models Army
 anti-normandisme (koningshuis)
 keren zich tegen geïnstitutionaliseerde kerk
 Agreement of the people
o Document waarin het concept van volkssoevereiniteit centraal stellen
o Verkiezingen zijn nodig voor volkssoevereiniteit
 De verkorenen (parlement) moeten beleid voeren
 Council of the state - Maatschappelijke breuklijn arm versus rijk
 Wie is ‘het volk’?
o Iedereen BEHALVE arbeiders, werklozen, vrouwen  geen stemrecht
 Maatschappelijke breuklijn arm versus rijk
o Wat met het gemeenschappelijke bezit
 The Levellers wouden dit afschaffen
 Waarom zou een mens gaan werken als het product niet van hem wordt

,Diggers
 Bezetten stukken grond
 Eisten directe economische gelijkheid voor iedereen in de maatschappij
 Emancipatie van de vrouw?
o Vrouw = tweederangsburger
 Mary Astell (1666-1731)
o Een van de eerste vrouwen die publiceert
o Behoorde tot een groep ‘The quakers’
 Betekenis van de Engelse Burgeroorlog

Wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten:
 Waarneming en experiment als basis van kennis. (F. Bacon)
 Dynamisch mensbeeld (T. Hobbes)
 Rede als mogelijkheid tot kennis (R. Descartes)
 God door rede bepaald (B. Spinoza)
Thomas Hobbes (1588-1679)
 Autoritair staatsgezag
 Natuurstaat: menselijke natuur, zelfrealisatie, egoïsme
o Menselijke samenleving voor er iets bestond als een staat, heerser, politie, …
o Inherente impuls naar zelfrealisatie – een mens wil het altijd beter voor zichzelf (en gezin)
o Als iedereen zo denkt dan krijgen we een Homo-homini-lupus samenleving
 Samenleving waarbij iedereen wantrouwen heeft tegenover andere mensen
 Oplossing: zekerheid in ruil voor vrijheid
- Hoe?  Onvoorwaardelijk sociaal contract aan koning/heerser
- Koning = Leviathan (‘The mortal God’)
- Staat die het welzijn van iedereen moet controleren (Commonwealth)
- + administratie, law & order, armenzorg
- Godsdienst = Staatsgodsdienst
Baruch de Spinoza (1632-1677)
 Nederlandse filosoof van Portugees Sefardische (joodse) oorsprong
 Rationalist
 Breuk met de middeleeuwse filosofie
 Godsbeeld naar redelijk inzicht
 Egoïsme van de mens kan alleen door de liefde voor God opgegeven worden, niet door een sociaal contract
 Democratie?

,HOOFDSTUK 2: DE EUROPESE VERLICHTING EN HET TIJDPERK VAN REVOLUTIES
(1650-1800)
1: DE POLTIEKE OORSPRONG VAN DE BURGERLIJKE SAMENLEVING
John Locke (1632-1704)
 Two treatises of Government
o Eerste verhandeling: sarcastische weerlegging van het idee, dat de koning een rechtstreekse
afstammeling van Adam is
o Tweede verhandeling: natuurlijke staat van de mens
 Mens is van nature gelijk
 All men are born free and equally alike
o Werd er gedacht aan alle mensen?
o Hoe de mens omschrijven
 Elke mens recht op leven
 Mens moet kunnen voedsel, kledij en onderdak verkrijgen
o Arbeid: fysieke kracht + intellect van de mens  met materialen uit naturen
dingen maken
 Mens is eigenaar van zijn eigen werk  bij arbeid is de mens eigenaar van het
gemaakte stuk  bleef zo tot het ontstaan van GELD, ervoor werd geruild
o Veranderende spelregels  arbeid moet verkocht worden – iemand met
geld kan iemand betalen om iets te doen voor hem  REVOLUTIONAIR want
arbeid is geen ding
o Arbeid verkopen = werkende lichaam gedurende bepaalde tijd verkopen
o = sociale aspect van kapitalisme  vorm van uitbuiting
 Opdeling arbeider – ondernemer
o Niet in strijd met natuurrecht
o = logische gevolg van een systeem van warenproductie
 Er is een staat nodig
o Geweldmonopolie
o MAAR staat mag er niet enkel repressief zijn DUS er zijn ook andere manieren om de orde te laten
aanvaarden door mensen
o Rol van godsdienst  Reasonableness of Christianity
 Niet bezig zijn met moeilijke theologische debatten
 Religie moet kijken naar wat goed en slecht is
 Scheiding der machten
o Rechterlijke macht = aanhangsel van de wetgevende macht
o Wetgevende macht staat boven uitvoerende macht
 Wie behoort tot de civil society & freemen
o Civil society = civiele maatschappij  nu: alle organisatie die ergens tussen de mensen en de staat
staan (vb. politieke partijen, vakbonden, …)
 Locke: = beschaafde maatschappij die rol moesten spelen in politieke debat
 Locke: geen plaats voor de vrouw
o Freemen = echte burgers  rest van de maatschappij
 Onderdanen  geen stem in kapittel
o Soevereiniteit ligt bij het volk
o MAAR ook macht overdragen aan vertegenwoordigers
 Onvoorwaardelijk MAAR moet voorwaardelijk worden WANT staat mag niet zomaar doen
wat ze willen  voorwaardelijk contract
o Leider staat  monarch
 Monarchie moet geleid worden door ‘godlike prince’
 Koning is onaantastbaar en leidt het volk
 Koning kan tegen de wet handelen wanneer dat het belang van het volk dient 
gevaarlijk WANT elke koning kan ‘iets doen in het groter belang van het volk’ MAAR
klopt dat ook?
 Idee van sociaal contract  volk kan koning afzetten indien hij rebel wordt

,  nieuw element in het politiek debat (revolutionair)  ‘The people shall be the
judge’

 Houding t.a.v. slavernij
o Vertelde weinig/nooit over slavernij
 MAAR nochtans zei hij dat ‘iedereen gelijk was’
o Legitimeerde ongelijkheid in maatschappij
o Als hij over slavernij sprak stelde hij dat het ‘witte mensen waren die geen spreekrecht hadden op
politiek vlak’

2: VERLICHTING
Frans rationalisme: verlichtingsfilosofie Rede – vooruitgang – geluk
 “[Our aim] is to collect all the knowledge scattered over the face of the earth, … and to transmit this to those
who will come after us.... It could only belong to a philosophical age to attempt an encyclopedia; … All things
must be examined, debated, and investigated without exception and without regard for anyone’s feelings….
We have for quite some time needed a reasoning age.”
 “It is impious to want to impose laws upon man’s conscience; this is a universal rule of conduct. People must
be enlightened and not constrained”.
Wie is ‘de mens’ van de vooruitgang?
 Houding t.a.v. menselijke diversiteit
o Verschillende visies over ‘ras’
 Polygentetische strekking
 Monogenisten, universalisten
 Blank mens = mens van de vooruitgang
o “onder het gepolijste uiterlijk van de Hindoe, ligt een neiging voor misleiding en perfiditeit , (…) onze
voorouders, hoewel ruw, waren oprecht”. (J. Mill)
o « La race des N@3% est une espèce d'hommes différente de la nôtre [...] on peut dire que si leur
intelligence n'est pas d'une autre espèce que notre entendement, elle est très inférieure. Ils ne sont
pas capables d'une grande attention, ils combinent peu et ne paraissent faits ni pour les avantages,
ni pour les abus de notre philosophie. Ils sont originaires de cette partie de l'Afrique comme les
éléphants et les singes ; ils se croient nés en Guinée pour être vendus aux Blancs et pour les servir »
(Voltaire in Essai sur les mœurs)
 Houding t.a.v. de vrouw
o Vrouw als ‘redelijk rationeel wezen’
 Stap vooruit WANT vele boeken stelden dat de vrouw ondergeschikt was aan de man
o Geen natuurlijke inferioriteit
o “A woman, regardless of her age, is under civil tutelage .. the right of the weaker enters into this, and
man’s very nature calls on him to respect and defend it”. (Immanuel Kant)
o “As for the scholarly women, they need their books in much the same way as they need their watch,
namely to carry it in order to let people notice they have one, whether or not it is running or has been
set by the sun” (Immanuel Kant)
 Houding t.a.v. ongelijkheid/klassen
o “Wat het canaille aangaat, daar heb ik geen uitstaans mee; het zal altijd canaille blijven” (Voltaire)
o “Wij hebben nooit gepretendeerd schoenmakers en dienstboden te willen verlichten, dat is het werk
van apostelen” (Voltaire)

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463933919 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
13 december 2024
Aantal pagina's
79
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€13,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Ilonamasselis
4,1
(21)
Verkocht
269
Volgers
13
Items
53
Laatst verkocht
1 dag geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen