Plantkunde
Bloemplanten
Morfologie = bestudeert de bouw en de vorm van organismen, hun organen en weefsels
Fysiologie = verband tussen bouw en functie -> werking + functie van organen en weefsels
ORGANISATIENIVEAUS BIJ PLANTEN
1. Cel is de kleinste bouwsteen van een organisme
→ cellen met dezelfde bouw + functie = vormen samen weefsels
2. Orgaan is een geheel aan weefsels -> heeft structurele eenheid + vervult functies
→ 3 hoofdorganen van de plant : stengel, blad, wortel
→ vanuit de hoofdorganen kunnen de andere structuren worden afgeleid
3. Stelsel of orgaanstelsel = geheel van organen die een functioneel geheel vormen
→ bloem : gewijzigd organenstelsel (gewijzigde stengel + bladeren)
→ wortelstelsel : geheel aan wortels , groepering van gelijke organen
→ stengelstelsel : scheutensysteem of wortelsysyteem
CEL → WEEFSEL → ORGAAN → ORGAANSYSTEEM OF STELSEL
Bloem (gewijzigde stengel + bladeren)
Stengelstelsel
Wortelstelsel
l
,1 Morfologie van de bloem, diversiteit en determineren
1.1 Algemene bouw en ontstaan van de bloem
Bloem = gewijzigd orgaansysteem, ze bestaat uit :
• Gewijzigde stengel, bloemsteel die bovenaan verbreed is tot bloembodem
• Gewijzigde bladeren die op de bloembodem zijn ingeplant : (buiten -> binnen)
o Kelkbladeren
o Kroonbladeren
o Meeldraden
o Vruchtbladeren, verenig tot 1 of meer stampers
Mannelijke voortplantingsstructuur = meeldraad :
• Helmknop
• Helmdraad
Vrouwelijke voortplantingsstructuur = stamper :
• Stempel
• Stijl
• vruchtbeginsel
1.2 ontstaan van de stamper
bloem = gewijzigde stengel met bladeren
• stengel : bloemsteel, verbreedt met bloedbodem
• bladeren : kelkbladeren, kroonbladeren, vruchtbladeren
stamper is ontstaan door de vergroeiing van 1 of meerdere vruchtbladeren met vplstructuren
• bovenaan : stamper is smal (verbreding top)
• onderste deel + voortplantingsstructuren verbreedt
• aantal voortplantingsstructuren kan bij plantensoorten gereduceerd zijn
de stamper kent 3 delen :
• stempel
• stijl
• vruchtbeginsel met 1 of meerdere zaadbeginsels
stamper is ontstaan uit 2 of meerdere vruchtbladeren :
• randen van de vruchtbladeren buigen naar binnen -> ontstaan van tussenschoten -> holtes
ontstaan = hokken
• nerf of vergroeiingsnaad kan soms uitgroeien tot vals tussenschot -> ontstaan van hokken
,Prent 1 : de stamper is opgebouwd uit 1 vruchtblad
Prent 2 : de stamper is opgebouwd uit 3 vruchtbladeren
Prent 3 : de stamper is opgebouwd uit 2 vruchtbladeren (uitgroei nerf -> vals tussenschot)
1.3 beschrijving van de bloemdelen
1.3.1 witte mosterd of koolzaad
• veel gebruikt als groenbemesting
• van de zaden kan mosterd gemaakt worden
kenmerken
1. bloemen staan niet alleen -> verzameld in bloemgestel
• bloemgestel met bloemen verspreid + zijassen op de hoofdas = tros
• gestellen staan op het einde van de hoofdstengel + einde van de zijstengel
2. meer dan 1 symmertrievlak (symmetrie = bloem in 2 spiegelhelften zou verdelen)
• meerzijdig symmetrisch
3. van onder naar boven hebben we de volgende bloemdelen :
• 4 geelgroene kelkbladeren
• 4 grotere kroonbladeren
4. De kelkbladeren zijn loodrecht op de bloemsteel -> zijn afstaand
5. Verbrede uiteinde van de bloemsteel = bloembodem -> 6 meeldraden
• Voet van de meeldraden staan 4 nectarklieren
6. De stamper : bestaat uit
• Verbreed vruchtbeginsel met zaadbeginsels
• Bovenaan een knopvormige stempel
• Tussen stempel en vruchtbeginsel heb je een lange stijl
7. Bovenstandig = het vruchtbeginsel staat op dezelfde hoogte ingeplant dan de
aanhechtingsplaatsen van de kelk, kroon, meeldraden
8. Vruchten : ontstaan na bestuiving en bevruchting uit het vruchtbeginsel
9. Snavel = uitgegroeide stijl met restant van de stempel
, 1.3.2 Lelie
Kroonbladeren + kelkbladeren hebben dezelfde kleur = bloemdek
1.4 Bloembekleedsels : kelk + kroon of bloemdek
1.4.1 Kelk
• Meestal groen
• Bladeren kunnen los of vergroeid zijn
Functie :
• Beschermen de bloem in knoptoestand
• Vormen bij de ontloken bloem bescherming tegen inbraak
Functie nectar : insechten aanlokken die helpen bij bestuiving
1.4.2 Kroon
• Meestal niet groen
• Bladeren kunnen los of vergroeid zijn
o Nut vergroeide kroonbladeren -> aantrekken van insecten
• Bepaalt de symmetrie van de bloem
o Éénsymmetrievlak
o Meerzijdig symmetrisch
Functie :
• Aanlokken van dieren die kunnen zorgen voor bestuiving
• Landingsplaats voor deze dieren
1.4.3 Bloemdek
Bloemdek = de kelk en kroonbladeren hebben dezelfde kleur -> bloemdekbladeren
Bloemplanten
Morfologie = bestudeert de bouw en de vorm van organismen, hun organen en weefsels
Fysiologie = verband tussen bouw en functie -> werking + functie van organen en weefsels
ORGANISATIENIVEAUS BIJ PLANTEN
1. Cel is de kleinste bouwsteen van een organisme
→ cellen met dezelfde bouw + functie = vormen samen weefsels
2. Orgaan is een geheel aan weefsels -> heeft structurele eenheid + vervult functies
→ 3 hoofdorganen van de plant : stengel, blad, wortel
→ vanuit de hoofdorganen kunnen de andere structuren worden afgeleid
3. Stelsel of orgaanstelsel = geheel van organen die een functioneel geheel vormen
→ bloem : gewijzigd organenstelsel (gewijzigde stengel + bladeren)
→ wortelstelsel : geheel aan wortels , groepering van gelijke organen
→ stengelstelsel : scheutensysteem of wortelsysyteem
CEL → WEEFSEL → ORGAAN → ORGAANSYSTEEM OF STELSEL
Bloem (gewijzigde stengel + bladeren)
Stengelstelsel
Wortelstelsel
l
,1 Morfologie van de bloem, diversiteit en determineren
1.1 Algemene bouw en ontstaan van de bloem
Bloem = gewijzigd orgaansysteem, ze bestaat uit :
• Gewijzigde stengel, bloemsteel die bovenaan verbreed is tot bloembodem
• Gewijzigde bladeren die op de bloembodem zijn ingeplant : (buiten -> binnen)
o Kelkbladeren
o Kroonbladeren
o Meeldraden
o Vruchtbladeren, verenig tot 1 of meer stampers
Mannelijke voortplantingsstructuur = meeldraad :
• Helmknop
• Helmdraad
Vrouwelijke voortplantingsstructuur = stamper :
• Stempel
• Stijl
• vruchtbeginsel
1.2 ontstaan van de stamper
bloem = gewijzigde stengel met bladeren
• stengel : bloemsteel, verbreedt met bloedbodem
• bladeren : kelkbladeren, kroonbladeren, vruchtbladeren
stamper is ontstaan door de vergroeiing van 1 of meerdere vruchtbladeren met vplstructuren
• bovenaan : stamper is smal (verbreding top)
• onderste deel + voortplantingsstructuren verbreedt
• aantal voortplantingsstructuren kan bij plantensoorten gereduceerd zijn
de stamper kent 3 delen :
• stempel
• stijl
• vruchtbeginsel met 1 of meerdere zaadbeginsels
stamper is ontstaan uit 2 of meerdere vruchtbladeren :
• randen van de vruchtbladeren buigen naar binnen -> ontstaan van tussenschoten -> holtes
ontstaan = hokken
• nerf of vergroeiingsnaad kan soms uitgroeien tot vals tussenschot -> ontstaan van hokken
,Prent 1 : de stamper is opgebouwd uit 1 vruchtblad
Prent 2 : de stamper is opgebouwd uit 3 vruchtbladeren
Prent 3 : de stamper is opgebouwd uit 2 vruchtbladeren (uitgroei nerf -> vals tussenschot)
1.3 beschrijving van de bloemdelen
1.3.1 witte mosterd of koolzaad
• veel gebruikt als groenbemesting
• van de zaden kan mosterd gemaakt worden
kenmerken
1. bloemen staan niet alleen -> verzameld in bloemgestel
• bloemgestel met bloemen verspreid + zijassen op de hoofdas = tros
• gestellen staan op het einde van de hoofdstengel + einde van de zijstengel
2. meer dan 1 symmertrievlak (symmetrie = bloem in 2 spiegelhelften zou verdelen)
• meerzijdig symmetrisch
3. van onder naar boven hebben we de volgende bloemdelen :
• 4 geelgroene kelkbladeren
• 4 grotere kroonbladeren
4. De kelkbladeren zijn loodrecht op de bloemsteel -> zijn afstaand
5. Verbrede uiteinde van de bloemsteel = bloembodem -> 6 meeldraden
• Voet van de meeldraden staan 4 nectarklieren
6. De stamper : bestaat uit
• Verbreed vruchtbeginsel met zaadbeginsels
• Bovenaan een knopvormige stempel
• Tussen stempel en vruchtbeginsel heb je een lange stijl
7. Bovenstandig = het vruchtbeginsel staat op dezelfde hoogte ingeplant dan de
aanhechtingsplaatsen van de kelk, kroon, meeldraden
8. Vruchten : ontstaan na bestuiving en bevruchting uit het vruchtbeginsel
9. Snavel = uitgegroeide stijl met restant van de stempel
, 1.3.2 Lelie
Kroonbladeren + kelkbladeren hebben dezelfde kleur = bloemdek
1.4 Bloembekleedsels : kelk + kroon of bloemdek
1.4.1 Kelk
• Meestal groen
• Bladeren kunnen los of vergroeid zijn
Functie :
• Beschermen de bloem in knoptoestand
• Vormen bij de ontloken bloem bescherming tegen inbraak
Functie nectar : insechten aanlokken die helpen bij bestuiving
1.4.2 Kroon
• Meestal niet groen
• Bladeren kunnen los of vergroeid zijn
o Nut vergroeide kroonbladeren -> aantrekken van insecten
• Bepaalt de symmetrie van de bloem
o Éénsymmetrievlak
o Meerzijdig symmetrisch
Functie :
• Aanlokken van dieren die kunnen zorgen voor bestuiving
• Landingsplaats voor deze dieren
1.4.3 Bloemdek
Bloemdek = de kelk en kroonbladeren hebben dezelfde kleur -> bloemdekbladeren