Biomoleculen
Biochemie
4 meest voorkomende atoomsoorten in het lichaam:
- Koolstof, waterstof (grootste percent) , zuurstof en stikstof ( CHON)
Anorganisch: Zonder koolstof (CO2 is uitzondering)
Organisch: Met koolstof C
Polair: met ladingen -> hydrofiel= lost makkelijk op in water
Apolair: zonder ladingen -> hydrofoob= slecht oplossen in het water
Soort zoekt soort:
Polaire stoffen lossen goed op in polaire oplosmiddelen (bv water)
Apolaire stoffen lossen goed op in apolaire oplosmiddelen (bv olie)
Functies van water in het lichaam:
- Belangrijk transportmiddel bv bloed
- Zweten
Koolstof:
- Vormt basis van organische moleculen
- Bindt makkelijk met andere koolstofatomen en waterstofatomen -> zo
ontstaan koolwaterstofatomen zoals alkanen en alkenen ( bv etheen een
plantenhormoon)
Lewisnotatie: C koolstof gaat altijd 4 bindingen aan
Stofklasse Voorbeelden met hun
toepassingen
Alcoholen - Methanol: brandstof
- Ethanol: drankalcohol
Ethers - Diethylether: organisch
oplosmiddel
Carbonzuren - Methaanzuur: gif van mieren
- ethaanzuur of azijnzuur
Esters - ethylethanoaat: geur van fruit
Amine groep - geur van rotte vis
Stofklasse: is een groep van stoffen met gemeenschappelijke chemische
eigenschappen vb. zuren
Functionele groep: is een kenmerkend atoom of atoomgroep van een
stofklasse
Biomoleculen: organische stoffen die door levende organismen worden
aangemaakt ze hebben een skelet van koolstof en waterstofatomen
Biochemie
4 meest voorkomende atoomsoorten in het lichaam:
- Koolstof, waterstof (grootste percent) , zuurstof en stikstof ( CHON)
Anorganisch: Zonder koolstof (CO2 is uitzondering)
Organisch: Met koolstof C
Polair: met ladingen -> hydrofiel= lost makkelijk op in water
Apolair: zonder ladingen -> hydrofoob= slecht oplossen in het water
Soort zoekt soort:
Polaire stoffen lossen goed op in polaire oplosmiddelen (bv water)
Apolaire stoffen lossen goed op in apolaire oplosmiddelen (bv olie)
Functies van water in het lichaam:
- Belangrijk transportmiddel bv bloed
- Zweten
Koolstof:
- Vormt basis van organische moleculen
- Bindt makkelijk met andere koolstofatomen en waterstofatomen -> zo
ontstaan koolwaterstofatomen zoals alkanen en alkenen ( bv etheen een
plantenhormoon)
Lewisnotatie: C koolstof gaat altijd 4 bindingen aan
Stofklasse Voorbeelden met hun
toepassingen
Alcoholen - Methanol: brandstof
- Ethanol: drankalcohol
Ethers - Diethylether: organisch
oplosmiddel
Carbonzuren - Methaanzuur: gif van mieren
- ethaanzuur of azijnzuur
Esters - ethylethanoaat: geur van fruit
Amine groep - geur van rotte vis
Stofklasse: is een groep van stoffen met gemeenschappelijke chemische
eigenschappen vb. zuren
Functionele groep: is een kenmerkend atoom of atoomgroep van een
stofklasse
Biomoleculen: organische stoffen die door levende organismen worden
aangemaakt ze hebben een skelet van koolstof en waterstofatomen