Student naam Julia van Heun
Student nummer 1180076
Opleiding DT Social Work
Titel EVL Tot een plan komen
Code EVL SOW21D20
Datum van inleveren 25 – 11 - 2022
Versie (eerste kans of herkansing) Eerste versie
,Inleiding
In dit verslag wordt beschreven en onderbouwd hoe er tot een plan gekomen is ter bevordering van het
sociaal functioneren van een cliënt. De naam van de cliënt die genoemd wordt is niet de echte naam.
Deze keuze is gemaakt om de privacy van de client te waarborgen. De personen die zich in het
privénetwerk van de cliënt bevinden hebben verzonnen namen. Dit is om dezelfde reden als bij de
cliënt.
De bedoeling van het plan is (naast het bevorderen van het sociaal functioneren) ook het inzetten van
eigen kracht van de cliënt. Belangrijk is dat de client zich eigenaar voelt van het opgestelde plan. Hoe dit
is gedaan zal dan ook in dit verslag worden onderbouwd.
Daarnaast is het netwerk van de client betrokken geweest bij het opstellen van het plan. Er wordt
gekeken naar welke rol het netwerk speelt en wat het netwerk eventueel zou kunnen betekenen bij de
uitvoering van de doelen die zijn opgesteld. Ook is het plan dat wordt geschreven besproken met de
collega’s op de woonlocatie. Deze waren enthousiast.
De werkwijze van de organisatie zal continue als onderliggende factor aanwezig zijn aangezien de visie
van de JP van den Bent stichting een basis is in de begeleiding van de cliënt. JP van den Bent biedt
ondersteuning op maat. Dit betekend dat er wordt gekeken naar wat de cliënt op dat moment nodig
heeft in zijn leven om een volwaardig leven te kunnen lijden. Deze richt hij naar zijn eigen wensen en
behoeften in met daarbij de passende ondersteuning van begeleiders (Hoe werkt de JP?, 2020).
De cliënten die bij de JP van den Bent stichting wonen, wonen hier op basis van een WLZ-indicatie. Er is
altijd iemand aanwezig waar ze een beroep op kunnen doen. Hierover vertellen Bunthof & Visscher,
2020: ‘’als blijkt dat er sprake is van intensieve zorg met 24-uurstoezicht in de leefomgeving of met
verblijf, kan er een aanspraak zijn op zorg vanuit de WLZ’’. De hoogte van de indicatie zal door de
gemeente worden bepaald.
Tot slot wordt er in dit verslag beschreven hoe er is samengewerkt met verschillende disciplines en
worden er theorieën gekoppeld aan de inhoud van dit verslag.
2
, Inhoud
Inleiding.......................................................................................................................................................2
1. Casuïstiekbeschrijving..............................................................................................................................4
1.1. Casus.................................................................................................................................................4
2. Netwerkanalyse.......................................................................................................................................5
2.1. Bolletjesschema................................................................................................................................5
2.2. Analyse van het bolletjesschema......................................................................................................6
2.3. Belemmerende, in standhoudende, en bevorderende factoren.......................................................8
2.4. Hulpvraag..........................................................................................................................................9
3. Plan........................................................................................................................................................11
3.1. Versterken eigen kracht..................................................................................................................13
4. Bronvermelding.....................................................................................................................................14
5. Bijlagen..................................................................................................................................................15
5.1. Bijlage A..........................................................................................................................................15
5.2. Tussentijdse feedback.....................................................................................................................16
5.3. Feedback.........................................................................................................................................17
5.4. Reflectie op de ontvangen feedback...............................................................................................17
3