H1: wat bestudeert de sociologie?
1. Sociaal als morele kwaliteit
Sociaal: 2 niveaus:
Horizontale niveau:
- Tussen mensen, relaties tss mensen, niveau van interactie,
wederkerige beïnvloeding
- ‘een-op-een’ moraal
- Eigen gedrag beïnvloedt anderen
- Vb. medestudent vraagt notities aan jou
Verticale niveau:
- Geheel waar alle mensen deel van uitmaken mensen grote geheel
nodig, want zijn er afhankelijk van = algemeen belang
- Sociaal systeem
- Politiek: zodat zorg voor gemeenschap vorm krijgt
- Vb. Sociale zekerheid: groot stuk van loon geef je aan sociale
zekerheid en die gaan daarmee pensioenen,
werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen uitbetalen voor de
bevolking
2. Het sociale als feitelijkheid
DEEL 1: HET VIZIER – DE SOCIOLOGISCHE KIJK
, Pagina | 2
Sociale feiten kunnen alleen worden verklaard vanuit andere sociale feiten
- Vb. inkomensongelijkheid (sociaal feit 1) als deze groot is kan
deze zorgen voor meer criminaliteit en dus misdaden (sociaal feit 2)
- Vb. Mensen met donkere huidskleur werden zwaarder getroffen door
corona, vaker in ziekenhuis opgenomen (sociaal feit 1), hebben
minder toegang tot goeie gezondheidszorg door hun lage sociaal
economische status (sociaal feit 2)
Sociale als feitelijkheid kan ook opgedeeld worden in horizontale en
verticale component + die componenten beïnvloeden elkaar onderling
Sociologisch standpunt
Circulaire causaliteit
ACTOR SYSTEEM
(Horizontale dimensie) (Verticale dimensie)
Sociale constructie/
Actorperspectief
Sociaal handelen Context en
resultaat van het
sociaal handelen
Sociale beïnvloeding/
systeemperspectief
- Interactie tussen actor (horizontale pool), die wordt
gekenmerkt door sociaal handelen EN systeem (verticale
pool), de context en het resultaat v/h handelen. Systeem
bestaat uit structuur en cultuur
- Tss actor en systeem circulaire causaliteit: wisselwerking tss
sociale constructie en sociale bepaaldheid
Definitie van sociologie
DEEL 1: HET VIZIER – DE SOCIOLOGISCHE KIJK
, Pagina | 3
- De sociologie is de wetenschap die zich bezig houdt met het
analyseren, beschrijven en verklaren van:
1) Het gedrag van en tussen mensen voor zover dat beïnvloed
wordt door het feit dat zij in bepaalde verhoudingen tot
elkaar staan en van (Agency of actorperspectief)
Vb. Stel je een schoolklas voor waar een leerling zelf kiest
om hard te werken en goede cijfers te halen. Ook al hebben
andere leerlingen misschien minder interesse of zijn er
weinig regels over hoe hard je moet werken, deze leerling
kiest bewust om te studeren om goede resultaten te
behalen.
2) Het gedrag van en tussen mensen voor zover dat beïnvloed
wordt door het feit dat zij in bepaalde verhoudingen tot
elkaar staan en van (structure of systeemperspectief)
Vb. In dezelfde schoolklas gelden regels dat leerlingen stil
moeten zijn en luisteren naar de leraar tijdens de les. Deze
regels en verwachtingen zorgen ervoor dat de meeste
leerlingen rustig blijven, ook al willen sommigen misschien
liever praten of iets anders doen. Hier gedragen de
leerlingen zich vooral omdat de regels dit van hen vragen,
ongeacht hun persoonlijke voorkeur.
Het sociale als studieobject
2 gevaren:
- Het individu als uitgangspunt nemen = fout
- De maatschappij als uitgangspunt nemen = fout
oplossing = sociaal handelen en sociale systemen
3. Sociale constructie: het actorperspectief
Agency (actor) we maken ons milieu, vs structure (systeem)
we worden erdoor bepaald
Sociale constructie vs sociale bepaaldheid
Oefening: Verklaar volgende zaken vanuit AGENCY en vanuit
STRUCTURE.
Iemand wordt dakloos
- A: S: wacht tijd voor sociale woningen, tekort aan betaalbare
huurwoningen, geen plaatsen genoeg voor nachtopvang,
DEEL 1: HET VIZIER – DE SOCIOLOGISCHE KIJK