Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's
Samenvatting

Complete samenvatting - Sociale en Organisatiepsychologie (8,6 gehaald)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's

Dit document bevat een complete samenvatting van het vak 'Sociale- & Organisatiepsychologie' aan de Universiteit Leiden. Het is een combinatie van een begrippenlijst en samenvating. Met deze beknopte samenvatting heb ik zelf een 8,6 gehaald.

Voorbeeld van de inhoud

Sociale psychologie

Week 1

Begrippen
Sociale psychologie  wetenschappelijke studie van hoe mensen anderen hun gedachten, gevoelens
en gedrag veranderen (bestaat uit social thinking, social behavior en social influence)
Sociologen  studie van samenleving en sociaal gedrag op groepsniveau
Antropologen  studie van cultuur en menselijk gedrag over tijd
Positieve psychologie  studies die gezond en adaptief gedrag onderzoeken
Intersectionality theory  hoe meerdere factoren zoals etniciteit en geslacht samen voor een
bepaald soort behandeling door anderen zorgen
False dichotomy  twee tegenovergestelde en mutual exclusive opties die ervoor zorgen dat er geen
andere mogelijkheden meer zouden zijn (zoals nature vs nurture)
Replication crisis  bij replicatie van onderzoek niet meer dezelfde uitkomsten krijgen
False positives / type 1 error  denken dat je iets hebt gevonden, maar statistieken waren onjuist
Mirror self recognition test  aap krijgt een stip op zn hoofd en wordt voor de spiegel gezet, als hij
de stip op zn hoofd aanraakt heeft hij self awareness (is gelukt, maar toont alleen fysieke awareness)
Self-concept  samenvatting van wie we zijn incl. relaties positieve en negatieve kwaliteiten etc.
WIDE  who, interpretation, direction en esteem zijn wegingsfactoren voor social comparison
Social identity theory  self-concept bestaat uit persoonlijke en sociale identiteit
Interdependent  focussen op familie en groeps benodigdheden
Optimistic illusion  onrealistisch optimistisch zijn, niet in verhouding met werkelijkheid
Subjective age  hoe oud je je voelt, niet hoe oud je bent

Theorieën over de “self”
Self-perception theory  we kijken naar ons gedrag en leiden daaruit af hoe we zijn
Social discrepancy theory  we hebben 3 selves: actual, ideal en ought (verwachtingen van anderen)
Self-expansion theory  anderen helpen ons te groeien en onze self-concept te verbeteren
Self presentation theory / impression management het goed presenteren van onszelf om indruk
op anderen te maken, self monitoring is dit proces van gedrag aanpassen
Collective self-esteem  onze evaluatie over de waarde van een groep (bv basking in reflected glory:
als jouw groep het goed doet ben je er onderdeel van, als het slecht gaat houd je afstand ervan)

Hoe eerlijk zijn we over onszelf
Optimal margin theory  kleine veranderingen aan realitiet kunnen ons beter laten voelen
Self-serving bias  attributeren onze succes aan onszelf en onze failures aan de situatie (vb van goed
en slecht cijfer op een toets)

Kurt Lewin, grondlegger sociale psychologie
Action research  wetenschappelijke beginselen gebruiken om sociaal probleem op te lossen
B = f(P,E)  gedrag is een functie van individueel person + de omgeving / situatie

Social comparison theory  we zeggen wie wij zijn op basis van vergelijking met anderen
- Upward social comparison  vergelijken met iemand die “beter” is (vaak om beter in iets te
worden, dus om af te kijken)
- Downward social comparison  vergelijken met iemand die “slechter” is (vaak om onszelf
beter te voelen)

,Wilhelm Wundt eerste psychologische laboratorium in 1800
Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als narcisme, je vertrouwen in hoe goed je een taak kunt, je
vertrouwen in hoe goed je een doel kunt bereiken en hoe je voor jezelf zorgt en hoog zelfvertrouwen
heeft geen invloed op prestaties

, Week 2

Begrippen
Dual processing  denken dat intuïtie (snelle mental accessibility) en logica combineert (snel vs
langzaam)
Cognitive load  de hoeveelheid informatie die ons brein kan verwerken in één keer
Cognitive load shifting  steeds wisselen tussen logica en intuïtie
Cognitive miser  mentale schortcuts maken om zo min mogelijk cognitive load te hebben
Satisficing  kiezen voor “goed genoeg” om cognitive overload te ontwijken
Maximizer  hoog cognitive load om voor het beste te gaan (tegenovergestelde van satificing)
Counterfactual thinking  als ik dit anders had gedaan had dit gebeurd (upward of downward)
Optimistic bias  onrealistische verwachting dat alles wel goed komt
Planning fallacy  jouw project gaat zoals gepland, ook al gaan vergelijkbare projecten dat niet
Priciple of parsimony  simpelste antwoord om de meeste dingen te verklaren
Sematisch netwerk  connecties van mentale concepten (priming gebeurt hierin)
Loss aversion  ons gedrag aanpassen op de kans dat we winnen of verliezen en verliezen speelt
een veel grotere rol
The invisible guiding hand  het marktmechanisme, alles komt vanzelf goed
Bounded rationality  er is een grens aan ons rationeel denken (Herbert Simon)
Prospect theory  we maken voorspelbare fouten als we waarschijnlijkheden wegen
Auction fever / veiling koorts  neiging te overbieden in sociaal competitieve omgeving
Subjective ownership/ mere ownership/ endowment effect  het gevoel dat je het al hebt door te
denken dat je het al hebt (leid tot bv te veel betalen voor iets)
Mental accounting  hoe we mentaal over geld denken bij het maken van economische keuzes
Fungibility  je kan het voor meerdere doeleinden gebruiken
Payment decoupling  het betalen en krijgen van een product zijn gescheiden (bv later betalen)
Default decision  de keuze die komt als we niks doen

Heuristiek  mentale shortcut om makkelijker moeilijke problemen op te lossen (kunnen false
memories veroorzaken)
- Anchoring and adjustment als we numerieke gokjes wagen zijn we beinvloed door het
startpunt
- Availability  overschatting van het voorkomen van iets omdat het makkelijk in ons brein
komt (doordat we het vaker gezien hebben bv, zoals scheidingen in Hollywood)
- Representativeness  keuzes maken op wat is “typical” (iemand met tattoos is geen rechter)

Biases
- Confirmation  kunnen alleen dingen die onze verwachtingen bevestigen onthouden
- Hindsight  nadat we weten wat er gebeurd is geloven dat we dat hadden kunnen
voorspellen (ik wist het al lang)
- Negativity  negatieve informatie merken we sneller op en onthouden we beter

Standard economisc model (SEM) vs behavioral economic model (BEM) is hoe mensen zih gedragen
als ze rationele beslissingen nemen vs hoe mensen zich daadwerkelijk gedragen

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
10 november 2024
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting
€6,42

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
5
Volgers
0
Items
17
Laatst verkocht
7 maanden geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen