Forensische genetica
1. Staal collecteren, opslag en karakterisatie.
Technische ontwikkelingen
1985: DNA-fingerprint
1989: Variable number of tandem repeat (VNTR of minisatellite) – DNA-profiel
1995: Short tandem repeats (STR) – DNA-profiel
DNA-fingerprinting DNA-profiel VNTRs DNA-profiel STRs (1995-
(1986 – 1990) (1990-2000) nu)
100 à 1.000 pg (0,001 à
Hoeveelheid DNA 5 à 10µg 1 µg
0,001 µg)
PCR en gel
Techniek Southern blot analyse Southern blot analyse
elektroforese
Interpretatie Moeilijk Eenvoudig Eenvoudig
Analysetijd 2 à 3 weken 1 à 2 weken 24 à 48 uur
Toepassing van DNA-identificatie
Forensisch onderzoek: kan de verdachte de donor zijn van de biologische sporen?
DNA-databank voor sporen: is de donor van het biologische spoor ook betrokken in andere feiten?
DNA-databank voor veroordeelden: is de donor van het biologisch spoor al eerder veroordeeld?
Verwanschapsonderzoek: is de juridische vader ook de biologische vader?
Rampen, ongelukken en oorlogsslachtoffers: een lichaam teruggeven aan de nabestaanden (“putting pieces back
together”)
Militairen actief in oorlogsgebied: identificatie van lichamen
Historisch onderzoek: voorbeeld, identificatie van de lichamen van de laatste Tsaar familie
1.1 Stappen in het DNA-testproces.
Na het verzamelen van biologisch materiaal, wordt DNA geëxtraheerd uit het biologische bronmateriaal en
vervolgens gemeten om de hoeveelheid teruggewonnen DNA te evalueren.
Specifieke regio’s van het DNA worden gericht en gekopieerd met PCR. Commerciële kits worden vaak gebruikt
om gelijktijdig PCR van 13 tot 15 short tandem repeat (STR) markers mogelijk te maken.
STR-allelen worden geïnterpreteerd ten opzichte van PCR-versteringsartefacten na scheiding op grootte m.b.v.
capillaire elektroforese en gegevensanalysesoftware.
Statistische interpretatie beoordeelt de zeldzaamheid van de allelen uit het resulterende DNA-profiel, dat
afhankelijk van de oorsprong van het monster uit een enkele bron of een mengsel kan bestaan.
Indien geen match → geen statistiek.
, 1.1.1 Crime Scene Investigation (CSI)
Onderzoek van de plaats van het misdrijf
Locatie: omgeving
Lichaam van een persoon
Documenteren
Fotografie – video
Schriftelijk
Elektronisch: 3D scanning (virtuele reconstructie van de crime scene)
Opsporen en beveiligen van bewijsmateriaal (= overtuigingsstuk)
Sporen – voorwerpen
Biologische sporen: haren of lichaamsvochten
Afdrukken: vinger, schoen, oren etc …
Bewijsmateriaal is objectieve “getuige”: niet altijd met 100% zekerheid. Daders kunnen politie op een
dwaalspoor proberen te leiden.
1.1.2 Principe van Locard.
Principe van Locard = bij elk contact tussen personen, of tussen een persoon en een voorwerp of tussen
voorwerpen kan er uitwisseling van materiaal plaatsvinden. Dit kunnen biologische sporen zijn, of andere
sporen.
Directe transfer van biologische sporen
- Dader: lichaam of kleding van slachtoffer
- Dader: object of locatie
- Slachtoffer: lichaam of kleding van dader
- Slachtoffer: object of locatie
- Getuige: lichaam of kleding van slachtoffer of dader
- Getuige: object of locatie
Rekening houden met secundaire of tertiaire transfer = bewijsmateriaal (DNA, vezels, haren etc …)
worden indirect overgedragen van de ene locatie naar de andere.
- Bewijsmateriaal wordt niet direct van de dader naar het slachtoffer of de plaats delict
overgedragen, maar via een tussenstap.
1.1.3 Chain of custody: levensloop van bewijsstuk.
Chronologische documentatie (papieren of elektronisch) van de “whereabouts” (waar, wanneer en hoe) van
een voorwerp of spoor.
Vindplaats
Collectie Voorwerpen en biologische sporen
Transfer
Onderzoek en rapportage
Strafzaken: bewijsmateriaal
1. Staal collecteren, opslag en karakterisatie.
Technische ontwikkelingen
1985: DNA-fingerprint
1989: Variable number of tandem repeat (VNTR of minisatellite) – DNA-profiel
1995: Short tandem repeats (STR) – DNA-profiel
DNA-fingerprinting DNA-profiel VNTRs DNA-profiel STRs (1995-
(1986 – 1990) (1990-2000) nu)
100 à 1.000 pg (0,001 à
Hoeveelheid DNA 5 à 10µg 1 µg
0,001 µg)
PCR en gel
Techniek Southern blot analyse Southern blot analyse
elektroforese
Interpretatie Moeilijk Eenvoudig Eenvoudig
Analysetijd 2 à 3 weken 1 à 2 weken 24 à 48 uur
Toepassing van DNA-identificatie
Forensisch onderzoek: kan de verdachte de donor zijn van de biologische sporen?
DNA-databank voor sporen: is de donor van het biologische spoor ook betrokken in andere feiten?
DNA-databank voor veroordeelden: is de donor van het biologisch spoor al eerder veroordeeld?
Verwanschapsonderzoek: is de juridische vader ook de biologische vader?
Rampen, ongelukken en oorlogsslachtoffers: een lichaam teruggeven aan de nabestaanden (“putting pieces back
together”)
Militairen actief in oorlogsgebied: identificatie van lichamen
Historisch onderzoek: voorbeeld, identificatie van de lichamen van de laatste Tsaar familie
1.1 Stappen in het DNA-testproces.
Na het verzamelen van biologisch materiaal, wordt DNA geëxtraheerd uit het biologische bronmateriaal en
vervolgens gemeten om de hoeveelheid teruggewonnen DNA te evalueren.
Specifieke regio’s van het DNA worden gericht en gekopieerd met PCR. Commerciële kits worden vaak gebruikt
om gelijktijdig PCR van 13 tot 15 short tandem repeat (STR) markers mogelijk te maken.
STR-allelen worden geïnterpreteerd ten opzichte van PCR-versteringsartefacten na scheiding op grootte m.b.v.
capillaire elektroforese en gegevensanalysesoftware.
Statistische interpretatie beoordeelt de zeldzaamheid van de allelen uit het resulterende DNA-profiel, dat
afhankelijk van de oorsprong van het monster uit een enkele bron of een mengsel kan bestaan.
Indien geen match → geen statistiek.
, 1.1.1 Crime Scene Investigation (CSI)
Onderzoek van de plaats van het misdrijf
Locatie: omgeving
Lichaam van een persoon
Documenteren
Fotografie – video
Schriftelijk
Elektronisch: 3D scanning (virtuele reconstructie van de crime scene)
Opsporen en beveiligen van bewijsmateriaal (= overtuigingsstuk)
Sporen – voorwerpen
Biologische sporen: haren of lichaamsvochten
Afdrukken: vinger, schoen, oren etc …
Bewijsmateriaal is objectieve “getuige”: niet altijd met 100% zekerheid. Daders kunnen politie op een
dwaalspoor proberen te leiden.
1.1.2 Principe van Locard.
Principe van Locard = bij elk contact tussen personen, of tussen een persoon en een voorwerp of tussen
voorwerpen kan er uitwisseling van materiaal plaatsvinden. Dit kunnen biologische sporen zijn, of andere
sporen.
Directe transfer van biologische sporen
- Dader: lichaam of kleding van slachtoffer
- Dader: object of locatie
- Slachtoffer: lichaam of kleding van dader
- Slachtoffer: object of locatie
- Getuige: lichaam of kleding van slachtoffer of dader
- Getuige: object of locatie
Rekening houden met secundaire of tertiaire transfer = bewijsmateriaal (DNA, vezels, haren etc …)
worden indirect overgedragen van de ene locatie naar de andere.
- Bewijsmateriaal wordt niet direct van de dader naar het slachtoffer of de plaats delict
overgedragen, maar via een tussenstap.
1.1.3 Chain of custody: levensloop van bewijsstuk.
Chronologische documentatie (papieren of elektronisch) van de “whereabouts” (waar, wanneer en hoe) van
een voorwerp of spoor.
Vindplaats
Collectie Voorwerpen en biologische sporen
Transfer
Onderzoek en rapportage
Strafzaken: bewijsmateriaal