Communisme en de SU:
Waardoor raakte Europa verdeeld in twee ideologische blokken en waardoor groeide
de spanning tussen deze blokken? (1945-1955)
Rusland tijdens de Eerste Wereldoorlog:
Russen ouderwets leger maken zware verliezen in de strijd grote
voedseltekorten (binnenlands probleem) veel slachtoffers. Hierdoor gaan de
mensen staken en dat leidt tot een opstand. De tsaar wordt afgezet en dat is het
begin van de Russische revolutie (1917). Hierdoor komt een nieuwe voorlopige
regering (die regering krijgt te maken met opstand van de communisten
(bolsjewieken onder leiding van Lenin) in oktober).
De Oktoberrevolutie maakt een eind aan de Russische revolutie. Vanaf dat
moment hebben de communisten de macht in Rusland. En vanaf 1922 is Rusland
een communistische staat en heet het de SU.
Communistische partij streeft naar een klasseloze samenleving.
In een kapitalistische samenleving is er een groot verschil tussen rijk en arm dat
zorgt in de ogen van de communisten voor grotere ongelijkheid.
De communisten wilden een klasseloze samenleving met gemeenschappelijk bezit
van productiemiddelen iedereen gelijk de communistische partij wilde het
communisme over de wereld verspreiden en een communistische wereldrevolutie
zo zou de ongelijkheid in de wereld uitgeroeid worden.
1919: de oprichting van Komintern communistische internationalen
Bevordering van de wereldrevolutie door steun aan de communistische partijen in
andere landen. Lenin sterft en Jozef Stalin volgt Lenin op als leider. Onder Stalin
wordt de SU een totalitaire staat:
Communistische partijdictatuur.
Censuur van de media.
Grootschalig gebruik van propaganda.
Onderdrukking van politieke tegenstanders werden bijvoorbeeld naar
werkkampen in Siberië gestuurd.
Economische staatscontrole.
Collectivisatie van de landbouw en de invoering van vijfjarenplannen
(samenwerken en productiemiddelen delen en plannen wat er in de komende
vijf jaar geproduceerd zal moeten worden).
De greep van de SU in de staat wordt steeds sterker onder de ijzeren hand van
Jozef Stalin.
SU:
- Weinig individuele vrijheid.
, - Klasseloze samenleving.
- Dictatuur van een partij.
- Door de staat geleide (plan) economie.
Westerse landen (o.l.v. de VS):
- Veel individuele vrijheid.
- Gelaagde samenleving op basis van inkomen en bezit.
- Parlementaire democratie.
- Kapitalistische vrijemarkteconomie.
Er zijn grote verschillen tussen de SU en de westerse landen. Dit zorgt er
uiteindelijk voor dat de koude oorlog ontstaat.