Psychologie van de waarneming - Marthe Lambrecht
Psychologie van de waarneming
3. De bottom up verklaring van de visuele waarneming
(blz 13) waarnemen = het kunnen identificeren van wat er zich rondom jou bevindt, met het kunnen
onderscheiden van betekenisvolle dingen en relaties
→ enkel geest kan tot betekenis komen ⇒ waarnemen is nooit enkel empirisch
bottom-up-aanhangers → waarnemen = oppikken van prikkels die onze omgeving op ons afvuurt
→ = empiristische opvatting (= kennis uit ervaring)
<-> intellectualistische opvatting (= verstandelijke kennis)
→ waarnemen waarin het zwaartepunt van de waarneming gesitueerd
wordt in de geest
→ versterking theorie: onbetrouwbaarheid getuigenissen (zien
dus met geest en niet met ogen)
→ erkennen het aandeel van de geest in de waarneming
→ bv.: waarneming in 3 dimensies
→ (blz 14) ‘is door herinnerde gewaarwording op basis van gelijkenis’
→ = bv.: achterkant vaas aanvullen met herinnering
⇒ waarnemen gaat verder dan het louter registreren van prikkels
bottom-up: <-> top-down:
→ bv.: beslissingen bepalen door ideeën en noden op → bv.: werkvloer heeft geen inspraak
de werkvloer
→ wat er onderaan de piramide leeft, bepaalt wat er
bovenaan de piramide gebeurt
→ waarneming: kleine informatie-eenheden worden
1 betekenisvol geheel
→ prikkels worden 1 per 1 geregistreerd door
onze zintuigen
→ prikkels zijn onafhankelijk en neutraal
⇒ waarneming = een proces van constructie of
berekening waarbij het waargenomen object de som
van een aantal eigenschappen is
Computersystemen ontworpen om beelden te kunnen identificeren:
1. (blz 15) David Marr:
→ vergelijking hersenen en computer
→ computationeel proces (= verband houdend met berekeningen)
→ doel: computerprogramma in staat om te zien
→ ‘zien is een proces’ (input tot output)
→ gebaseerd op bottom-up
→ wou onderzoeken
- welke de elementen zijn waarmee het systeem aan de slag kan gaan / welke de
componenten zijn die een beeld uitmaken
- welke de mathematische formules of algoritmes zijn die bepalen hoe de componenten van
het beeld zich tot elkaar verhouden en wat het beeld voorstelt
1
, Psychologie van de waarneming - Marthe Lambrecht
→ Marrs waarneming software kent 3 opeenvolgende fases:
- (blz 16) de primaire schets:
→ gebaseerd op helderheidswaarden van de pixels van het beeld
→ worden bepaald door belichting, sensor, waargenomen scène
→ scherpe helderheidsveranderingen = een indicatie van verandering in
fysische realiteit
→ bv.: lichte en donkere pixels naast elkaar = verschilende
objecten
→ verschillende filters
→ bv.: niveau van detail, gevoeligheid van de sensor die bepaald
hoeveel veranderingen in helderheid kunnen worden
gedetecteerd
→ zero-crossing = helderheidssprongen = helderheidscontrasten worden
uitvergroot
- (blz 17) 2,5D schets:
→ berekenen (op basis van primaire schets) welke lijnen tot welk object behoren en
welke lijnen resultaat zijn van vlekken, textuur
→ door rekening te houden met continuïteit
→ omtreklijn van object verandert slechts geleidelijk van
oriëntatie (anders wss 2 objecten)
→ onderbroken lijn staat dichter bij dan doorbroken lijn
→ (blz 18) geen besef van perspectief
→ bv.: kikkerperspectief → denkt dat dit echte vorm is
- 3D schets:
→ vorm van object is op zich bepaald
→ kan vergeleken worden met informatie uit het geheugen
→ systeem moet kunnen uitzoomen (in alle individuele varianten
gemeenschappelijke structuren kunnen zien) en inzoomen, (individuele verschillen
tussen soortgenoten te kunnen zien)
2. (blz 19) Connectionisme:
→ gebaseerd op bottom-up
→ neurale netwerken = gebaseerd op fysiologische structuur hersenen (niet model computer)
→ bestaan uit verzameling onderling verbonden knooppunten, onderverdeeld in 3 soorten
- input nodes (knopen waar informatie binnenkomt)
- output nodes (knopen waar de informatie naar buiten gaat)
- hidden nodes (knopen daartussen)
→ stappen:
- beeld op delen in pixels, elke pixel krijgt helderheidswaarde tussen 0 en 1
→ elke pixel is verbonden met een neuraal knooppunt die
helderheidswaarde omzet in activerings waarde
→ zie uitleg blz 20
→ verschilt van klassieke computationele systemen:
- verschillende processen kunnen tegelijk en niet sequentieel (<-> een
computationeel systeem)
- werkt met alle gradaties tussen 0 en 1, en niet enkel 0 en 1 (<-> een computationeel
systeem)
- zijn in staat om te leren (<-> een computationeel systeem)
- kunnen blijven functioneren wanneer een deel van het netwerk uitvalt (<-> een
computationeel systeem (break down))
2
Psychologie van de waarneming
3. De bottom up verklaring van de visuele waarneming
(blz 13) waarnemen = het kunnen identificeren van wat er zich rondom jou bevindt, met het kunnen
onderscheiden van betekenisvolle dingen en relaties
→ enkel geest kan tot betekenis komen ⇒ waarnemen is nooit enkel empirisch
bottom-up-aanhangers → waarnemen = oppikken van prikkels die onze omgeving op ons afvuurt
→ = empiristische opvatting (= kennis uit ervaring)
<-> intellectualistische opvatting (= verstandelijke kennis)
→ waarnemen waarin het zwaartepunt van de waarneming gesitueerd
wordt in de geest
→ versterking theorie: onbetrouwbaarheid getuigenissen (zien
dus met geest en niet met ogen)
→ erkennen het aandeel van de geest in de waarneming
→ bv.: waarneming in 3 dimensies
→ (blz 14) ‘is door herinnerde gewaarwording op basis van gelijkenis’
→ = bv.: achterkant vaas aanvullen met herinnering
⇒ waarnemen gaat verder dan het louter registreren van prikkels
bottom-up: <-> top-down:
→ bv.: beslissingen bepalen door ideeën en noden op → bv.: werkvloer heeft geen inspraak
de werkvloer
→ wat er onderaan de piramide leeft, bepaalt wat er
bovenaan de piramide gebeurt
→ waarneming: kleine informatie-eenheden worden
1 betekenisvol geheel
→ prikkels worden 1 per 1 geregistreerd door
onze zintuigen
→ prikkels zijn onafhankelijk en neutraal
⇒ waarneming = een proces van constructie of
berekening waarbij het waargenomen object de som
van een aantal eigenschappen is
Computersystemen ontworpen om beelden te kunnen identificeren:
1. (blz 15) David Marr:
→ vergelijking hersenen en computer
→ computationeel proces (= verband houdend met berekeningen)
→ doel: computerprogramma in staat om te zien
→ ‘zien is een proces’ (input tot output)
→ gebaseerd op bottom-up
→ wou onderzoeken
- welke de elementen zijn waarmee het systeem aan de slag kan gaan / welke de
componenten zijn die een beeld uitmaken
- welke de mathematische formules of algoritmes zijn die bepalen hoe de componenten van
het beeld zich tot elkaar verhouden en wat het beeld voorstelt
1
, Psychologie van de waarneming - Marthe Lambrecht
→ Marrs waarneming software kent 3 opeenvolgende fases:
- (blz 16) de primaire schets:
→ gebaseerd op helderheidswaarden van de pixels van het beeld
→ worden bepaald door belichting, sensor, waargenomen scène
→ scherpe helderheidsveranderingen = een indicatie van verandering in
fysische realiteit
→ bv.: lichte en donkere pixels naast elkaar = verschilende
objecten
→ verschillende filters
→ bv.: niveau van detail, gevoeligheid van de sensor die bepaald
hoeveel veranderingen in helderheid kunnen worden
gedetecteerd
→ zero-crossing = helderheidssprongen = helderheidscontrasten worden
uitvergroot
- (blz 17) 2,5D schets:
→ berekenen (op basis van primaire schets) welke lijnen tot welk object behoren en
welke lijnen resultaat zijn van vlekken, textuur
→ door rekening te houden met continuïteit
→ omtreklijn van object verandert slechts geleidelijk van
oriëntatie (anders wss 2 objecten)
→ onderbroken lijn staat dichter bij dan doorbroken lijn
→ (blz 18) geen besef van perspectief
→ bv.: kikkerperspectief → denkt dat dit echte vorm is
- 3D schets:
→ vorm van object is op zich bepaald
→ kan vergeleken worden met informatie uit het geheugen
→ systeem moet kunnen uitzoomen (in alle individuele varianten
gemeenschappelijke structuren kunnen zien) en inzoomen, (individuele verschillen
tussen soortgenoten te kunnen zien)
2. (blz 19) Connectionisme:
→ gebaseerd op bottom-up
→ neurale netwerken = gebaseerd op fysiologische structuur hersenen (niet model computer)
→ bestaan uit verzameling onderling verbonden knooppunten, onderverdeeld in 3 soorten
- input nodes (knopen waar informatie binnenkomt)
- output nodes (knopen waar de informatie naar buiten gaat)
- hidden nodes (knopen daartussen)
→ stappen:
- beeld op delen in pixels, elke pixel krijgt helderheidswaarde tussen 0 en 1
→ elke pixel is verbonden met een neuraal knooppunt die
helderheidswaarde omzet in activerings waarde
→ zie uitleg blz 20
→ verschilt van klassieke computationele systemen:
- verschillende processen kunnen tegelijk en niet sequentieel (<-> een
computationeel systeem)
- werkt met alle gradaties tussen 0 en 1, en niet enkel 0 en 1 (<-> een computationeel
systeem)
- zijn in staat om te leren (<-> een computationeel systeem)
- kunnen blijven functioneren wanneer een deel van het netwerk uitvalt (<-> een
computationeel systeem (break down))
2