H21 : elektrische stroom
Elektrische stroom
Stroomsterkte:
∆Q
I= eenheid I : Ampère (A) = C/s
∆t
∆Q dQ
I= lim =
∆ t →0 ∆t dt
Stroomzin = zin van positieve ladingsdragers
Om stroom te hebben is er een potentiaalverschil (spanning) nodig bron nodig die potentiaalverschil in stand houdt; die de
ladingen verplaatst van lagere naar hogere potentiaal
richting van de stroom:
elektronen lopen van – pool naar + pool
elektrische stroom loopt van + pool naar – pool
wet van Ohm
V=RI V (spanning) : V (volt)
R (weerstand) : Ω (Ohm) = V/A = J / (A2 s)
I (stroom) : A (Ampère)
weerstand
ρL
R= R (weerstand) : Ω (Ohm) = V/A = J / (A2 s)
A
ρ ( resistiviteit van het materiaal): : Ω m (Siemens)
L (lengte draad) : m (meter)
A (oppervlak draad) : m2
Oppervlak cirkel : π r2
weerstand afhankelijk van temparatuur:
Geleidende materialen: verhoogde kinetische energie van atomen botsen beweging vertraagt verhoogde weerstand
Supergeleidende materialen: bij een bepaalde temperatuur verdwijnt hun weerstand volledig
Halfgeleidende materialen: stoffen waarvan de weerstand stijgt/daalt bij stijgende temperatuur noemen we PTC/NTC
Energie en vermogen in gelijkstroom schakelingen
∆U
Vermogen: P=
∆t
P = V I = R I2 = V2/R
Weerstanden in serie
Req = R1 + R2 + …
Weerstanden in parallel
1/ Req = 1/R1 + 1/R2 + …
hoe meer weerstanden in parallel, hoe kleiner de equivalente weerstand
weerstanden in serie en parallel
Elektrische stroom
Stroomsterkte:
∆Q
I= eenheid I : Ampère (A) = C/s
∆t
∆Q dQ
I= lim =
∆ t →0 ∆t dt
Stroomzin = zin van positieve ladingsdragers
Om stroom te hebben is er een potentiaalverschil (spanning) nodig bron nodig die potentiaalverschil in stand houdt; die de
ladingen verplaatst van lagere naar hogere potentiaal
richting van de stroom:
elektronen lopen van – pool naar + pool
elektrische stroom loopt van + pool naar – pool
wet van Ohm
V=RI V (spanning) : V (volt)
R (weerstand) : Ω (Ohm) = V/A = J / (A2 s)
I (stroom) : A (Ampère)
weerstand
ρL
R= R (weerstand) : Ω (Ohm) = V/A = J / (A2 s)
A
ρ ( resistiviteit van het materiaal): : Ω m (Siemens)
L (lengte draad) : m (meter)
A (oppervlak draad) : m2
Oppervlak cirkel : π r2
weerstand afhankelijk van temparatuur:
Geleidende materialen: verhoogde kinetische energie van atomen botsen beweging vertraagt verhoogde weerstand
Supergeleidende materialen: bij een bepaalde temperatuur verdwijnt hun weerstand volledig
Halfgeleidende materialen: stoffen waarvan de weerstand stijgt/daalt bij stijgende temperatuur noemen we PTC/NTC
Energie en vermogen in gelijkstroom schakelingen
∆U
Vermogen: P=
∆t
P = V I = R I2 = V2/R
Weerstanden in serie
Req = R1 + R2 + …
Weerstanden in parallel
1/ Req = 1/R1 + 1/R2 + …
hoe meer weerstanden in parallel, hoe kleiner de equivalente weerstand
weerstanden in serie en parallel