WONEN
Wonen conceptueel:
- Mc-tentamen
Wonen toepassing:
- Opdracht
Wonen conceptueel direct toepassen op wonen toepassing!
Veiligheid in de woonomgeving; brandveiligheid, woninginbraken, veiligheidsgevoel in de
wijk etc.
Wonen: sociaal en fysiek
Tentamen 26 januari 08.30-10.30
,Hoorcollege B1: inleiding ‘wonen’ en stadssociologie
Aardbeving dood geen mensen maar de huizen/gebouwen (die verkeerd gebouwd zijn).
Begrip stad:
- Een bebouwende stad
- Geleefde stad
Een stad heeft een ziel (karakter) en is niet alleen maar uitkomst van een planning.
Ontstaan/ontwikkeling van steden:
Steden hebben zich in 4 fases ontwikkeld
De agrarische revolutie:
- Landbouw/boeren
- Heeft ervoor gezorgd dat we nadenken over hoe en waar we wonen.
- Magna Charta 1215 (grote oorkonde van de vrijheid), invloed op ontstaan van de
steden.
- Mensen gingen in de stad ambacht uitoefenen. Stad als centra voor verschillende
groepen mensen, dit begint zich sterk te ontwikkelen.
- De stad was vaak van hout huizen verbrandden hout moet vervangen worden
door steen.
Industriële revolutie
- De opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering; enorme uitbreiding in
netwerken van economische betrekkingen.
- Migratie; push- en pullfactoren
- Expansiedrift van steden
Woningwet 1901
- De eerste wet omtrent volkshuisvestiging
- Woningwet creëerde een balans van de ‘normale toestand’ in vraag en aanbod.
Woningwet 2015
- Inperking rol corporaties: wettelijke beperking op taken
- Aanpak tegen ‘scheefwonen’
Suburbanisatie
- Mensen gingen vanuit de stad naar plaatsen er omheen zitten.
herwaardering
- Kentering vanaf de jaren ’80
Grote herwaardering van de stad, o.a. ingezet door bestendiging van vernieuwing
- ‘Verovering’ door de hogere klassen.
- Concentratie van voorziening
- Grootschalige staduitbreiding (1995-heden)
- Etnische segregatie in oude arbeidswijken
,Stad is een plek met veel faciliteiten, stad heeft subculturen waardoor bewegingen ontstaan,
vernieuwingen komen uit de stad, stad is een ontmoetingsplek, sfeer is belangrijk voor
aantrekkelijkheid.
Kenmerken van steden:
- Menselijke nederzetting
- Duurzaamheid
- Grootte en uitgestrektheid
- Compactheid
- Heterogeen
- Complex
- Multifunctioneel
- Stedelijkheid als vorm van samenleven en mentaliteit
Complexiteit stad:
1. Lokale gemeenschappen en subculturen: volksbuurten, elitaire wijk
2. Integratiemachine
3. Publieke ruimte – ontmoeten / vermijden
4. Sociale bewegingen; krakers, klimaatactivisten
, Werkcollege B1:
Surplusproductie is als er meer eten wordt geproduceerd dan opgegeten kan worden.
Door voldoende eten kunnen mensen langer leven en gaat de bevolking groeien. Mensen
kunnen zich op andere dingen richten dan op eten maken/voorzien.
Push factoren stad:
- Te duren huizen
- Criminaliteit
- Levensfase
Pull factoren:
- Werk
- Wonen
- Studeren
- Geloof
Urbanisatie: mensen trekken naar de stad
Suburbanisatie: mensen trekken naar de buiten wijken toe
Kenmerken stad:
- Menselijke nederzetting; vestigen
- Duurzaamheid; permanentie, hoelang mensen blijven wonen
- Grootte & uitgestrektheid
- Compactheid (hoge bevolkingsdichtheid)
- Complexiteit arbeidsverdeling (verschillend soort werk)
- Multifunctionaliteit (vermaak)
- Sociale klassen & cultuur (verschillen in afkomst en positie)
- Stedelijke vorm van samenleven (mentaliteit)
Waarom (gemeentes) integraal veiligheidsbeleid:
- Veiligheidsaspecten zijn zo complex;
- Expertise van andere is nodig;
- Essentieel blijkt dan samenwerking;
- De samenwerkingsprocessen spelen zich op verschillende niveaus;
- Het gaat om een nauwe aansluiting van pro-actie, preventie, repressie en nazorg;
- De rol van de integraal veiligheidskundige (generalist met kennis van zaken)003B
Wonen conceptueel:
- Mc-tentamen
Wonen toepassing:
- Opdracht
Wonen conceptueel direct toepassen op wonen toepassing!
Veiligheid in de woonomgeving; brandveiligheid, woninginbraken, veiligheidsgevoel in de
wijk etc.
Wonen: sociaal en fysiek
Tentamen 26 januari 08.30-10.30
,Hoorcollege B1: inleiding ‘wonen’ en stadssociologie
Aardbeving dood geen mensen maar de huizen/gebouwen (die verkeerd gebouwd zijn).
Begrip stad:
- Een bebouwende stad
- Geleefde stad
Een stad heeft een ziel (karakter) en is niet alleen maar uitkomst van een planning.
Ontstaan/ontwikkeling van steden:
Steden hebben zich in 4 fases ontwikkeld
De agrarische revolutie:
- Landbouw/boeren
- Heeft ervoor gezorgd dat we nadenken over hoe en waar we wonen.
- Magna Charta 1215 (grote oorkonde van de vrijheid), invloed op ontstaan van de
steden.
- Mensen gingen in de stad ambacht uitoefenen. Stad als centra voor verschillende
groepen mensen, dit begint zich sterk te ontwikkelen.
- De stad was vaak van hout huizen verbrandden hout moet vervangen worden
door steen.
Industriële revolutie
- De opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering; enorme uitbreiding in
netwerken van economische betrekkingen.
- Migratie; push- en pullfactoren
- Expansiedrift van steden
Woningwet 1901
- De eerste wet omtrent volkshuisvestiging
- Woningwet creëerde een balans van de ‘normale toestand’ in vraag en aanbod.
Woningwet 2015
- Inperking rol corporaties: wettelijke beperking op taken
- Aanpak tegen ‘scheefwonen’
Suburbanisatie
- Mensen gingen vanuit de stad naar plaatsen er omheen zitten.
herwaardering
- Kentering vanaf de jaren ’80
Grote herwaardering van de stad, o.a. ingezet door bestendiging van vernieuwing
- ‘Verovering’ door de hogere klassen.
- Concentratie van voorziening
- Grootschalige staduitbreiding (1995-heden)
- Etnische segregatie in oude arbeidswijken
,Stad is een plek met veel faciliteiten, stad heeft subculturen waardoor bewegingen ontstaan,
vernieuwingen komen uit de stad, stad is een ontmoetingsplek, sfeer is belangrijk voor
aantrekkelijkheid.
Kenmerken van steden:
- Menselijke nederzetting
- Duurzaamheid
- Grootte en uitgestrektheid
- Compactheid
- Heterogeen
- Complex
- Multifunctioneel
- Stedelijkheid als vorm van samenleven en mentaliteit
Complexiteit stad:
1. Lokale gemeenschappen en subculturen: volksbuurten, elitaire wijk
2. Integratiemachine
3. Publieke ruimte – ontmoeten / vermijden
4. Sociale bewegingen; krakers, klimaatactivisten
, Werkcollege B1:
Surplusproductie is als er meer eten wordt geproduceerd dan opgegeten kan worden.
Door voldoende eten kunnen mensen langer leven en gaat de bevolking groeien. Mensen
kunnen zich op andere dingen richten dan op eten maken/voorzien.
Push factoren stad:
- Te duren huizen
- Criminaliteit
- Levensfase
Pull factoren:
- Werk
- Wonen
- Studeren
- Geloof
Urbanisatie: mensen trekken naar de stad
Suburbanisatie: mensen trekken naar de buiten wijken toe
Kenmerken stad:
- Menselijke nederzetting; vestigen
- Duurzaamheid; permanentie, hoelang mensen blijven wonen
- Grootte & uitgestrektheid
- Compactheid (hoge bevolkingsdichtheid)
- Complexiteit arbeidsverdeling (verschillend soort werk)
- Multifunctionaliteit (vermaak)
- Sociale klassen & cultuur (verschillen in afkomst en positie)
- Stedelijke vorm van samenleven (mentaliteit)
Waarom (gemeentes) integraal veiligheidsbeleid:
- Veiligheidsaspecten zijn zo complex;
- Expertise van andere is nodig;
- Essentieel blijkt dan samenwerking;
- De samenwerkingsprocessen spelen zich op verschillende niveaus;
- Het gaat om een nauwe aansluiting van pro-actie, preventie, repressie en nazorg;
- De rol van de integraal veiligheidskundige (generalist met kennis van zaken)003B