PGO taak 7
Moeilijke woorden
Kiemrust een toestand van slapende of
rustende zaden of knoppen waarin
ze niet ontkiemen of groeien, zelfs
niet onder gunstige
omstandigheden.
Zaailingstadium een fase in de levenscyclus van
een plant waarin het jonge plantje
net is ontkiemd uit een zaadje en
begint te groeien.
ABA staat voor "abscisinezuur" en het is
een belangrijk plantaardig hormoon
dat betrokken is bij verschillende
groeiprocessen en reacties op
stressfactoren.
GA staat voor gibberellinezuur, een
belangrijk plantaardig hormoon dat
een breed scala aan
groeiprocessen reguleert in planten
Hoofdvraag: Hoe werkt het kiemproces bij planten en hoe wordt dit
hormonaal geregeld?
Bronnen:
Campbell: 39, 36, 30, 33
Leervragen
1. Welke hormonen spelen een rol bij de groei van planten? Wat is hun
functie? (5 hormonen)
1.1 … tijdens ontkiemingsfase
1.2 … tijdens vegetatieve groei
1.3 … tijdens bloei
2. Geef een voorbeeld van een proces waarin twee of meer hormonen
samenwerken
3. Welke omgevingssignalen spelen een rol bij de groei van de plant en
hoe detecteert de plant deze signalen?
4. Hoe reageert een plant op de omgevingssignalen? (op cel en organisme
niveau)
, 1. Welke hormonen spelen een rol bij de groei van planten? Wat is hun
functie? (5 hormonen)
Auxines :
Apicale meristemen (cellen aan de top van de plant) en jonge bladeren zijn
de belangrijkste plaatsen voor auxinesynthese. Apicale meristemen van de
wortel produceren ook auxine, hoewel de wortel voor een groot deel van
zijn auxine afhankelijk is van de scheut. Zaden en vruchten in ontwikkeling
bevatten hoge niveaus van auxine, maar het is onduidelijk of het nieuw is
gesynthetiseerd of getransporteerd vanuit moederlijk weefsel.
Auxine heeft vele functies. Zo stimuleert het de stengelverlenging (alleen
lage concentratie), het bevordert de vorming van laterale en onvoorziene
wortels, het reguleert de ontwikkeling van fruit, het verbetert de apicale
dominantie (het fenomeen dat de top van de plant sterker uitgroeit dan de
zijtakken) , het heeft functies in fototropisme (naar licht groeiend) en
gravitropisme (naar gravitatie groeiend), het bevordert vasculaire
differentiatie en vertraagt de bladafsnijding.
Cytokinines:
Cytokinines worden voornamelijk in de wortels gesynthetiseerd en naar
andere organen getransporteerd, hoewel er ook veel kleinere
productielocaties zijn.
Het reguleert de celdeling in scheuten en wortels, het bevorderd de
apicale dominantie wijzigen en de laterale knopgroei, het bevorderd de
beweging van voedingsstoffen naar zinkweefsel, het stimuleert de
zaadkieming en vertraagt bladveroudering.
Gibberellines (GA):
Gibberellines wordenn geproduceerd in meristemen van apicale knoppen
en wortels, jonge bladeren en zich ontwikkelende zaden zijn de
belangrijkste productielocaties.
Het stimuleert stengelverlenging, stuifmeelontwikkeling,
stuifmeelbuisgroei, fruitgroei en zaadontwikkeling en kieming, het regelt
de geslachtsbepaling en de overgang van de jeugdfase naar de
volwassenfase.
Ethyleen:
Dit gasvormige hormoon kan door de meeste delen van de plant worden
geproduceerd. Het wordt in hoge concentraties geproduceerd tijdens
veroudering, blad abscissie en het rijpen van sommige soorten fruit. De
synthese wordt ook gestimuleerd door verwondingen en stress.
Moeilijke woorden
Kiemrust een toestand van slapende of
rustende zaden of knoppen waarin
ze niet ontkiemen of groeien, zelfs
niet onder gunstige
omstandigheden.
Zaailingstadium een fase in de levenscyclus van
een plant waarin het jonge plantje
net is ontkiemd uit een zaadje en
begint te groeien.
ABA staat voor "abscisinezuur" en het is
een belangrijk plantaardig hormoon
dat betrokken is bij verschillende
groeiprocessen en reacties op
stressfactoren.
GA staat voor gibberellinezuur, een
belangrijk plantaardig hormoon dat
een breed scala aan
groeiprocessen reguleert in planten
Hoofdvraag: Hoe werkt het kiemproces bij planten en hoe wordt dit
hormonaal geregeld?
Bronnen:
Campbell: 39, 36, 30, 33
Leervragen
1. Welke hormonen spelen een rol bij de groei van planten? Wat is hun
functie? (5 hormonen)
1.1 … tijdens ontkiemingsfase
1.2 … tijdens vegetatieve groei
1.3 … tijdens bloei
2. Geef een voorbeeld van een proces waarin twee of meer hormonen
samenwerken
3. Welke omgevingssignalen spelen een rol bij de groei van de plant en
hoe detecteert de plant deze signalen?
4. Hoe reageert een plant op de omgevingssignalen? (op cel en organisme
niveau)
, 1. Welke hormonen spelen een rol bij de groei van planten? Wat is hun
functie? (5 hormonen)
Auxines :
Apicale meristemen (cellen aan de top van de plant) en jonge bladeren zijn
de belangrijkste plaatsen voor auxinesynthese. Apicale meristemen van de
wortel produceren ook auxine, hoewel de wortel voor een groot deel van
zijn auxine afhankelijk is van de scheut. Zaden en vruchten in ontwikkeling
bevatten hoge niveaus van auxine, maar het is onduidelijk of het nieuw is
gesynthetiseerd of getransporteerd vanuit moederlijk weefsel.
Auxine heeft vele functies. Zo stimuleert het de stengelverlenging (alleen
lage concentratie), het bevordert de vorming van laterale en onvoorziene
wortels, het reguleert de ontwikkeling van fruit, het verbetert de apicale
dominantie (het fenomeen dat de top van de plant sterker uitgroeit dan de
zijtakken) , het heeft functies in fototropisme (naar licht groeiend) en
gravitropisme (naar gravitatie groeiend), het bevordert vasculaire
differentiatie en vertraagt de bladafsnijding.
Cytokinines:
Cytokinines worden voornamelijk in de wortels gesynthetiseerd en naar
andere organen getransporteerd, hoewel er ook veel kleinere
productielocaties zijn.
Het reguleert de celdeling in scheuten en wortels, het bevorderd de
apicale dominantie wijzigen en de laterale knopgroei, het bevorderd de
beweging van voedingsstoffen naar zinkweefsel, het stimuleert de
zaadkieming en vertraagt bladveroudering.
Gibberellines (GA):
Gibberellines wordenn geproduceerd in meristemen van apicale knoppen
en wortels, jonge bladeren en zich ontwikkelende zaden zijn de
belangrijkste productielocaties.
Het stimuleert stengelverlenging, stuifmeelontwikkeling,
stuifmeelbuisgroei, fruitgroei en zaadontwikkeling en kieming, het regelt
de geslachtsbepaling en de overgang van de jeugdfase naar de
volwassenfase.
Ethyleen:
Dit gasvormige hormoon kan door de meeste delen van de plant worden
geproduceerd. Het wordt in hoge concentraties geproduceerd tijdens
veroudering, blad abscissie en het rijpen van sommige soorten fruit. De
synthese wordt ook gestimuleerd door verwondingen en stress.