100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Evolutionary Psychology - Biologische grondslagen: evolutionaire psychologie (PB1422)

Beoordeling
4,5
(4)
Verkocht
35
Pagina's
67
Geüpload op
16-10-2024
Geschreven in
2024/2025

Complete samenvatting van de tentamenstof behorend bij het vak Biologische grondslagen: evolutionaire psychologie (PB1412).

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1 t/m 9 en h11 t/m 14
Geüpload op
16 oktober 2024
Aantal pagina's
67
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Biologische grondslagen: evolutionaire psychologie
Introductie (studietaak 1.1)

De leerdoelen behorend bij studietaak 1.1 zijn:

 De verklaringsperspectieven van Tinbergen kunnen benoemen, uitleggen en toepassen

Pluriforme aanpak: Aanpak die tegenwoordig heerst in de biologie en psychologie, en die
onderkent dat het aanwijzen van oorzaken (het opstellen van verklaringen)
mogelijk is vanuit verschillende perspectieven die samen begrip opleveren.

Het verschil tussen deze twee verklaringsniveau’s ligt ten grondslag aan de evolutionaire psychologie:

 Proximate verklaringen: gaan over de directe oorzaken van bepaald gedrag
 Ultimate (distale) verklaringen: gaan over de diepere achterliggende evolutionaire oorzaken

Niko Tinbergen: Stelde dat als je een bepaald diergedrag volledig wilt begrijpen, je vier vragen
moet beantwoorden (verklaringen vanuit vier perspectieven). Zijn taxonomie
wordt vaak besproken aan de hand van de vraag: ‘Waarom zingen vogels?’

De vier vragen van Tinbergen:

1. Mechanisme (causatie): wat zijn de onmiddellijke oorzaken van het zingen van de vogel?
Werking van het proces in het hier-en-nu, waarbij interne en externe factoren een rol spelen.
o Proximate vraag
2. Ontwikkeling (ontogenese): hoe ontwikkelt het zanggedrag zich in het leven van de vogel?
Hoe leren zangvogels het soortspecifieke zanggedrag en volgens welke patronen verloopt dit?
o Proximate vraag
3. Functie (adaptatie): wat is het nut of het adaptieve voordeel van het zingen door vogels?
Op welke wijze heeft dit gedrag een evolutionair voordeel opgeleverd voor deze soort?
o Ultimate vraag
4. Evolutie (fylogenese): hoe ontstond zanggedrag en hoe ontwikkelde het tijdens de evolutie?
Deze vraag heeft betrekking op de evolutionaire ontstaansgeschiedenis van het zanggedrag.
o Ultimate vraag

,Genotype: De onderliggende combinatie van genetisch materiaal in een organisme.

Fenotype: Het geheel van uiterlijk waarneembare kenmerken van een organisme, dit is
het resultaat van de invloed van het genotype en de omgeving.

Natuurlijke selectie: Alle levensvormen hebben zich vanuit één oervorm ontwikkeld volgens dit
mechanisme. Individuen van een soort die met hun eigenschappen het beste
zijn aangepast aan hun natuurlijke omstandigheden hebben de grootste
overlevings- en voortplantingskans, waarbij gunstige eigenschappen worden
overgedragen op de volgende generaties en de soort geleidelijk verandert.

Erfelijke variatie: Het bestaan van verschillen in het genetisch materiaal van een populatie,
biologische soort of een heel ecosysteem. Erfelijke of genetische variatie zorgt
dat er binnen een soort verschillen bestaan, waardoor ieder individu uniek is.

1 Introduction to Evolutionary Psychology (studietaak 1.2)

De leerdoelen behorend bij studietaak 1.2 zijn:

 De kernconcepten van Darwins evolutietheorie uitleggen
 Het verschil tussen de theorieën van Darwin en Lamarck duiden
 Mendels inzichten beschrijven en de samenvoeging met de evolutieleer (moderne synthese)
 De verhouding tussen ethologie, sociobiologie en evolutionaire psychologie omschrijven
 (Negatieve en positieve) eugenetica en de invloed op de psychologie toelichten
 De Tooby en Cosmides-interpretatie van evolutionaire psychologie omschrijven en kritiek erop
 Uitleggen wat Gould en Lewontin bedoelen met ‘een verzameling just-so stories’
 De kernconcepten en de onderzoeksmethoden van evolutionaire psychologie omschrijven

Definitie boek: De auteurs definiëren evolutionaire psychologie als alle aanpakken die
evolutionaire theorie gebruiken om (niet-)menselijk gedrag te verklaren. Het
ziet de menselijke geest als een orgaan dat is ontworpen door natuurlijke
selectie zodat het individu beslissingen kan nemen die gunstig zijn voor
overleving en voortplanting, maar tegelijkertijd als een orgaan dat kan leren.

Lamarck: Stelde in zijn theorie de erfelijkheid van verworven kenmerken (the
inheritance of acquired characteristics) dat diersoorten ontwikkelen en
veranderen door het erven van fysieke kenmerken die het resultaat zijn van
het vrijwillig gebruiken van specifieke lichaamsdelen. Evolutionaire biologen
menen dat de omgeving inderdaad invloed kan hebben op de organen, maar
dat zulke kenmerken niet worden doorgegeven aan het nageslacht.

Epigenetica (H2): De levenservaringen van het individu kunnen beïnvloeden welke genen in
hun kinderen tot uiting komen (welke er aan of uit gezet worden). Dit wordt
momenteel beschouwd als een speciaal geval van de theorie van Darwin.

Darwin: De evolutietheorie van Darwin legt de mechanismen uit die verantwoordelijk
zijn voor het ontstaan van soorten. De kern van de theorie is het principe van
natuurlijke selectie waarmee hij verklaarde hoe alle levensvormen, door
selectiedruk uit de natuur, voortdurend veranderen.

,De belangrijkste concepten uit de evolutietheorie van Darwin op een rijtje:

 Variatie
Binnen een populatie van organismen is er sprake van natuurlijke variatie waarbij individuen
verschillen in kenmerken zoals grootte, kleur, snelheid, weerstand tegen ziekten, enz.
 Overproductie
Organismen brengen meer nakomelingen voort dan nodig om de populatie op peil te
houden, hierdoor ontstaat er competitie om middelen zoals voedsel, water en ruimte.
 Strijd om het bestaan
Als gevolg van de beperkte middelen en de overproductie ontstaat er een strijd om te
overleven waarbij niet alle individuen kunnen overleven en zich kunnen voortplanten.
 Natuurlijke selectie
In de bestaansstrijd hebben individuen met bepaalde kenmerken een grotere kans op
overleving en voortplanting, gunstige eigenschappen laten meer nakomelingen achter.
 Overerving
Organismen geven hun erfelijke eigenschappen door aan hun nageslacht, de eigenschappen
die hieraan bijdragen verhogen de fitness van de volgende generatie en verspreiden zich.

Mendel: Ontdekte dat de erfelijkheid van kenmerken die worden gecontroleerd door
single genes altijd particulate is. De gekruiste erwtenplant in zijn experiment
had namelijk of witte of rode bloemen, maar geen roze bloemen zoals je zou
verwachten. De reden dat dit bij sommige kenmerken, zoals lengte en
huidskleur wel gebeurt, is dat die afhankelijk zijn van meerdere genen.

Moderne synthese: De samenvoeging van Darwins evolutietheorie en Mendels basiswetten van
de genetica. Darwin veronderstelde ook de aanwezigheid van een biologisch
mechanisme dat de overerving van eigenschappen regelt, maar hij had geen
idee van de exacte werking (hij zag dit meer als een mix van eigenschappen).

Darwin maakte met de volgende publicaties uitstapjes naar de psychologie:

 The Expression of the Emotions in Man and Animal (1872)
Hierin zet hij de evolutionaire oorsprong van emoties en de uitingen daarvan uiteen.
 A Biographical Sketch of the Infant (1877)
Een grotendeels beschrijvend werk waarin hij speculeert over de instinctieve basis van vroeg
huilen en zuiggedrag, waarbij hij evolutie en natuurlijke selectie buiten beschouwing laat.

Deze wetenschappers deden vroege pogingen tot een evolutionaire psychologie:

 Francis Galton (neef van Darwin) → stond aan de basis van eugenetica (zie volgende blz.)
Was sterk beïnvloed door de evolutieleer, hij geloofde dat karakter en intelligentie
aangeboren kenmerken zijn die voordelig waren voor onze voorouders in hun leefomgeving.
 William James
Bouwde voort op Darwins uitgangspunten en stelde in zijn instinctentheorie dat de mens veel
meer instincten heeft dan dieren, en dat die de drijvende kracht zijn achter menselijk gedrag.
 Sigmund Freud
Was vooral geïnteresseerd in ultimate vragen en stelde dat menselijk gedrag primair wordt
gedreven door de aangeboren (onbewuste) verlangens van het Id, met name seksuele drift.

, Materialisme: Aanpak uit de moderne cognitieve psychologie die de geest beschouwt als de
activiteit (van informatieverwerking) van het brein. Dit geeft een basis voor
de evolutionaire psychologie: als de geest de activiteit van het brein is, dan is
het brein (fysiek orgaan) onderworpen aan natuurlijke selectiedruk. Darwin
geloofde dat natuurlijke selectie ook een rol speelt in de evolutie van gedrag.

Eugenetica (box 1.1): Programma waarmee Galton de mens wilde verbeteren door personen met
gunstige eigenschappen nageslacht te laten voortbrengen (positieve
eugenetica) en personen met ongunstige eigenschappen te ontmoedigen om
kinderen te krijgen (negatieve eugenetica). Het probleem daarbij is dat
wetenschappelijke theorieën over hoe de wereld is, worden toegepast en
worden vermengd met politieke vragen over hoe de wereld zou moeten zijn.

Eugenetica werd in de 20e eeuw in diskrediet gebracht door de volgende praktijken:

 Wereldwijde grootschalige sterilisatiecampagnes (negatieve eugenetica)
o In de V.S. waren rond 1960 bijna 60.000 mensen onvrijwillig gesteriliseerd
 Segregatie, sterilisatie en systematische afslachting in Nazi Duitsland (negatieve eugenetica)

Redenen waarom evolutionair denken sinds begin 20 e eeuw uit de psychologie verdween:

 Op maatschappelijk vlak speelde na WOⅡweerstand tegen eugenetica hierin een rol
 Wetenschappelijk gezien kwam de nadruk te liggen op leren en cultuur als oorzakelijke kracht

Toen was het Standard Social Sciences Model/cultural relativism dominant in sociale wetenschappen:

 Mensen worden geboren als onbeschreven blad (kennis, persoonlijkheid, culturele waarden)
 Menselijk gedrag is oneindig vormbaar, er zijn geen biologische beperkingen
 Cultuur is een autonome kracht en bestaat onafhankelijk van mensen
 Menselijk gedrag wordt bepaald door een proces van leren, socialisatie en indoctrinatie
 Leerprocessen zijn algemeen en kunnen worden toegepast op een variëteit aan fenomenen

Biofobie: Cultureel relativisme domineerde het denken zodanig dat veel sociale
wetenschappers een bijna pathologische angst hadden voor biologische
verklaringen van menselijk gedrag (Ellis). Mogelijk was het voor hen lastig om
alternatieve verklaringen buiten de gevestigde discipline te overwegen, en
wilden ze vanwege WOⅡniet worden geassocieerd met eugenetica.

De toepassing van evolutionair denken in verschillende disciplines (box 1.2 blz. 12):

 Ethologie: observeert (dier)gedrag in de omgeving waarin het geëvolueerd is
o Vroege ‘klassieke’ ethologen: interesse in instinct versus leren (invloed Darwin)
o Late 20e eeuwse ethologen: nadruk op de interactie tussen genen en omgeving
 Evolutionaire, functionele en causale verklaringen
 Sociobiologie: bestudeert de evolutie van sociaal (dier)gedrag
 Functionele verklaringen
 Evolutionaire psychologie: bestudeert evolutie van mentale toestanden en menselijk gedrag
o Mismatch tussen de omgeving waarin de mens evolueerde en de huidige omgeving
 Verklaringen op het niveau van psychologische mechanismen
€8,97
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 35 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
3 maanden geleden

4 maanden geleden

6 dagen geleden

3 maanden geleden

4,5

4 beoordelingen

5
2
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dddanielle Open Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2152
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
1204
Documenten
18
Laatst verkocht
17 uur geleden

4,4

376 beoordelingen

5
199
4
144
3
23
2
4
1
6

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen