Orthopedagogiek: theorieën en
werkvelden
0 Praktische info
HOORCOLLEGE 1: 14/02/2024 – Algemene inleiding en inhoudelijke inleiding
Twee verschillende OPO’s
Doelstellingen en leerdoelen
Didactisch team
Werkvormen en studiemateriaal
Verwachtingen t.a.v. de student
Evaluatievorm -en criteria
Voor een volledige overzicht, raadpleeg steeds de betreffende ECTS fiches.
0.1 Doelstellingen en leerdoelen
Op genuanceerde en kritisch-wetenschappelijke wijze reflecteren naar en
communiceren over opvoedingsproblemen
o Wetenschappelijke inzichten over factoren die opvoeding en kindgedrag
bepalen
o Verschillende theorieën en concepten die opvoedingsproblemen kunnen
bepalen
Kernopdracht en toelatingsvormen van relevante werkvelden omschrijven
Concrete opvoedingssituaties relateren aan inzichten en concepten van besproken
theoretische kaders, (doelgroepen) en werkvelden & bespreken en toepassen van
, principes van orthopedagogische hulpverlening bij opvoedingsproblemen
Omschrijven wat leer-, gedrags- en ontwikkelingsproblemen en
-stoornissen zijn, en de bijzondere opvoedings- en onderwijsnoden situeren
Schriftelijke verslaggeving over opvoeding en kindgedrag (opdracht)
0.2 Didactisch team
Docenten:
o Prof. Karla Van Leeuwen (coördinator P0U13A en P0U48A)
o Theorieën en werkvelden: Prof. Karla Van Leeuwen & dr. Kris Evers
o Werkvelden: ingesproken powerpoints door Prof. Dieter Baeyens, dr. Kris
Evers, Prof. Sara Nijs, Prof. Karla Van Leeuwen
o Doelgroepen: Prof. Dieter Baeyens, Prof. Pol Ghesquière, Prof. Karla Van
Leeuwen
Onderwijsondersteuning opdracht en inleefmoment:
o Marian Van Dievoet (zie Toledo)
0.3 Werkvormen en studiemateriaal
Theorieën:
o Powerpointpresentaties (zie Toledo
P0U13a), met eigen nota’s
o Reader (via CUDI PPW)
Werkvelden:
o Ingesproken powerpointpresentaties (zie Toledo P0U13a)
0.4 Verwachtingen t.a.v. de student
Theorieën: neem de teksten door die passen bij elk college; ook deze teksten zijn
leerstof.
Werkvelden: zelfstudie.
Doelgroepen: neem de teksten door die passen bij elk college; ook de teksten zijn
leerstof.
Opdrachtdeadlines: zie uitleg Marian Van Dievoet (Toledo) en studiewijzer.
0.5 Evaluatievorm en -criteria
P0U48A: Orthopedagogiek: theorieën & werkvelden (5sp)
Examen:
o open vraag op 5 [prof. Kris Evers];
o meerkeuzevragen op 15 [prof. Karla Van Leeuwen]
, print en scan punt op 20 wordt herleid naar 15
totaal op 20 = 5 (open vraag) + 15 (meerkeuzevragen)
P0U13A: Orthopedagogiek: theorieën, werkvelden en doelgroepen met opdracht (9sp)
Opdracht: op 3 punten
Examen: 5 (open vraag) + 15 (meerkeuzevragen; print en scan punt op 20 wordt
herleid naar 15)
totaal examen op 20 wordt herleid naar 17; rekenregel voor examen = (5 open vraag +
15MC)/20)*17
totaalpunt voor dit OPO op 20: 3 (opdracht) + 17 (examen)
Afronding van punten gebeurt na samenvoegen van punten.
Karla Van Leeuwen
Wat studeren?
zie opname
Hoe studeren?
Meerkeuzevragen bevatten details!
o Let op voor ‘afleiders’: je moet de leerstof goed kennen en begrijpen … (zie
opname!!)
Studeer per thema:
o Belangrijke concepten en modellen
o Onderzoeksresultaten
o Zie ook doelstellingen per college, of vragen op slides
o Gebruik structuurslide
Examenvraag
De steun van vrienden, familie, kenissne en buren volstaat niet altijd om ouders te
helpen bij het opvoeden. In welke situaties is dit he tgeval volgens
o Antwoord: alle 3
Het temperament…
o Antwoord: D. drempelwaarde
o Vraag kan ook omgekeerd gesteld worden: wat hoort bij drempelwaarde?
‘De steeds grotere…
o Antwoord: A. redundantie
Het concept …
o Antwoord: niet gegeven lol
Hulpverlener…
o B. Meerzijdig
Als een kind woedebuien vertoont…
o B. 1) Sociale leertheorie, 2) orthopedagogisch kader, 3) …
, 1 Inhoudelijke inleiding tot OPO
Gedurende lange tijd werd er vanuit een medisch model gekeken naar functiebeperkingen.
Dit zorgt voor volgende visie:
Handicap is een strikt persoonlijk kenmerk en de persoon dient zich aan te passen
aan de maatschappij.
Het blijft, onveranderlijk.
1.1.1 eerst: Medisch model
Functiebeperkingen werden lange tijd sterk vanuit een biomedisch model bekeken
o Neurobiologische oorzaak
Persoonlijk kenmerk
o Connotatie van permanentie
onveranderlijk
o Diagnostiek gericht op het individu
o Behandeling = individuele therapie
Stoornisgericht en reductionistisch denken
(= focus op wat niet (meer) lukt i.p.v. wat wel lukt)
MAAR…
Individuen met dezelfde genetische afwijking vertonen grote verschillen in cognitief
en sociaal functioneren
o Vb. syndroom van Down: zelfde afwijking in de genetica maar in realiteit
functioneren ze wel anders
Mate van functioneren is niet te voorspellen op basis van medische problemen
Medisch model moet aangevuld worden ( o.a. burgerschapsmodel)
Nieuwe insteek: de context (hoe kijkt de maatschappij/omgeving naar een handicap)
moet ook een plaats krijgen in de modellen! (vanuit de idee dat handicap een sociaal
construct is) wordt letterlijk weergegeven in het handicapcreatiemodel
1.2 Individu-context denken
1.2.1 burgerschapsmodel
Mensen met een beperking zijn gewone burgers.
Die dankzij ondersteuning kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving.
o Wij als MIJ moeten ervoor zorgen dat iedereen mee kan werken aan de SL.
Geen reden tot afzonderlijke woon-, vrije tijd, werk- of relatieomgeving.
o !!!
o Want volgens deze visie: geen reden toe
Inclusief denken
werkvelden
0 Praktische info
HOORCOLLEGE 1: 14/02/2024 – Algemene inleiding en inhoudelijke inleiding
Twee verschillende OPO’s
Doelstellingen en leerdoelen
Didactisch team
Werkvormen en studiemateriaal
Verwachtingen t.a.v. de student
Evaluatievorm -en criteria
Voor een volledige overzicht, raadpleeg steeds de betreffende ECTS fiches.
0.1 Doelstellingen en leerdoelen
Op genuanceerde en kritisch-wetenschappelijke wijze reflecteren naar en
communiceren over opvoedingsproblemen
o Wetenschappelijke inzichten over factoren die opvoeding en kindgedrag
bepalen
o Verschillende theorieën en concepten die opvoedingsproblemen kunnen
bepalen
Kernopdracht en toelatingsvormen van relevante werkvelden omschrijven
Concrete opvoedingssituaties relateren aan inzichten en concepten van besproken
theoretische kaders, (doelgroepen) en werkvelden & bespreken en toepassen van
, principes van orthopedagogische hulpverlening bij opvoedingsproblemen
Omschrijven wat leer-, gedrags- en ontwikkelingsproblemen en
-stoornissen zijn, en de bijzondere opvoedings- en onderwijsnoden situeren
Schriftelijke verslaggeving over opvoeding en kindgedrag (opdracht)
0.2 Didactisch team
Docenten:
o Prof. Karla Van Leeuwen (coördinator P0U13A en P0U48A)
o Theorieën en werkvelden: Prof. Karla Van Leeuwen & dr. Kris Evers
o Werkvelden: ingesproken powerpoints door Prof. Dieter Baeyens, dr. Kris
Evers, Prof. Sara Nijs, Prof. Karla Van Leeuwen
o Doelgroepen: Prof. Dieter Baeyens, Prof. Pol Ghesquière, Prof. Karla Van
Leeuwen
Onderwijsondersteuning opdracht en inleefmoment:
o Marian Van Dievoet (zie Toledo)
0.3 Werkvormen en studiemateriaal
Theorieën:
o Powerpointpresentaties (zie Toledo
P0U13a), met eigen nota’s
o Reader (via CUDI PPW)
Werkvelden:
o Ingesproken powerpointpresentaties (zie Toledo P0U13a)
0.4 Verwachtingen t.a.v. de student
Theorieën: neem de teksten door die passen bij elk college; ook deze teksten zijn
leerstof.
Werkvelden: zelfstudie.
Doelgroepen: neem de teksten door die passen bij elk college; ook de teksten zijn
leerstof.
Opdrachtdeadlines: zie uitleg Marian Van Dievoet (Toledo) en studiewijzer.
0.5 Evaluatievorm en -criteria
P0U48A: Orthopedagogiek: theorieën & werkvelden (5sp)
Examen:
o open vraag op 5 [prof. Kris Evers];
o meerkeuzevragen op 15 [prof. Karla Van Leeuwen]
, print en scan punt op 20 wordt herleid naar 15
totaal op 20 = 5 (open vraag) + 15 (meerkeuzevragen)
P0U13A: Orthopedagogiek: theorieën, werkvelden en doelgroepen met opdracht (9sp)
Opdracht: op 3 punten
Examen: 5 (open vraag) + 15 (meerkeuzevragen; print en scan punt op 20 wordt
herleid naar 15)
totaal examen op 20 wordt herleid naar 17; rekenregel voor examen = (5 open vraag +
15MC)/20)*17
totaalpunt voor dit OPO op 20: 3 (opdracht) + 17 (examen)
Afronding van punten gebeurt na samenvoegen van punten.
Karla Van Leeuwen
Wat studeren?
zie opname
Hoe studeren?
Meerkeuzevragen bevatten details!
o Let op voor ‘afleiders’: je moet de leerstof goed kennen en begrijpen … (zie
opname!!)
Studeer per thema:
o Belangrijke concepten en modellen
o Onderzoeksresultaten
o Zie ook doelstellingen per college, of vragen op slides
o Gebruik structuurslide
Examenvraag
De steun van vrienden, familie, kenissne en buren volstaat niet altijd om ouders te
helpen bij het opvoeden. In welke situaties is dit he tgeval volgens
o Antwoord: alle 3
Het temperament…
o Antwoord: D. drempelwaarde
o Vraag kan ook omgekeerd gesteld worden: wat hoort bij drempelwaarde?
‘De steeds grotere…
o Antwoord: A. redundantie
Het concept …
o Antwoord: niet gegeven lol
Hulpverlener…
o B. Meerzijdig
Als een kind woedebuien vertoont…
o B. 1) Sociale leertheorie, 2) orthopedagogisch kader, 3) …
, 1 Inhoudelijke inleiding tot OPO
Gedurende lange tijd werd er vanuit een medisch model gekeken naar functiebeperkingen.
Dit zorgt voor volgende visie:
Handicap is een strikt persoonlijk kenmerk en de persoon dient zich aan te passen
aan de maatschappij.
Het blijft, onveranderlijk.
1.1.1 eerst: Medisch model
Functiebeperkingen werden lange tijd sterk vanuit een biomedisch model bekeken
o Neurobiologische oorzaak
Persoonlijk kenmerk
o Connotatie van permanentie
onveranderlijk
o Diagnostiek gericht op het individu
o Behandeling = individuele therapie
Stoornisgericht en reductionistisch denken
(= focus op wat niet (meer) lukt i.p.v. wat wel lukt)
MAAR…
Individuen met dezelfde genetische afwijking vertonen grote verschillen in cognitief
en sociaal functioneren
o Vb. syndroom van Down: zelfde afwijking in de genetica maar in realiteit
functioneren ze wel anders
Mate van functioneren is niet te voorspellen op basis van medische problemen
Medisch model moet aangevuld worden ( o.a. burgerschapsmodel)
Nieuwe insteek: de context (hoe kijkt de maatschappij/omgeving naar een handicap)
moet ook een plaats krijgen in de modellen! (vanuit de idee dat handicap een sociaal
construct is) wordt letterlijk weergegeven in het handicapcreatiemodel
1.2 Individu-context denken
1.2.1 burgerschapsmodel
Mensen met een beperking zijn gewone burgers.
Die dankzij ondersteuning kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving.
o Wij als MIJ moeten ervoor zorgen dat iedereen mee kan werken aan de SL.
Geen reden tot afzonderlijke woon-, vrije tijd, werk- of relatieomgeving.
o !!!
o Want volgens deze visie: geen reden toe
Inclusief denken