Statistiek : HCO 1 ( inleiding)
1. Wat is statistiek
Statistiek = de wetenschap van het ‘leren uit en kritisch interpreteren van cijfermateriaal’
(kwantitatief)
2. Basisprincipes
- onderzoeksvraag
= wat wil je weten?
Examenvraag: wat is de onderzoeksvraag? Hoe kunnen we dit aanpakken?
PICO
- steekproef
= over welke doelgroep/populatie wil je een uitspraak doen?
→ Twee essentiële delen:
- Grote populatie
- Kleine steekproef waarbij we de meeting gaan doen
Wat we meten bij onze proefgroep willen we veralgemenen naar onze volledige populatie. Dit
kunnen we dankzij statistiek.
!!! representatief
1
,Een steekproef moet representatief zijn voor de populatie = een goede afspiegeling zijn van de
populatie.
Waarom zijn de studenten podologie niet representatief tov artevelde hogeschool? Omdat wij in
dezelfde richting zitten , en maar een klein deel van artevelde hogeschool zijn.
Een steekproef is nooit 100% representatief
- beschrijven/toetsen
1. Verklarende statistiek
Vb; hypothese, “hebben studenten die in gent wonen meer uren slaap?”
2. Beschrijvende statistiek
Vb. “hoeveel studenten drinken graag koffie?”
Examenvraag: geef een voorbeeld van verklarend statistiek , bevragend statistiek ..
- toeval en onzekerheid
Kansuitspraak = waarschijnlijkheid
→ wanneer je in kansrekenen uiterste getallen uitkomt: vb 0 % of 100%, dan ben je verkeerd aan
het rekenen.
- variabelen
Wat is een variabele?
→ zaken dat je kan observeren: kleur , lengte , …
Statistiek = Kwantitatief
→ cijfermateriaal
1. Univariaat
= 1 variabele apart bestuderen
Vb. de tijd die je onderweg bent naar de campus
2. Bivariaat
= relatie tussen 2 of meer variabelen bestuderen
vb. de mensen die op kot zitten + de tijd die je vannacht geslapen hebt, dus wie slaapt er meer?
Mensen met of zonder kot.
2
, 3. meetniveaus
Bij elke variabele die gevraagd wordt , gaat nog extra gevraagd worden wat het meetniveau is.
Elke variabele heeft een meetniveau
2 groepen meetniveau’s: (altijd afvragen wat het getal betekent?)
- Categorische data : kleur van ogen , ik ben akkoord of niet akkoord , het zijn labels bv:
bent u vrouw / man , de getallen zijn een label (geen officieel getal) met deze getallen kan
je niet rekenen
- Numerieke data : we kunnen hiermee rekenen, optellen of aftrekken , bv: hoelang ben je
onderweg in minuten?
Categorische verdelen we in nog eens twee niveau’s :
- Nominale variabele : de meest simpele soort van labels , zit geen orde of verband in ,
bv: kleur , geslacht , de saus op u frieten , er is geen rangorde
- Ordinale variabele : labels met natuurlijke rangorde bv invullen van enquête
Numerieke data verdelen we nog eens in twee niveau’s
- Interval variabele: heeft geen nulpunt
vb. temperatuur, jaartal
- Ratio variabele: vb. lengte, gewicht
Bv examenvraag: Maak van numeriek iets ordinaal: “ hoe ver woon je van school?”
- nominaal: 50 km
- ordinaal: “ver”
3