1. Autonoom zenuwstelsel
= vegetatief zenuwstelsel = onwillekeurig zenuwstelsel (onbewust, geen controle)
• Efferent gedeelte vh perifere zenuwstelsel
• Sympathisch en parasympatisch zenuwstelsel
• Onbewust en onwillekeurige regulering
o Circulatie, spijsvertering, urineweg, …
o Overleven op korte en lange termijn
o Handhaven homeostase
- = Het constant houden van het inwendig milieu door vele regelmechanismen
2. Somantische VS autonoom zenuwstelsel
2.1 Somatisch zenuwstelsel
• Info vanuit cortex (via axonen) naar ruggenmerg tot bepaald niveau
• 1 neuron vertrekt -> richt zich op 1 skeletspier/spiergroep
• Vanuit ruggenmerg directe verbinding naar effector (skeletspier)
2.2 Autonoom zenuwstelsel
• Vertrekken vanuit visro-motorische kernen in hypothalamus
• Info van ruggenmerg naar ganglia via pré-ganglianeuronen naar via schakelstation
postganglianeuronen
o Buiten het CZS is er een schakelstation van ganglia (axonen gaan naar autonome
ganglia buiten CZS)
• Info gaat verder naar effectoren (gladde spiercellen, hartspier, vetcellen, klieren)
• -> in het autonome zenuwstelsel is het centrale zenuwstelsel ALTIJD door een tweede
motorisch neuron van de effector gescheiden.
• 2 delen :
o Sympatisch deel (= ortosympathisch systeem)
o Parasympatisch deel (parasympatisch deel)
o Het zijn antagonisten
o Nauwkeurig op elkaar afgestemd
2.2 Sympatisch deel
= stimulerende werking
• De pré-ganglionaire vezels ontspringen uit de thoracale en lumbale ruggenmergsegmenten
• Pré-ganglionaire vezels = kort
• Post – ganglionaire vezels = lang
• De ganglia liggen dicht bij het ruggenmerg
o Ganglia’s bundelen zich in een grensstreng
o Pré-vertebrale ganglia liggen ventraal tov de wervelkolom
o De bijnieren = sympatisch ganglion