politicologie
belang van de politiek
• Voorbeeld: invoeren van autogordel in 1975
• Veel verzet (privézaak) (‘wat moet de overheid doen?’)
• Groot gevolg: geschat 30.000 doden minder (B en NL)
● maatregelen nemen: tijdens corona crisis
Politiek heeft impact => politieke besluitvorming heeft impact
● Beperkte ‘maakbaarheid’ van de samenleving (economie, mentaliteit…)(vb.
transmigrantencrisis, vluchtelingencrisis, radicalisering, corona, energie): Echte
beslissingen worden niet genomen door de politiek maar door Apple bijvoorbeeld. De
maatschappij is niet helemaal maakbaar door de politiek. Energiecrisis is niet gestart
door de politiek.
Nationale politiek verliest zijn greep (Luc Huyse) → we moeten meer kijken naar
het globale, naar de E.U. .
• Deze cursus: bouwstenen van politiek
• Actoren, instellingen, functioneren
In breder kader plaatsen van dagdagelijks versnipperd politiek nieuws
• Historisch (beter begrijpen als we weten waar het van komt)(vb.
vakbonden die mee SZ(sociale zekerheid) besturen)
• Vergelijkend (comparatief)
We gaan politieke systemen vergelijken want “ if you only know one country, you do not
know any country at all”
vb: Waarom is vlaams-belang zo populair → omdat wij zoveel partijen hebben
VK heeft maar 2 partijen dus daar zou een rechts-populistische partij nooit zo populair
kunnen worden.
politieke systemen vergelijken = belangrijke tak in de politieke wetenschappen
(bestuurskunde, internationale politiek en politieke filosofie)
H1: Politiek en politieke wetenschap
Wat is politiek?
politiek = sturen van de samenleving
● afspraken als mensen iets samen willen doen
● grotere groep = meer afspraken = formeel
● politika= dat wat met de staat (polis) te maken heeft → grieks
Politiek= ook conflicten over sturen van de samenleving
vb: discussie over of de samenleving vrijer moet zijn of juist gelijker en minder vrij
( communistisch)
= brede definitie want politiek is overal
,Politiek is overal waar er regels bestaan -> gezin, familie, verenigingen,
organisaties → leerschool van de grote politiek
definitie: politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving
Variaties in politiek:
1) territorium
• Welk soort samenleving wordt gestuurd?
• Samenlevingen met en zonder territorium voor dewelke afspraken gelden
• Kan je er uit stappen of niet?
Je kan niet zomaar uit een territorium stappen. VB: geen belastingen betalen in België gaat
niet. Bij een fietsclub kan je er gewoon uitstappen als je het niet eens bent met de regels.
• Mét territorium = omvattender (verhuizen)
• ‘Staten’ hebben grondgebied (🡘katholieke kerk; wilde ook ‘sturen’) en
zijn daar soeverein (geen macht er boven; dat is definitie van een ‘staat’)
(vb. Russische referenda in Oekraïens gebied)
Een staat = politieke identiteit zonder gezag boven zich = soeverein
- vb: gemeente luistert naar regels provincie
België zou een gewest zijn als er gezag boven is en de E.U. telt niet omdat je er uit kan
stappen. Niet alleen staten hebben grondgebieden maar zij hebben wel het grootste gezag.
• Niet alleen staten hebben grondgebied (decentralisatie en
internationalisering)
2) cultureel
Er zijn verschillende opvattingen over de mate waarin regels mogen ingrijpen (reikwijdte).
De overheid doet alsmaar meer.
- vb: nachtklok tijdens corona
verschuivende opvattingen:
● 19e E → nachtwakersstaat: overheid bemoeit zich zo min mogelijk en is er
enkel om de veiligheid te garanderen (ordehandhaving, defensie,
belastingen)
● veel meer vraag om domeinen te regelen via politiek
- vb: arbeidersbeweging en sociale bescherming; en veel later milieu en
klimaat
Sommigen waren hier tegen en vroegen zich af waarom de overheid zich met alles
bemoeide maar de meerderheid ging akkoord.
De overheid zorgt natuurlijk ook voor ons pensioen, afvalophaling,... .
→ ze regelen ons leven
De politiek wordt dus steeds belangrijker en reguleren ons leven meer.
● enorme explosie van politiek ingrijpen
- vb: homohuwelijk en adoptie
De staat grijpt meer in omdat de burgers er ook meer naar vragen.
- vb: energiecrisis
De rechtse partijen willen juist niet ingrijpen.
,Liberalen zeggen dat de overheid minder moet reguleren en linksen zeggen dat de overheid
meer moet reguleren.
vb: Conner Rousseau zegt dat kinderen verplicht naar de crèche moeten zodat er meer
gelijkheid is.
● politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven (vb: verplicht
aanwerven van mensen met een migratieachtergrond door werkgevers;
praktijktesten; roken in bijzijn van kinderen; verplaatsingsverbod (corona)
3) vormen
● welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?
● ≠ tussen politieke systemen (‘regimes’)
vb: jodenvervolging mag je niet ontkennen -> in belgië
In de vs is dit wel toegestaan
De vrijheid van meningsuiting is absoluut in de VS en UK.
● classificaties:
- democratische vs autoritaire regimes
↳ de macht is tijdelijk, gespreid, via verkozen vertegenwoordigers
en er zijn fundamentele rechten
- unitaire vs federale staten
unitaire regimes: bestuur vanuit 1 punt, federale: België en Spanje
- variaties in instellingen en procedures
vb: verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd
⇒ dit vak gaat grotendeels over de ‘vormen’ van politiek
politicoloog
● Een politicoloog bestudeert het politiek gedrag van mensen. Ze willen regelmaat
ontdekken in fenomenen en complexe fenomenen vereenvoudigen. (= doel)
● De sociale werkelijkheid is complex (reflexief) en moeilijk te voorspellen. Bijvoorbeeld
een peiling heeft effect op de kiezers: mensen willen niet op de verliezende partij
stemmen. Dit maakt het complex om menselijk gedrag te bestuderen.
● Ze reduceren de werkelijkheid door iets in variabelen(leeftijd, geslacht, welke krant
die leest,...) te vatten = analytisch denken (werkelijkheid formaliseren in variabelen /
analytisch)
● Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden;
maar zie Georges-Louis Bouchez)
- vb: extreemrechtse leider is een vrouw dus meer vrouwen stemmen
extreem-rechts.
- vb: vriendengroep stemt vlaams belang dus jij ook.
De politieke voorkeur is sociaal erfelijk en niet genetisch maar er is wel variatie
mogelijk.
Het gaat niet over persoonlijkheden behalve Bouchez* bijvoorbeeld. Die ene
persoonlijkheid maakt verschil -> vb : bart de wever -> geen leider van de NVA, Nva
zou niet zo groot zijn.
Politicologen bestuderen niets uniek
● patronen zie je door te vergelijken:
, - veel waarnemingen (grote N)
- goed gekozen waarnemingen (kleine n)
politieke wetenschap
Veel groepen praten over politiek
● Burgers, journalisten, kunstenaars...
● Politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven,
begrijpen en verklaren (journalisten ook) en NIET beoordelen.
● Daarom volgen ze eigen regels
1. Intellectuele distantie:
- Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet en om zelf
deel te nemen
- Maar neutraliteit bestaat niet (voorkeuren, belangen, interesses...) (=
essentie van sociale wetenschappen)
- Keuze van onderwerpen (vb. groene vs. rechts-populistische partijen,
terrorisme, vrouwen en politiek...)
- Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen (kan dan gebruikt
worden door anderen)
Een politicoloog legt uit hoe een politiek spel werkt en geeft geen oordeel.
De keuze van onderwerpen is vrij voor politicologen. Politieke actoren zoeken uit welke
argumenten de beste zijn om bepaalde wetten te beargumenteren.
2. Wetenschappelijke methode (zie p 25)
om tot de intellectuele distantie te komen moet je
● Veel en bewust waarnemingen inzamelen door:
- Systematische inzameling van gegevens (vs. ad hoc)
- Gebeurtenis duiden als fenomeen dat toebehoort tot een bredere
categorie (algemeen verschijnsel)(vb. Belgisch confederalisme)
- Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
● zorgvuldige en bewuste keuze van onderzoekstechnieken moeten toepassen
- Hoe data analyseren?
- Kwantitatief of kwalitatief (vb. vrouwen in parlement)
● Open rapporteren over wat en waarom
- Repliceerbaarheid (journalistiek)
- Controleren en verfijnen (cumulatief)
wetenschappelijke methode: vele bevragingen -> algemeen patroon
case-selecting: je zoekt iets waar je iets algemeen over gaat leren
instrumenten van politieke wetenschap
• Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos, complexiteit
• Instrumenten van die taal zijn (1) concepten, (2) modellen, en (3) theorieën
1. Concepten
, ●Een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent (vb.
gender vs. geslacht) (vb. politieke partijen, particratie)
● Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
● Hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden - essentie
● Concept = ideaaltype (essentiële kenmerken: hoofd- en bijzaken) –
werkelijkheid is nooit perfect (vb. polyarchie)
2. Modellen
• Bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit (vb. wegenkaart)
• Statistische modellen bevatten slechts bepaalde variabelen (vb.
deelname aan protest) – ‘verklaarde variantie’
• Meer dan een concept: ook relaties tussen concepten (variabelen)
worden beschreven
• Voorbeeld: politieke kringloop van David Easton
• Eisen, gate keepers, steun (actief en passief), output,
feedbackloop
3. Theorieën
• Beschrijven hoe en waarom politieke verschijnselen met elkaar in
verband staan (=verhaal over causaliteit)
• Voorbeelden:
• Waarom hebben mensen in sommige landen meer vertrouwen in
de overheid dan in andere?
• Wat bepaalt de samenstellingen van regeringen?
• Waarom dienen oppositieleden wetsvoorstellen in als ze nooit
aanvaard worden?
• Resultaat van waarnemingen en onderzoek, maar theorieën sturen ook
waarnemingen en onderzoek (deductief vs. inductief)
• Cruciale link tussen theorie en onderzoek = hypothese (voorspelling
waarvan nagegaan kan worden of ze klopt)
H2: staat & macht
bindende regels
eigenheid van de regels van een staat: bindend ⇒ Typisch voor een
staat(politiek) is dat de regels bindend zijn, je mag er niet van afwijken:
- bij de fietsclub is dit niet het geval je krijgt geen straf als je je niet houdt aan
de regels.
1) Burgerlijke ongehoorzaamheid ←→ ook al ben je het niet eens met de regels
toch moet je ze volgen
- bv: door een vredesbeweging: ze betaalden een deel van de belasting niet
owv politieke redenen (vb ze wouden geen belastingen voor het leger
betalen), er kwam dan een deurwaarder bij hun thuis= betaalstaking.
2) De regels zijn dus dwingend en geïnternaliseerd( in de maatschappij opgenomen):
we volgen de regels zonder na te denken,
- vb: je stopt vanzelf bij een rood licht, drinken en rijden, rechts rijden,
rookverbod, mondmasker
, 3) De regels zijn dwingend dus de staat kan geweld gebruiken om regels af te
dwingen als je deze regels niet uitvoert. De staat beschikt over een heel arsenaal
dwangmiddelen om de regels te laten naleven. De regels zijn veel ingrijpender omdat
men geweld kan gebruiken.
- Vb: gevangenis, belastingverhoging, sluiting van café
- Catalonië: ministers die referendum organiseerden zijn opgepakt omdat ze
referendum organiseerden terwijl dit niet mag over onafhankelijkheid.
Maar je zou denken dat dit mag omdat het een democratie is. Is dit geweld
dan wel legitiem?
4) Max Weber: “human community that successfully claims the monopoly of the
legitimate use of physical force within a given territory” = staat
Staat = de enige entiteit die geweld mag gebruiken (politie, leger), gewone burgers
mogen dit niet.
5) Monopolie op legitiem geweld is eigen aan staat en is in geen enkele andere
instelling van toepassing. Alleen de staat mag regels met geweld afdwingen, dit is
geen privétaak. Er zijn wel uitzonderingen zoals zelfverdediging.
- Juweliers werden overvallen en verdedigden hun eigendom met geweld, die
personen werden veroordeeld omdat het geen wettelijke zelfverdediging is.
De inbreker zal veroordeeld worden maar jij ook.
● privatisering van de ordehandhaving
- In sommige staten heb je een privatisering: als je naar een festival gaat wordt
je gefouilleerd = dwingende regel.
Privé bewakingsfirma mogen je niet dwingen tot iets te doen. Hele sterke
beperkingen over wat je als privépersoon mag doen.
- In amerikaanse universiteiten heb je politie van de universiteit. Deze campus
politie is geprivatiseerd want de universiteit betaald hen en die mensen lopen
met wapens rond.
● Staatsgeweld moet proportioneel zijn dus de mate van het geweld moet
overeenstemmen met de grootte van de overtreding. De vraag is of het geweld
bijdraagt.
- Vb bomspotters bekijken kernbommen 1x per jaar klimmen zij over het hek en
zoeken zij naar kernbommen , de politie loopt achter hen en pakt hen op
maar hun doel is gwn om aan te tonen dat belgië kernbommen heeft dus ze
worden ook niet hard aangepakt.
● alleen geweld dat nodig is voor het doel (vb: foltering)
grondwet
● eerste en belangrijkste ‘regel’ van een land
1) De grondwet is de eerste regel(basiswet) waarop alle andere wetten zijn
gebaseerd. Die regel zegt hoe andere regels gemaakt moeten worden en dus
hoe regels kunnen wijzigen.
2) Bevoegdheidsverdeling : bevat de basisregels van het functioneren van het
politiek systeem; wat gebeurt door provincies, nationale staat, gemeenten,... .
- Pariteit van de regering: de regering bestaat uit evenveel franse als
nederlandse ministers. We proberen een soort evenwicht te krijgen.
3) bevat grondrechten: dit geeft de burger vrijheden over mening, godsdienst, …
⇒ bescherming van burgers tegen almachtige staat
, ● Grondwet is algemeen en werkelijke politiek staat er ver vanaf (vb: ‘politieke partijen’
staan niet in de grondwet)
Grondwet heeft enkel formele regels.
● bijzondere regels om de Grondwet te veranderen: extra voorwaarden in België
- op voorhand aankondigen welke artikels men wil wijzigen. De artikelen
die voor de verkiezingen niet worden aangeduid als degene die gewijzigd
worden zullen na de verkiezingen niet kunnen worden gewijzigd. Na de
verkiezingen is het parlement een ‘constituante’. Een constituante is een
parlement of andere (al dan niet via verkiezingen gekozen) groep mensen dat
de bevoegdheid heeft een grondwet op te stellen of te wijzigen.
- Je hebt 2/3e meerderheid nodig (101 zetels nodig van de 150) om de
grondwet te wijzigen. In veel landen wijzigt de grondwet dus niet.
➔ vb:VS in 37 van de 50 staten heb je in elke staat een meerderheid
nodig.
- Omdat de grondwet zo belangrijk is wordt het wijzigen van die grondwet
moeilijk gemaakt. De grondwet is eigenlijk onwijzigbaar ook al werken
sommige dingen niet.
➔ de staatshervorming bij ons heeft heel lang geduurd door de lange
onderhandelingen.
- De macht wordt zoveel mogelijk verdeeld : checks en balances.
- België: communautair polariseren (polariseren van de verschillende
gemeenschappen in België) heeft weinig zin, in beide taalgroepen moet er
steun zijn (geen steun van de meerderheid in beide taalgroepen nodig) en
dus partners zoeken aan de andere kant.Je hebt geen meerderheid nodig
aan beide taalgrenzen maar je kan niet apart aan 101 komen dus moet je met
de ander gaan praten.
- België is uitzonderlijk: belgië heeft ook bijzondere wetten die nog beter
beveiligd zijn dan de grondwet: je hebt daar 2/3 nodig en een meerderheid
langs beide taalgrenzen. Het is uitzonderlijk dat het niet alleen moeilijk is om
de grondwet te wijzigen maar ook om vele andere wetten te wijzigen.
● twee belangrijke voorbeelden : franse (nadruk op vrijheid) en amerikaanse
→ heel liberale grondwetten, beide eind 18e eeuw. België had ook een
heel bijzondere grondwet: veel bescherming tegen staat, heel veel
vrijheid, België was een eiland met een liberalistische grondwet. De
grondwet was in 1830 super progressief.
In totaal zijn er 27 grondwetswijzigingen geweest in heel de periode dat de VS bestaat. 1
van deze wijzigingen is dat vrouwen mochten gaan stemmen.
,27: politici beslissen over hun eigen salaris → als er een wet is om hun inkomen
te verhogen of verlagen dan kan het pas ingaan nadat er verkiezingen zijn
geweest. Politici die dat voorstellen kunnen bestraft worden door kiezers dus dit
ontmoedigd.
vrij wapenbezit VS
Het is moeilijk voor de democraten om hier iets aan te doen omdat dit in de grondwet staat.
Het stond er oorspronkelijk niet in maar het is 1 van de aanpassingen. Wapenbezit als
bescherming tegen de staat.
● het tweede amendement van de Grondwet van de VS is een onderdeel van de Bill of
Rights, dat op 15 december 1791 werd toegevoegd aan de grondwet.
● the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed
Aantal grondwetswijzigingen in belgië: +-40 op 27 jaar. Wij hebben veel
grondwetswijzigingen en dit gebeurt ook frequent.
- Vb 7 mei 2007 (arbitragehof wordt Grondwettelijk hof)→ geen
fundamentele hervorming van ons politiek systeem.
Staatshervormingen zijn wel belangrijke wijzigingen.
● grondwet legt de basisregels voor het functioneren van een politiek systeem vast en
legt de basisrechten en -vrijheden van de bevolking vast en beschermt deze ook.
(liberale democratie)
- zoals de vrijheid van meningsuiting, vereniging, pers, godsdienst, … (=
voorwaarde voor vrije verkiezingen en democratie)
● meer en meer: ook moderne socio-economische rechten (vb: onderwijs,
arbeid, gezonde leefomgeving) → gaat samen met de uitbreiding van de
staat.
- maar: deze rechten zijn niet individueel afdwingbaar (het garanderen van
voldoende woongelegenheid is voor de overheid ‘voorwerp’ van zorg, dit is
heel vaag dus hiermee kan je ook niet naar de rechter)
● GW is niet steeds neergeschreven
- Groot-Brittanië: historisch gegroeid geheel van teksten en gewoonte -
vroegste vorm = Magna Carta uit 1215
- rule of law: is het tegenovergestelde van de regel van de heerser.
● rule of law: ook de regering moet zich aan de wet houden
➔ bv groot Brittannië hier kan elke wet elk moment gewijzigd worden dit
wil dus zeggen dat de Burgers volledig moeten vertrouwen op de
verkozen partijen. DE verkozen partij kan zomaar de grondwet
veranderen. We hebben hier gewoontes en tradities: alles wordt
bepaald van hoe het in de geschiedenis is gebeurd.
- Supremacy of parliament = het parlement is de grootste macht en kan dus
zomaar de grondwet wijzigen.
- er is geen grondwettelijk hof om beslissingen van het parlement aan te
vechten dus de burgers bevinden zich in een zwakkere positie
● er is een poging geweest tot een EU-grondwet: met doelstellingen voor de Unie en
basisrechten voor de burgers
- mislukt door negatieve referenda in FR en NED die dit hebben afgewezen
(2005)
, - Gecontesteerd: Superstaat? Christelijke waarden benadrukken? Mensen
wilden dit niet omdat een grondwet zou veronderstellen dat de EU een apart
en soeverein politiek systeem zou vormen = superstaat die zich boven alle
deelstaten zou zetten en de christelijke waarden werden benadrukt. (=
identiteit en grenzen aan Unie)
- vervangen door verdrag van Lissabon 2007
macht
● bindende regels opleggen en afdwingen = macht
● er valt niet aan de staatsmacht te ontkomen (tegenvb: waziristan: streek in
Pakistan, maakt deel uit van het grondgebied maar de overheid heeft daar niets te
zeggen. Stammen hebben daar hun eigen leven en regelen hun eigen leven)
● democratie
= bewindvoerders krijgen macht van volk (‘alle machten gaan uit van de natie
→ natie= bevolking)
= als de macht is afgestaan zijn de burgers ook verplicht om die machtsuitoefening te
ondergaan/ gehoorzamen
● macht is de mogelijkheid van A om te zorgen dat B een handeling stelt die B anders
niet zou stellen (vb: docent heeft macht over ons omdat hij/zij ons punten geeft, wij
hebben macht over hem omdat wij stil moeten zijn)
- Dit wil niet zeggen dat macht altijd in overeenstemming is met wat A wil, er
zijn onbedoelde effecten. Soms doen wij dingen door de invloed van A, die A
helemaal niet wilde uitlokken.
- Machtsmiddelen (wat de anderen willen)
➔ Afhankelijkheid (belangrijkheid en asymmetrie) en onzekerheid.
- afhankelijk van docent voor een 10/20 en onzekerheid dat je
het niet gaat halen.
➔ asymmetrie, 10/20 is belangrijker voor studenten, dan
studentenevaluatie is voor professor. Dan heeft professor meer macht
dan studenten. Soms is het symmetrisch.
➔ Gehoorzaamheid ruilen tegen machtsmiddel
- mijn kinderen luisteren naar mij voor zakgeld bijvoorbeeld.
➔ Steeds wederzijds (relationeel; ook in dictatuur).
- Voorbeeld regeringsonderhandeling: 7 partijen die samen
regeren over regeringsakkoord, elke partij wil zo veel mogelijk
van hun programma in regeerakkoord, ze zijn afhankelijk van
elkaar om parlementaire meerderheid te halen.
- machtsbronnen: verkiezingen, formele positie, olie, …
● macht ≠ gezag: gezag is gelegitimeerde, aanvaarde macht
● soorten gezag (Weber):
1) traditioneel gezag: traditie en gewoonte (erfopvolging).
➔ De monarchie wordt doorgegeven door erfopvolging.
2) charismatisch gezag: persoonlijke eigenschappen van gezagsdrager
➔ hitler heeft owv persoonlijkheid gezag.
➔ Bart de wever heeft owv charisma gezag → niemand blijft
onverschillig/apathisch voor hem
, ➔ Nu Rousseau bij jongeren heel populair (charisma). Hij draagt zijn
partij eigenhandig uit het moeras.
➔ Organisaties worden dikwijls gesticht door een charismatische leider
3) rationeel- legalistisch gezag: uit respect voor de regels.Gezag dat we
aanvaarden owv regels.
➔ Als een politieagent iets zegt, luisteren we daarnaar.
● Er is een evolutie van traditioneel, charismatisch naar rationeel-legalistisch gezag
doorheen de geschiedenis, maar dat betekent niet dat het verdwenen is.
➔ Sommige drijven op charismatische leiders andere leiders hebben gezag
omdat het volgens de regels gebeurd.
➔ in monarchieën zie je binnen het koningshuis traditie en charisma binnen
politiek denken.
● Amartya Sen heeft een bredere definitie voor macht: ongelijkheid is ook een vorm
van macht (onderdrukking) waardoor mensen niet al hun mogelijkheden ontwikkelen.
● 3 dimensies van macht
1) beslissen, bevelen, afdwingen = ‘naakte macht’
➔ De macht van de overheid om maximumsnelheid af te dwingen door
trajectcontrole
➔ premier beslist of er iets op de ministerraad komt . Dit is ook een vorm
van macht.
2) agenda-setting: positief en negatief
➔ Elke partij gaat proberen onderwerpen waar zij sterk in staan
op de agenda te brengen → groen → milieu // VB : migratie =
positieve agenda setting. Hoe komt het dat we minder bezig zijn met
milieu dan met migratie : in 2019 vonden mensen dat belangrijker en
Vlaams B heeft toen ook gewonnen.
➔ Negatieve agendasetting: wanneer je er in slaagt om iets niet op de
agenda te krijgen
➔ Vb agendasetting macht:
Premier: 36% zegt dat premier heel vaak er in slaagt om dingen in de
agenda te zetten ( ter verduidelijking ). (zie pp dia 16)
Politici zijn er van overtuigd dat de media er heel vaak in slagen om
thema’s op de agenda te zetten.
3) Macht als hegemonie: bepalen ‘wat gedacht wordt’. Deze vorm van
macht is niet zichtbaar, maar des te ingrijpender, de extreemste
vorm van macht. De macht is in het hoofd van de mensen
gekropen, je beslist hoe en wat er gedacht wordt. Mensen kunnen
geen kritische gedachte ontwikkelen → in een soort brainwashing
zorg je ervoor wat er gedacht wordt
Hegemonie: bepaalde dingen zijn zo’n deel van ons denken dat we er niet
meer over nadenken
➔ politieke correctheid als hegemonie
agenda-settingmacht
● Niet alleen politici oefenen macht uit
belang van de politiek
• Voorbeeld: invoeren van autogordel in 1975
• Veel verzet (privézaak) (‘wat moet de overheid doen?’)
• Groot gevolg: geschat 30.000 doden minder (B en NL)
● maatregelen nemen: tijdens corona crisis
Politiek heeft impact => politieke besluitvorming heeft impact
● Beperkte ‘maakbaarheid’ van de samenleving (economie, mentaliteit…)(vb.
transmigrantencrisis, vluchtelingencrisis, radicalisering, corona, energie): Echte
beslissingen worden niet genomen door de politiek maar door Apple bijvoorbeeld. De
maatschappij is niet helemaal maakbaar door de politiek. Energiecrisis is niet gestart
door de politiek.
Nationale politiek verliest zijn greep (Luc Huyse) → we moeten meer kijken naar
het globale, naar de E.U. .
• Deze cursus: bouwstenen van politiek
• Actoren, instellingen, functioneren
In breder kader plaatsen van dagdagelijks versnipperd politiek nieuws
• Historisch (beter begrijpen als we weten waar het van komt)(vb.
vakbonden die mee SZ(sociale zekerheid) besturen)
• Vergelijkend (comparatief)
We gaan politieke systemen vergelijken want “ if you only know one country, you do not
know any country at all”
vb: Waarom is vlaams-belang zo populair → omdat wij zoveel partijen hebben
VK heeft maar 2 partijen dus daar zou een rechts-populistische partij nooit zo populair
kunnen worden.
politieke systemen vergelijken = belangrijke tak in de politieke wetenschappen
(bestuurskunde, internationale politiek en politieke filosofie)
H1: Politiek en politieke wetenschap
Wat is politiek?
politiek = sturen van de samenleving
● afspraken als mensen iets samen willen doen
● grotere groep = meer afspraken = formeel
● politika= dat wat met de staat (polis) te maken heeft → grieks
Politiek= ook conflicten over sturen van de samenleving
vb: discussie over of de samenleving vrijer moet zijn of juist gelijker en minder vrij
( communistisch)
= brede definitie want politiek is overal
,Politiek is overal waar er regels bestaan -> gezin, familie, verenigingen,
organisaties → leerschool van de grote politiek
definitie: politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving
Variaties in politiek:
1) territorium
• Welk soort samenleving wordt gestuurd?
• Samenlevingen met en zonder territorium voor dewelke afspraken gelden
• Kan je er uit stappen of niet?
Je kan niet zomaar uit een territorium stappen. VB: geen belastingen betalen in België gaat
niet. Bij een fietsclub kan je er gewoon uitstappen als je het niet eens bent met de regels.
• Mét territorium = omvattender (verhuizen)
• ‘Staten’ hebben grondgebied (🡘katholieke kerk; wilde ook ‘sturen’) en
zijn daar soeverein (geen macht er boven; dat is definitie van een ‘staat’)
(vb. Russische referenda in Oekraïens gebied)
Een staat = politieke identiteit zonder gezag boven zich = soeverein
- vb: gemeente luistert naar regels provincie
België zou een gewest zijn als er gezag boven is en de E.U. telt niet omdat je er uit kan
stappen. Niet alleen staten hebben grondgebieden maar zij hebben wel het grootste gezag.
• Niet alleen staten hebben grondgebied (decentralisatie en
internationalisering)
2) cultureel
Er zijn verschillende opvattingen over de mate waarin regels mogen ingrijpen (reikwijdte).
De overheid doet alsmaar meer.
- vb: nachtklok tijdens corona
verschuivende opvattingen:
● 19e E → nachtwakersstaat: overheid bemoeit zich zo min mogelijk en is er
enkel om de veiligheid te garanderen (ordehandhaving, defensie,
belastingen)
● veel meer vraag om domeinen te regelen via politiek
- vb: arbeidersbeweging en sociale bescherming; en veel later milieu en
klimaat
Sommigen waren hier tegen en vroegen zich af waarom de overheid zich met alles
bemoeide maar de meerderheid ging akkoord.
De overheid zorgt natuurlijk ook voor ons pensioen, afvalophaling,... .
→ ze regelen ons leven
De politiek wordt dus steeds belangrijker en reguleren ons leven meer.
● enorme explosie van politiek ingrijpen
- vb: homohuwelijk en adoptie
De staat grijpt meer in omdat de burgers er ook meer naar vragen.
- vb: energiecrisis
De rechtse partijen willen juist niet ingrijpen.
,Liberalen zeggen dat de overheid minder moet reguleren en linksen zeggen dat de overheid
meer moet reguleren.
vb: Conner Rousseau zegt dat kinderen verplicht naar de crèche moeten zodat er meer
gelijkheid is.
● politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven (vb: verplicht
aanwerven van mensen met een migratieachtergrond door werkgevers;
praktijktesten; roken in bijzijn van kinderen; verplaatsingsverbod (corona)
3) vormen
● welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?
● ≠ tussen politieke systemen (‘regimes’)
vb: jodenvervolging mag je niet ontkennen -> in belgië
In de vs is dit wel toegestaan
De vrijheid van meningsuiting is absoluut in de VS en UK.
● classificaties:
- democratische vs autoritaire regimes
↳ de macht is tijdelijk, gespreid, via verkozen vertegenwoordigers
en er zijn fundamentele rechten
- unitaire vs federale staten
unitaire regimes: bestuur vanuit 1 punt, federale: België en Spanje
- variaties in instellingen en procedures
vb: verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd
⇒ dit vak gaat grotendeels over de ‘vormen’ van politiek
politicoloog
● Een politicoloog bestudeert het politiek gedrag van mensen. Ze willen regelmaat
ontdekken in fenomenen en complexe fenomenen vereenvoudigen. (= doel)
● De sociale werkelijkheid is complex (reflexief) en moeilijk te voorspellen. Bijvoorbeeld
een peiling heeft effect op de kiezers: mensen willen niet op de verliezende partij
stemmen. Dit maakt het complex om menselijk gedrag te bestuderen.
● Ze reduceren de werkelijkheid door iets in variabelen(leeftijd, geslacht, welke krant
die leest,...) te vatten = analytisch denken (werkelijkheid formaliseren in variabelen /
analytisch)
● Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden;
maar zie Georges-Louis Bouchez)
- vb: extreemrechtse leider is een vrouw dus meer vrouwen stemmen
extreem-rechts.
- vb: vriendengroep stemt vlaams belang dus jij ook.
De politieke voorkeur is sociaal erfelijk en niet genetisch maar er is wel variatie
mogelijk.
Het gaat niet over persoonlijkheden behalve Bouchez* bijvoorbeeld. Die ene
persoonlijkheid maakt verschil -> vb : bart de wever -> geen leider van de NVA, Nva
zou niet zo groot zijn.
Politicologen bestuderen niets uniek
● patronen zie je door te vergelijken:
, - veel waarnemingen (grote N)
- goed gekozen waarnemingen (kleine n)
politieke wetenschap
Veel groepen praten over politiek
● Burgers, journalisten, kunstenaars...
● Politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven,
begrijpen en verklaren (journalisten ook) en NIET beoordelen.
● Daarom volgen ze eigen regels
1. Intellectuele distantie:
- Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet en om zelf
deel te nemen
- Maar neutraliteit bestaat niet (voorkeuren, belangen, interesses...) (=
essentie van sociale wetenschappen)
- Keuze van onderwerpen (vb. groene vs. rechts-populistische partijen,
terrorisme, vrouwen en politiek...)
- Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen (kan dan gebruikt
worden door anderen)
Een politicoloog legt uit hoe een politiek spel werkt en geeft geen oordeel.
De keuze van onderwerpen is vrij voor politicologen. Politieke actoren zoeken uit welke
argumenten de beste zijn om bepaalde wetten te beargumenteren.
2. Wetenschappelijke methode (zie p 25)
om tot de intellectuele distantie te komen moet je
● Veel en bewust waarnemingen inzamelen door:
- Systematische inzameling van gegevens (vs. ad hoc)
- Gebeurtenis duiden als fenomeen dat toebehoort tot een bredere
categorie (algemeen verschijnsel)(vb. Belgisch confederalisme)
- Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
● zorgvuldige en bewuste keuze van onderzoekstechnieken moeten toepassen
- Hoe data analyseren?
- Kwantitatief of kwalitatief (vb. vrouwen in parlement)
● Open rapporteren over wat en waarom
- Repliceerbaarheid (journalistiek)
- Controleren en verfijnen (cumulatief)
wetenschappelijke methode: vele bevragingen -> algemeen patroon
case-selecting: je zoekt iets waar je iets algemeen over gaat leren
instrumenten van politieke wetenschap
• Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos, complexiteit
• Instrumenten van die taal zijn (1) concepten, (2) modellen, en (3) theorieën
1. Concepten
, ●Een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent (vb.
gender vs. geslacht) (vb. politieke partijen, particratie)
● Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
● Hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden - essentie
● Concept = ideaaltype (essentiële kenmerken: hoofd- en bijzaken) –
werkelijkheid is nooit perfect (vb. polyarchie)
2. Modellen
• Bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit (vb. wegenkaart)
• Statistische modellen bevatten slechts bepaalde variabelen (vb.
deelname aan protest) – ‘verklaarde variantie’
• Meer dan een concept: ook relaties tussen concepten (variabelen)
worden beschreven
• Voorbeeld: politieke kringloop van David Easton
• Eisen, gate keepers, steun (actief en passief), output,
feedbackloop
3. Theorieën
• Beschrijven hoe en waarom politieke verschijnselen met elkaar in
verband staan (=verhaal over causaliteit)
• Voorbeelden:
• Waarom hebben mensen in sommige landen meer vertrouwen in
de overheid dan in andere?
• Wat bepaalt de samenstellingen van regeringen?
• Waarom dienen oppositieleden wetsvoorstellen in als ze nooit
aanvaard worden?
• Resultaat van waarnemingen en onderzoek, maar theorieën sturen ook
waarnemingen en onderzoek (deductief vs. inductief)
• Cruciale link tussen theorie en onderzoek = hypothese (voorspelling
waarvan nagegaan kan worden of ze klopt)
H2: staat & macht
bindende regels
eigenheid van de regels van een staat: bindend ⇒ Typisch voor een
staat(politiek) is dat de regels bindend zijn, je mag er niet van afwijken:
- bij de fietsclub is dit niet het geval je krijgt geen straf als je je niet houdt aan
de regels.
1) Burgerlijke ongehoorzaamheid ←→ ook al ben je het niet eens met de regels
toch moet je ze volgen
- bv: door een vredesbeweging: ze betaalden een deel van de belasting niet
owv politieke redenen (vb ze wouden geen belastingen voor het leger
betalen), er kwam dan een deurwaarder bij hun thuis= betaalstaking.
2) De regels zijn dus dwingend en geïnternaliseerd( in de maatschappij opgenomen):
we volgen de regels zonder na te denken,
- vb: je stopt vanzelf bij een rood licht, drinken en rijden, rechts rijden,
rookverbod, mondmasker
, 3) De regels zijn dwingend dus de staat kan geweld gebruiken om regels af te
dwingen als je deze regels niet uitvoert. De staat beschikt over een heel arsenaal
dwangmiddelen om de regels te laten naleven. De regels zijn veel ingrijpender omdat
men geweld kan gebruiken.
- Vb: gevangenis, belastingverhoging, sluiting van café
- Catalonië: ministers die referendum organiseerden zijn opgepakt omdat ze
referendum organiseerden terwijl dit niet mag over onafhankelijkheid.
Maar je zou denken dat dit mag omdat het een democratie is. Is dit geweld
dan wel legitiem?
4) Max Weber: “human community that successfully claims the monopoly of the
legitimate use of physical force within a given territory” = staat
Staat = de enige entiteit die geweld mag gebruiken (politie, leger), gewone burgers
mogen dit niet.
5) Monopolie op legitiem geweld is eigen aan staat en is in geen enkele andere
instelling van toepassing. Alleen de staat mag regels met geweld afdwingen, dit is
geen privétaak. Er zijn wel uitzonderingen zoals zelfverdediging.
- Juweliers werden overvallen en verdedigden hun eigendom met geweld, die
personen werden veroordeeld omdat het geen wettelijke zelfverdediging is.
De inbreker zal veroordeeld worden maar jij ook.
● privatisering van de ordehandhaving
- In sommige staten heb je een privatisering: als je naar een festival gaat wordt
je gefouilleerd = dwingende regel.
Privé bewakingsfirma mogen je niet dwingen tot iets te doen. Hele sterke
beperkingen over wat je als privépersoon mag doen.
- In amerikaanse universiteiten heb je politie van de universiteit. Deze campus
politie is geprivatiseerd want de universiteit betaald hen en die mensen lopen
met wapens rond.
● Staatsgeweld moet proportioneel zijn dus de mate van het geweld moet
overeenstemmen met de grootte van de overtreding. De vraag is of het geweld
bijdraagt.
- Vb bomspotters bekijken kernbommen 1x per jaar klimmen zij over het hek en
zoeken zij naar kernbommen , de politie loopt achter hen en pakt hen op
maar hun doel is gwn om aan te tonen dat belgië kernbommen heeft dus ze
worden ook niet hard aangepakt.
● alleen geweld dat nodig is voor het doel (vb: foltering)
grondwet
● eerste en belangrijkste ‘regel’ van een land
1) De grondwet is de eerste regel(basiswet) waarop alle andere wetten zijn
gebaseerd. Die regel zegt hoe andere regels gemaakt moeten worden en dus
hoe regels kunnen wijzigen.
2) Bevoegdheidsverdeling : bevat de basisregels van het functioneren van het
politiek systeem; wat gebeurt door provincies, nationale staat, gemeenten,... .
- Pariteit van de regering: de regering bestaat uit evenveel franse als
nederlandse ministers. We proberen een soort evenwicht te krijgen.
3) bevat grondrechten: dit geeft de burger vrijheden over mening, godsdienst, …
⇒ bescherming van burgers tegen almachtige staat
, ● Grondwet is algemeen en werkelijke politiek staat er ver vanaf (vb: ‘politieke partijen’
staan niet in de grondwet)
Grondwet heeft enkel formele regels.
● bijzondere regels om de Grondwet te veranderen: extra voorwaarden in België
- op voorhand aankondigen welke artikels men wil wijzigen. De artikelen
die voor de verkiezingen niet worden aangeduid als degene die gewijzigd
worden zullen na de verkiezingen niet kunnen worden gewijzigd. Na de
verkiezingen is het parlement een ‘constituante’. Een constituante is een
parlement of andere (al dan niet via verkiezingen gekozen) groep mensen dat
de bevoegdheid heeft een grondwet op te stellen of te wijzigen.
- Je hebt 2/3e meerderheid nodig (101 zetels nodig van de 150) om de
grondwet te wijzigen. In veel landen wijzigt de grondwet dus niet.
➔ vb:VS in 37 van de 50 staten heb je in elke staat een meerderheid
nodig.
- Omdat de grondwet zo belangrijk is wordt het wijzigen van die grondwet
moeilijk gemaakt. De grondwet is eigenlijk onwijzigbaar ook al werken
sommige dingen niet.
➔ de staatshervorming bij ons heeft heel lang geduurd door de lange
onderhandelingen.
- De macht wordt zoveel mogelijk verdeeld : checks en balances.
- België: communautair polariseren (polariseren van de verschillende
gemeenschappen in België) heeft weinig zin, in beide taalgroepen moet er
steun zijn (geen steun van de meerderheid in beide taalgroepen nodig) en
dus partners zoeken aan de andere kant.Je hebt geen meerderheid nodig
aan beide taalgrenzen maar je kan niet apart aan 101 komen dus moet je met
de ander gaan praten.
- België is uitzonderlijk: belgië heeft ook bijzondere wetten die nog beter
beveiligd zijn dan de grondwet: je hebt daar 2/3 nodig en een meerderheid
langs beide taalgrenzen. Het is uitzonderlijk dat het niet alleen moeilijk is om
de grondwet te wijzigen maar ook om vele andere wetten te wijzigen.
● twee belangrijke voorbeelden : franse (nadruk op vrijheid) en amerikaanse
→ heel liberale grondwetten, beide eind 18e eeuw. België had ook een
heel bijzondere grondwet: veel bescherming tegen staat, heel veel
vrijheid, België was een eiland met een liberalistische grondwet. De
grondwet was in 1830 super progressief.
In totaal zijn er 27 grondwetswijzigingen geweest in heel de periode dat de VS bestaat. 1
van deze wijzigingen is dat vrouwen mochten gaan stemmen.
,27: politici beslissen over hun eigen salaris → als er een wet is om hun inkomen
te verhogen of verlagen dan kan het pas ingaan nadat er verkiezingen zijn
geweest. Politici die dat voorstellen kunnen bestraft worden door kiezers dus dit
ontmoedigd.
vrij wapenbezit VS
Het is moeilijk voor de democraten om hier iets aan te doen omdat dit in de grondwet staat.
Het stond er oorspronkelijk niet in maar het is 1 van de aanpassingen. Wapenbezit als
bescherming tegen de staat.
● het tweede amendement van de Grondwet van de VS is een onderdeel van de Bill of
Rights, dat op 15 december 1791 werd toegevoegd aan de grondwet.
● the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed
Aantal grondwetswijzigingen in belgië: +-40 op 27 jaar. Wij hebben veel
grondwetswijzigingen en dit gebeurt ook frequent.
- Vb 7 mei 2007 (arbitragehof wordt Grondwettelijk hof)→ geen
fundamentele hervorming van ons politiek systeem.
Staatshervormingen zijn wel belangrijke wijzigingen.
● grondwet legt de basisregels voor het functioneren van een politiek systeem vast en
legt de basisrechten en -vrijheden van de bevolking vast en beschermt deze ook.
(liberale democratie)
- zoals de vrijheid van meningsuiting, vereniging, pers, godsdienst, … (=
voorwaarde voor vrije verkiezingen en democratie)
● meer en meer: ook moderne socio-economische rechten (vb: onderwijs,
arbeid, gezonde leefomgeving) → gaat samen met de uitbreiding van de
staat.
- maar: deze rechten zijn niet individueel afdwingbaar (het garanderen van
voldoende woongelegenheid is voor de overheid ‘voorwerp’ van zorg, dit is
heel vaag dus hiermee kan je ook niet naar de rechter)
● GW is niet steeds neergeschreven
- Groot-Brittanië: historisch gegroeid geheel van teksten en gewoonte -
vroegste vorm = Magna Carta uit 1215
- rule of law: is het tegenovergestelde van de regel van de heerser.
● rule of law: ook de regering moet zich aan de wet houden
➔ bv groot Brittannië hier kan elke wet elk moment gewijzigd worden dit
wil dus zeggen dat de Burgers volledig moeten vertrouwen op de
verkozen partijen. DE verkozen partij kan zomaar de grondwet
veranderen. We hebben hier gewoontes en tradities: alles wordt
bepaald van hoe het in de geschiedenis is gebeurd.
- Supremacy of parliament = het parlement is de grootste macht en kan dus
zomaar de grondwet wijzigen.
- er is geen grondwettelijk hof om beslissingen van het parlement aan te
vechten dus de burgers bevinden zich in een zwakkere positie
● er is een poging geweest tot een EU-grondwet: met doelstellingen voor de Unie en
basisrechten voor de burgers
- mislukt door negatieve referenda in FR en NED die dit hebben afgewezen
(2005)
, - Gecontesteerd: Superstaat? Christelijke waarden benadrukken? Mensen
wilden dit niet omdat een grondwet zou veronderstellen dat de EU een apart
en soeverein politiek systeem zou vormen = superstaat die zich boven alle
deelstaten zou zetten en de christelijke waarden werden benadrukt. (=
identiteit en grenzen aan Unie)
- vervangen door verdrag van Lissabon 2007
macht
● bindende regels opleggen en afdwingen = macht
● er valt niet aan de staatsmacht te ontkomen (tegenvb: waziristan: streek in
Pakistan, maakt deel uit van het grondgebied maar de overheid heeft daar niets te
zeggen. Stammen hebben daar hun eigen leven en regelen hun eigen leven)
● democratie
= bewindvoerders krijgen macht van volk (‘alle machten gaan uit van de natie
→ natie= bevolking)
= als de macht is afgestaan zijn de burgers ook verplicht om die machtsuitoefening te
ondergaan/ gehoorzamen
● macht is de mogelijkheid van A om te zorgen dat B een handeling stelt die B anders
niet zou stellen (vb: docent heeft macht over ons omdat hij/zij ons punten geeft, wij
hebben macht over hem omdat wij stil moeten zijn)
- Dit wil niet zeggen dat macht altijd in overeenstemming is met wat A wil, er
zijn onbedoelde effecten. Soms doen wij dingen door de invloed van A, die A
helemaal niet wilde uitlokken.
- Machtsmiddelen (wat de anderen willen)
➔ Afhankelijkheid (belangrijkheid en asymmetrie) en onzekerheid.
- afhankelijk van docent voor een 10/20 en onzekerheid dat je
het niet gaat halen.
➔ asymmetrie, 10/20 is belangrijker voor studenten, dan
studentenevaluatie is voor professor. Dan heeft professor meer macht
dan studenten. Soms is het symmetrisch.
➔ Gehoorzaamheid ruilen tegen machtsmiddel
- mijn kinderen luisteren naar mij voor zakgeld bijvoorbeeld.
➔ Steeds wederzijds (relationeel; ook in dictatuur).
- Voorbeeld regeringsonderhandeling: 7 partijen die samen
regeren over regeringsakkoord, elke partij wil zo veel mogelijk
van hun programma in regeerakkoord, ze zijn afhankelijk van
elkaar om parlementaire meerderheid te halen.
- machtsbronnen: verkiezingen, formele positie, olie, …
● macht ≠ gezag: gezag is gelegitimeerde, aanvaarde macht
● soorten gezag (Weber):
1) traditioneel gezag: traditie en gewoonte (erfopvolging).
➔ De monarchie wordt doorgegeven door erfopvolging.
2) charismatisch gezag: persoonlijke eigenschappen van gezagsdrager
➔ hitler heeft owv persoonlijkheid gezag.
➔ Bart de wever heeft owv charisma gezag → niemand blijft
onverschillig/apathisch voor hem
, ➔ Nu Rousseau bij jongeren heel populair (charisma). Hij draagt zijn
partij eigenhandig uit het moeras.
➔ Organisaties worden dikwijls gesticht door een charismatische leider
3) rationeel- legalistisch gezag: uit respect voor de regels.Gezag dat we
aanvaarden owv regels.
➔ Als een politieagent iets zegt, luisteren we daarnaar.
● Er is een evolutie van traditioneel, charismatisch naar rationeel-legalistisch gezag
doorheen de geschiedenis, maar dat betekent niet dat het verdwenen is.
➔ Sommige drijven op charismatische leiders andere leiders hebben gezag
omdat het volgens de regels gebeurd.
➔ in monarchieën zie je binnen het koningshuis traditie en charisma binnen
politiek denken.
● Amartya Sen heeft een bredere definitie voor macht: ongelijkheid is ook een vorm
van macht (onderdrukking) waardoor mensen niet al hun mogelijkheden ontwikkelen.
● 3 dimensies van macht
1) beslissen, bevelen, afdwingen = ‘naakte macht’
➔ De macht van de overheid om maximumsnelheid af te dwingen door
trajectcontrole
➔ premier beslist of er iets op de ministerraad komt . Dit is ook een vorm
van macht.
2) agenda-setting: positief en negatief
➔ Elke partij gaat proberen onderwerpen waar zij sterk in staan
op de agenda te brengen → groen → milieu // VB : migratie =
positieve agenda setting. Hoe komt het dat we minder bezig zijn met
milieu dan met migratie : in 2019 vonden mensen dat belangrijker en
Vlaams B heeft toen ook gewonnen.
➔ Negatieve agendasetting: wanneer je er in slaagt om iets niet op de
agenda te krijgen
➔ Vb agendasetting macht:
Premier: 36% zegt dat premier heel vaak er in slaagt om dingen in de
agenda te zetten ( ter verduidelijking ). (zie pp dia 16)
Politici zijn er van overtuigd dat de media er heel vaak in slagen om
thema’s op de agenda te zetten.
3) Macht als hegemonie: bepalen ‘wat gedacht wordt’. Deze vorm van
macht is niet zichtbaar, maar des te ingrijpender, de extreemste
vorm van macht. De macht is in het hoofd van de mensen
gekropen, je beslist hoe en wat er gedacht wordt. Mensen kunnen
geen kritische gedachte ontwikkelen → in een soort brainwashing
zorg je ervoor wat er gedacht wordt
Hegemonie: bepaalde dingen zijn zo’n deel van ons denken dat we er niet
meer over nadenken
➔ politieke correctheid als hegemonie
agenda-settingmacht
● Niet alleen politici oefenen macht uit