of Law enforcment
Introductie
1. Hoe kunnen Criminologische/sociale theorieën worden ingedeeld?
Inhoudelijke theorieën: theorieën over de gehele maatschappij of delen van de
maatschappij
Normatieve theorieën: hoe de wereld zou moeten zijn, beoordeling wat goed/slecht is
Methodologische theorieën: Hoe moeten we onderzoek doen, met welke procedures
kunnen we kennis verkrijgen
Epistemologische theorieën: theorieën over de aard van kennis
Ontologische theorieën: theorieën over de wereld, de aard van het zijn (bv. vrije wil of
niet?)
2. Geen consensus over definities van theorie
Definitie Schutt: Een logisch met elkaar in verband brengende reeks stellingen over
empirische werkelijkheid
Voor Positivisme bestaan deze stellingen uit:
1. Definities: die verwijzen naar de basisbegrippen van de theorie
2. Functionele relaties: die de basisbegrippen causaal met elkaar in verband brengen
3. Operationele definities: Zinnen die een theoretische verklaring relateren aan een
reeks mogelijke waarnemingen (hoe worden concepten gemeten, omgezet in
variabelen en omgezet in maatregelen)
Voor positivisme hangt het succes van een theorie af van zijn test: controleren of de
hypothese al dan niet bevestigd is
Andere geleerden hebben losser begrip van theorieën
Bijvoorbeeld, "grote theorieën" die niet kunnen worden getest of zelfs bestaan uit
louter concepten
3. Geen consensus over theorie toegevoegde waarde
Voor sommigen zijn theorieën niet nodig
Bv. louter empirisch, gegevens te verzamelen
1
, Voor anderen, inclusief bottoms (2008), is enige betrokkenheid met de theorie is nodig om
sociale wetenschappen uit te oefenen (zie verder)
4. Verschillende soorten theorieën
Theorieën in epistemologie
Theorieën in ontologie
Theorieën in methodologie
Inhoudelijke theorieën:
Etiologische
Biologische, psychologische, sociologische, geïntegreerde theorieën
CF. bodemclassificatie
In sociale wetenschappen ook concepten en algemene sociale theorieën (GST)
Normatieve theorieën
Types etiologische criminele theorieën:
+ Politieke Activistische criminologische Theorieën (PA-T)
Geen gescheiden variabelen, maar continuüms
Niet-Etiologische theorieën
Concepten
Algemene sociale theorieën (GS-T)
Normatieve theoretiseren (NT-)
Maar: er is geen consensus binnen Etiologische theorieën (over criminaliteit)
2
,Deel 1. Wat is een “goede” theorie? Analyse-en
beoordelingscriteria en hun toepassing op bekende
criminologische theorieën
1.De relatie tussen theorie en empirische observatie + overzicht van
criminologische theorieën
1.1 Twee Keypoints en 3 implicaties van Bottoms
Het voorwerp van empirisch-gebaseerde-wetenschap is het genereren van kennis
Het genereren van kennis vereist (1) enig begrip van de aard van de kennis (epistemologie) en
(2) inzicht in de methoden of processen waarmee echte kennis ( Valse kennis) kan worden
ontwikkeld (methodologie)
- Sociale wetenschappen: ontologie (de filosofie van de aard van het zijn, bv. vrije wil vs.
determinisme)
- Het verband tussen theorie en empirische observaties werpt noodzakelijk complexe
kwesties op in epistemologie (de filosofie van de aard van kennis), Methodologie (de
filosofie van de wetenschappelijke methode) En ontologiede (filosofie van de aard van
het zijn)
1) KP1 (relativisme): als men sociale wetenschappen beoefent, is enig verwantschap met
theorie onvermijdelijk, er zijn geen theorie-neutrale feiten
Theorie-geladenheid van observaties (Honderich): wij benaderen altijd al onze
empirische observaties door één of andere soort theoretisch begrip, we kunnen die
theorie niet vermijden (Popper: waarnemingen zijn altijd interpretaties in het licht
van theorieën)
Constructivisme = sociale wetenschapsbenadering die de noodzaak benadrukt om
zorgvuldig de constructies of interpretaties te onderzoeken die de sociale actoren
aan hun observaties van de natuurlijke en sociale wereld geven
i. Extreem constructivisme: Alle waarnemingen zijn 'constructies' Daarom
zijn empirische onderzoeksresultaten altijd gewoon een andere 'constructie',
zonder bijzondere aanspraak op geldigheid Vormt full-blown relativisme =
"er is niet zoiets als objectieve kennis van de realiteit onafhankelijk van de
kennishebbende" Als we dit geloven, heeft het geen zin om aan sociale
wetenschappen (of zelfs natuurwetenschappen) te doen omdat er niet zoiets
als objectieve kennis: We kunnen nooit zeggen dat theoretische rekening A
een waarachtiger beeld geeft dan theoretische rekening B
3
, theorie als een hulpmiddel (Garland)
2) KP2 (realisme): Er is een echte wereld, En criminologen kunnen betrokkenheid met die
wereld niet vermijden
Er is een wereld beschikbaar voor observatie, en we kunnen observeren met een
bepaalde nauwkeurigheid. Hoewel we enkel door een theoretische bril kunnen
observeren (KP1), kunnen we wel beoordelen welke interpretatie dichter bij de
waarheid staat
= Realisme: er bestaan realiteiten onafhankelijk van de alwetende, ook al kan de
alwetende deze alleen benaderen op een theorie-beladen manier
3 implicaties volgen uit deze 2 key points:
Er zijn geen theorie-neutrale Feiten, en de theorie is daarom onlosmakelijk betrokken bij het
proces van Dataverzameling en Data-interpretatie
o Zonder realisme en etiologie (oorzakelijkheid) zijn misdaad-of andere
beleidsinterventies niet mogelijk (zie full blown relativisme)
Theorieën kunnen worden geëvalueerd op basis van hun fit met de empirische wereld
Er is een mogelijkheid van accumulatie van kennis
o Men kan verder bouwen op de kennis die anderen al over die empirische wereld
hebben onderzocht (omdat de echte wereld tot op zekere hoogte onafhankelijk is
van de kennishebbende)
1.2 Verschillende types theorieën en veranderende theorie/data relatie
Substantieve Theorieën:
Etiologisch (oorzakelijk)
• Biologisch, psychologisch, sociologisch, geïntegreerde theorieën
In sociale wetenschappen ook concepten en algeme Sociale theoriëen (General
Social Theories = GST )
Normatieve theorieën
Wat zou er gedaan moeten worden?
Achtergrond Theorieën
Theorieën in epistemologie (filosofie van de aard van kennis)
Theorieën in ontologIe (filosofie van de aard van de menselijke conditie)
Theorieën in methodologIe (filosofie van de wetenschappelijke methode)
De relatie tussen theorie en gegevens in de criminologie is in de loop van de tijd veranderd, met
gerelateerde veranderingen in ontologie, epistemologie en methodologie
4