3. ARRESTEN VH HVC 1. GRONDWETT EN W
3.1 Verwerping vh Cassberoep: HvC zit tssn WM en RM (interpreteren en regel maken) -->
- Niet-ontv v cassberoep: procedureel niet in orde (vb te laat, geen belang, geen handtekening...) vermengd, want anders HvC te veel macht --> schending S
- Niet-ontv v middel: (vb middel is nieuw, middel is onnauwkeurig...)
- substitutie v motieven: besls vd rechter is juist, mr foute motieven gebruikt, HvC vervangt met Opls: HvC mag niet oordelen over de zaak zelf, enkel cont
juiste motiven --> geen belang meer hoe het 'juist' moet
- vw'n:
- dispositief v bestreden beslissing is wettig HvC is buitengewoon RM tegen beslissingen in laatste aan
- wettige reden gesteund op feiten dr rechter vastgelegd OF die blijken uit de stukken - art 608 en 612 GerW
- Ongegrondheid v middel: - artt 609-611 GerW
- middel mist feitelijke grondslag: gaat uit v onjuiste bewering (vb onjuiste lezing)
- middel faalt naar recht: ontwikkelt onjuiste jur stelling, middel gaat uit v andere rechtsopvatting --> Dubbele opdracht HvC:
HvC controleert of interpretatie vd wetsbep juist is - Toetsen vd wettigheid vd beslissint = instelling controlere
- middel kan niet w aangenomen: - Interpreteren vd wetsbepaling: met ervoor zorgen dat all
- maior: uitleg v HvC over betekenis ve wetsbep --> rechtszekerheid en -eenheid
- minor: uitleg w getoetst ad beslissing vd rechter
- conclusie: indien geen overeenstemming dan w middel niet aangenomen
- GEVOLGEN: beëindiging vh geschil 2. OPDRACHT
- bindend
- geen nieuwe voorziening mogelij (art 1082 lid 2 GerW) 2.1 Corrigerende taak/ contr
- Controle juiste toepassing
3.2 Vernietiging vd bestreden beslissing: - wet zoals uitgelegd dr het HvC (incorporatie v RS)
Formele gronden: - wet zoals dr het HvC bepaald (wat er moet w verstaan
- miskenning procedurevoorschriften - Beperking vd controle: ENKEL
- onregelmatige vaststelling vd feiten: schenidng bewijsregels, miskenning vd bewijskracht v akten) - aangegeven punten
- miskenning beschikkingsbeginsel: eiser bepaalt het voorwerp + oorzaak vd vordering - aangevoerde middelen
- geen wijziging ah voorwerp en oorzaak - aangeduide wetsbepaling
- UITZ: - Bevoegdheidsafbakening: HvC beoordeelt NIET over de
- 1. eerbiediging recht v verdediging - geen beoordeling vd feiten, UITZ:
- 2. geschil niet uitgesloten door de partijen - controle geldigeheid vd procedure
- miskenning recht v verdediging (=ARB) - berusting
- miskenning motiveringsplich (art 149 GW): verplicht te antw op middel - betekening beslissing is machtsmisbruik
- vordering dr tergend en roekeloos cassberoep
Materiële gronden: schending vh mat recht - klassiek syllogisme - toetsing ad grondrechten
- HvC gaat uit vd feiten zoals id beslissing vd rechter st
GEVOLGEN: bewijs en bewijskracht
- Eerst kijken nr omvang vd vernietiging: is beperkt tot middel en kan niet w uitgebreid, UITZ: - MAAR soms grens tssn recht en feit vaag of vermeng
- punten nauw met elkaar verbonden (band v noodz afh/ondeelbaarheid) - onaatastbaar feitelijk oordeel
, GRONDWETTELIJK
HOF
2B. PREJUDICIËLE VRAGEN 1. GRONDWETTELIJK EN WETTELIJK KADER
- Art 159 GW: rechter is niet bevoegd om wetten te toetsen ad GW
2.1 Voorwerp vd vraag - GWH: gecentraliseerde en excl GWheidstoetsing om te vermijden da
- Art 142 lid 2 GW + art 26 §1 BWGH + interpretatieve wet + macht- & bekrachtigingwet toetsen ad GW (art 142 GW)
- Geen PJV over KB's, belastingsreglement, bestuurshandeling, TENZIJ bekrachtiging - Door GW-herzieningen werd toetsingsbevoegdheid vh GwH uitgebre
- GwH gaat zowel nr instemmingswet als nr verdrag kijken - toetsing aan art 10, 11 en 24 GW
- UITZ: art 26 §1bis 'constituerend verdrag' uitgeloten v toepassingsgebied - toetsing aan andere GW-bepalingen
- aan eenieder met belang mogelijkheid gegeven om beroep tot vern
2.2 Toetsingsnormen - art 26 §1 BWGH maken
- Geen rechtstreekse teotsing aan ARB'n, andere GW-bep, int-& supranat bepalingen - Dubbele opdracht GwH:
- Wel ontrechtstreekse toetsing via art 10&11 GW of bij samenhang door analogie - Beroepen tot vernietiging art 1-25 BWGH
- PJV art 26-30 BWGH
2.3 VW'n PJV
- 1) bevoegd RC: elke instantie met juridische bevoegdheid
- 2) hangend geschil: antw moet noodzakelijk zijn + kan op elk ogenblik 2A. BEROEPEN TOT VERNIETIGING
- 3) op verzoek v partij of ambth dr rechter (NIET door GwH)
- 4) relevante vraag voor opls vh geschil 2.1 Voorwerp vh beroep
- Art 1 BWGH + bijz wet, neutralisatiewet, instemmingswet
2.4 Verplichte vraagstelling - art 26 §2, §3 BWGH - Gwh niet bevoegd vr uitvoeringsbesluiten, TENZIJ bekrachtigd (dan k
Uitz'n: op het niveau vd wet)
a) onbevoegdheid of niet-ontv, TENZIJ PJV over bevoegdh of ontvh gaat (§2, lid 2 °1)
b) eerdere uitspraak over identiek voorwerp (§2, lid 2 °2) 2.2 Toetsingsnormen
c) uitspraak spoedeisend en voorlopig karakter + handhaving VH (tenzij ernstige twijfel en - Bevoegdheidsverdelende bepalingen in GW en wet
geen vraag of beroep met hetzelfde onderwerp aanhangig) (§3) - GWett bepalingen: (a) titel II (b) artt 170-172 GW (c) art 191 GW (d) a
d) uitz die niet gelden voor andere HRC's (§2 lid 3) - andere bepalingen vd GW, ARB'n, EVRM, unierecht NIET
- acte clair = klaarblijkelijk geen schending - TENZIJ: onrechtstreekse toetsing via art 10&11 GW
- antwoord niet onontbeerlijk: eiglk niet nodig - obv verschil in behandeling + ook bij leemte in de GW
- de categorieën moeten duidelijk w aangegeven
+ Schending v analoog gewaarborgde grondrechten --> art 26 §4: verplicht eerst PJV aan - Mogelijk waarborg v analoge grondrechten en vrijheden in verdragsb
GWH stellen (arrest le ski) onlosmakelijk geheel
2.5 Verwijzingsbesllissing 2.3 Vernietigingsarresten
- Art 27: saisine v GwH + evt herformulering dr GwH op vw: - a) Gezag v gewijsde en declaratieve werking:
- inhoud vraag mag niet w gewijzigd - gezag erga omnes art 9 BWGH
- vraag mag niet w uitgebreid - geacht nooit te hebben bestaan
- Art 29: rechtsmiddelen tegen beslissing - terugwerkende kracht
- Art 30: opschorting, termijn, verjaring - b) Handhaving vd gevolgen art 8 BWGH
- bij alg beschikking
2.6 Prejudiciële arresten - tijdelijk of definitief