2.1 borstvoeding
eerst: colostrum
= eerste moedermelk
: aangepast aan nood v baby
- bevat: eiw (> wei eiw: makkelijk verteerbaar)
: vet
: horm
: ALn
erna: melk krijgt definitieve samenstelling
- overgang niet na te bootsen
- samenstelling afh
- v fase in zuigmoment
vb. 1) water 2) lactose 3) vetten (verzad)
- moment vd dag
vb. ‘s morgens: > vet (E)
- seizoen
vb. zomer: > water, < calorieën
OPM: in praktijk bepaalt baby zelf wanneer voeding nodig is (gn strak schema nodig)
OPM: baby kan nooit overvuld geraken d. MM ( → past aan aan noden v baby)
voordelen nadelen
- voor moeder (KT) - evt prob
+ herstellen baarmoeder - te weinig melk *
(d. oxytocine trekt baarmoeder samen → sneller naar - stuwing/ teveel melk
originele grootte) - mastitis/ ontsteking melkklieren
+ sneller gewichtsverlies OPM: nt schadelijk v. baby dus best doordoen v. genez
(E v. borstvoeding w. uit vetreserves gehaald) - tepelkloven *
+ bloedverlies beperkter → betere Fe reserves - moeilijk te combineren
+ moeder-kind binding en zelfvertrouwen - regeldagen **
+ praktisch en goedkoop - overschakelen naar flesvoeding
(tip: afbouwen/ d. iemand anders laten geven)
- voor moeder (LT)
+ ↓ risico premenopauzale borstkanker - CI bij moeder
+ ↓ risico ovariumkanker - HIV positief
+ ↓ risico DM2 - actieve tuberculose
+ ↓ risico heupfracturen/ osteoporose in menopauze - oncologische aandoening (> medicatie)
OPM: aanbevolen in BE om 6m BV te geven, maar - drugsgebruik
moeilijk want maar 3m ZS verlof
- CI bij kind
- voor kind (KT) - galactosemie
+ minder infecties d. anti infectieuze factoren = nt in staat om galactose te metaboliseren →
opstapeling (dus gn galactose/ lactose @voed)
- voor kind (LT) - congenitale lactose-intolerantie
+ betere cognitieve ontwikkeling OPM: prim lactose-intol → nooit bij baby’s,
+ ↓ risico overgewicht (en obesitas in eerste levensjaren) sec lactose-intol → tijdelijk bij baby’s
+ ↓ risico g.i. infecties - fenylketonurie
OPM: hoe langer BV, hoe beter (want mogen gn normale eiw opnemen)
, * > belang v techniek
** regeldagen: (1 à 2d)
= dagen waarop baby alleen maar wil drinken → norm
reden: baby heeft meer E nodig (vb. d. groeispurt; mentale sprong…)
wanneer: na 9 à 10d
: na 3 à 4w
: na 3m
: na 6m
OPM: borstvoeding vereist meer E, vocht en nutriënten → genoeg eten, drinken en nt diëten
2.2 kunstmelken
2.2.1 voor gezonde zuigelingen
: > obv koemelk
: < obv rijst
1 tot 6 maand 6 tot 12 maand
= 1e leeftijdsvoeding = 2e leeftijdsvoeding
= startvoeding = opvolg voeding
= volledige zuigelingenvoeding = opvolgzuigelingen voeding
: nt noodz
wei overwegend caseïne overwegend
- > eiw ( > caseïne)
> best < minder OPM: vertering wel checken
productie: : sneller verzadiging - KH: dextrine-maltose, zetmeel
1. koemelk verdunnen gevoel → voor hongerige - vit en mineral: aangepaste hoeveelheden
(want veel eiw, mineral) baby’s OPM: ook in vaste voeding te vinden
2. + extra wei-eiw
3. mineralensamenst Δ
(minder P, meer Ca)
4. + lactose
5. + plant. oliën
(v. onverzadigde vet)
6. + vit en spoorelem
7. + taurine, arginine
8. evt + melkzuurbact
2.2.2 bij beperkte spijsverteringsstoornissen (tijdelijk)
→ bij regurgitaties en braken
behand:
1. frequent voeden in kleine hoeveelheden + niet te strakke kleding/ luier
2. verdikken v voeding met AR (anti regurgitatie) voeding
d. + meel v pitten van Johannesbroodboom (indikking v. inname)
d. + waxy zetmeel (indikking na inname (d. zure maag))
→ bij diarree
behand
1. ORS (orale rehydratatie preparaten)
: water, Na, K, Cl, bicarbonaat, glucose, (evt probioticum)
eerst: colostrum
= eerste moedermelk
: aangepast aan nood v baby
- bevat: eiw (> wei eiw: makkelijk verteerbaar)
: vet
: horm
: ALn
erna: melk krijgt definitieve samenstelling
- overgang niet na te bootsen
- samenstelling afh
- v fase in zuigmoment
vb. 1) water 2) lactose 3) vetten (verzad)
- moment vd dag
vb. ‘s morgens: > vet (E)
- seizoen
vb. zomer: > water, < calorieën
OPM: in praktijk bepaalt baby zelf wanneer voeding nodig is (gn strak schema nodig)
OPM: baby kan nooit overvuld geraken d. MM ( → past aan aan noden v baby)
voordelen nadelen
- voor moeder (KT) - evt prob
+ herstellen baarmoeder - te weinig melk *
(d. oxytocine trekt baarmoeder samen → sneller naar - stuwing/ teveel melk
originele grootte) - mastitis/ ontsteking melkklieren
+ sneller gewichtsverlies OPM: nt schadelijk v. baby dus best doordoen v. genez
(E v. borstvoeding w. uit vetreserves gehaald) - tepelkloven *
+ bloedverlies beperkter → betere Fe reserves - moeilijk te combineren
+ moeder-kind binding en zelfvertrouwen - regeldagen **
+ praktisch en goedkoop - overschakelen naar flesvoeding
(tip: afbouwen/ d. iemand anders laten geven)
- voor moeder (LT)
+ ↓ risico premenopauzale borstkanker - CI bij moeder
+ ↓ risico ovariumkanker - HIV positief
+ ↓ risico DM2 - actieve tuberculose
+ ↓ risico heupfracturen/ osteoporose in menopauze - oncologische aandoening (> medicatie)
OPM: aanbevolen in BE om 6m BV te geven, maar - drugsgebruik
moeilijk want maar 3m ZS verlof
- CI bij kind
- voor kind (KT) - galactosemie
+ minder infecties d. anti infectieuze factoren = nt in staat om galactose te metaboliseren →
opstapeling (dus gn galactose/ lactose @voed)
- voor kind (LT) - congenitale lactose-intolerantie
+ betere cognitieve ontwikkeling OPM: prim lactose-intol → nooit bij baby’s,
+ ↓ risico overgewicht (en obesitas in eerste levensjaren) sec lactose-intol → tijdelijk bij baby’s
+ ↓ risico g.i. infecties - fenylketonurie
OPM: hoe langer BV, hoe beter (want mogen gn normale eiw opnemen)
, * > belang v techniek
** regeldagen: (1 à 2d)
= dagen waarop baby alleen maar wil drinken → norm
reden: baby heeft meer E nodig (vb. d. groeispurt; mentale sprong…)
wanneer: na 9 à 10d
: na 3 à 4w
: na 3m
: na 6m
OPM: borstvoeding vereist meer E, vocht en nutriënten → genoeg eten, drinken en nt diëten
2.2 kunstmelken
2.2.1 voor gezonde zuigelingen
: > obv koemelk
: < obv rijst
1 tot 6 maand 6 tot 12 maand
= 1e leeftijdsvoeding = 2e leeftijdsvoeding
= startvoeding = opvolg voeding
= volledige zuigelingenvoeding = opvolgzuigelingen voeding
: nt noodz
wei overwegend caseïne overwegend
- > eiw ( > caseïne)
> best < minder OPM: vertering wel checken
productie: : sneller verzadiging - KH: dextrine-maltose, zetmeel
1. koemelk verdunnen gevoel → voor hongerige - vit en mineral: aangepaste hoeveelheden
(want veel eiw, mineral) baby’s OPM: ook in vaste voeding te vinden
2. + extra wei-eiw
3. mineralensamenst Δ
(minder P, meer Ca)
4. + lactose
5. + plant. oliën
(v. onverzadigde vet)
6. + vit en spoorelem
7. + taurine, arginine
8. evt + melkzuurbact
2.2.2 bij beperkte spijsverteringsstoornissen (tijdelijk)
→ bij regurgitaties en braken
behand:
1. frequent voeden in kleine hoeveelheden + niet te strakke kleding/ luier
2. verdikken v voeding met AR (anti regurgitatie) voeding
d. + meel v pitten van Johannesbroodboom (indikking v. inname)
d. + waxy zetmeel (indikking na inname (d. zure maag))
→ bij diarree
behand
1. ORS (orale rehydratatie preparaten)
: water, Na, K, Cl, bicarbonaat, glucose, (evt probioticum)