Zie fouten en oplossen ervan in cursus!
Atletiek:
OEFENVORMEN SECUNDAIR ONDERWIJS
1) Lopen
2) Start en spurt
3) Aflossing
4) Horden
5) Verspringen
6) Hoogspringen
7) Kogelstoten
8) Speerwerpen
1. Lopen:
1.1 Spel- en voorbereidende vormen
● Loopspelen uit te voeren in de zaal, op speelplaats, in het bos, zoalq: cirkellopen,
jagerbal, estafettespelen, …
1.2 Oefenvormen
1.2.1 Verbeteren van de deelelementen van de techniek
● Marcheren met afrollen van voeten
● Marcheren op de tenen
● Skipping: ter plaatse of voorwaarts lopend
● Hiel-lift: ter plaatse of voorwaarts lopend
● Specifiek spierversterkende oefeningen met eigen lichaamsgewicht:
o Loopsprongen
o Huppelloop
o Hinksprongen
o Trappenloop
o Bergoplopen
1.2.2 Verbeteren van de gecombineerde elementen van de techniek
● Langzame loop op de bal van de voet, nadruk op correcte armbeweging
● Skipping – met armbeweging
● Hiel-lift – met armbeweging
, ● Versnellingslopen (80 à 100m): progressief versnellen tot 40 à 50m, dan geleidelijk
uitlopen
● Versnellingslopen met opdrijven van frequentie
● Korte spurts over 40-50m
● Specifiek spierversterkende oefeningen met lichte partnerweerstand:
o Lopen met partnerweerstand tegen de schouders
o Gordelloop
1.2.3 Onderbroken loop – continu loop
Deze oefenvormen zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden wanneer men rekening houdt
met 5 belangrijke wisselende factoren:
● Tempo (intensiteit)
● Aantal herhalingen
● Rustpauze
● Aard van de rust
● Te lopen afstand
Voorbeelden van onderbroken loop – continu loop:
● Driehoekslopen: aanleren van tempogevoel!!!
● De kilometer
● Fartlek: lopen in een natuurlijke omgeving met steeds wisselende tempo’s en
gebruik makend van de natuurlijke hindernissen (heuvels, slalom tussen bomen…)
● De cooper test
● Duurlopen
● Oriënteringsloop
● Pistelopen onder vorm van tijdlopen, tempolopen, intervallopen…
2. De start
2.1 Spel- en voorbereidende vormen
● Techniek speelt nog geen rol
● Doel is het verbeteren van de reactie- en versnellingscapaciteit
, ● Deze oefeningen gebeuren uit stand of met lichte aanlopen, op zowel auditieve,
visuele als tactiele bevelen.
● Bepalen van de afstootvoet!!!
2.2 Oefenvormen
2.2.1 De valstart
● Gestrekte benen, voeten lichtjes gespreid. Romp voorwaarts geneigd en armen
hangen ontspannen afwaarts. Vrij starten, correct arm- en beeninzet.
Variante:
o Op bevel starten
o Individueel of in groep
2.2.2 De rechtopstaande start
● Eerder dan te vroeg met blokken te willen starten, is het noodzakelijk via de
rechtstaande start de techniek van arm- en beenactie aan te leren. Deze houding
vergt minder kracht dan de start uit de blokken.
● Lichte spreidstand voorwaarts met afstootbeen vooraan. Benen licht gebogen, en
armen zijn in gekruiste coördinatie. Romp licht voorwaarts gebogen.
● Idem, maar dieper door benen buigen, waardoor romp voor voorwaarts gebogen
wordt.
● Idem, maar nu met hand tegengesteld aan afstootvoet iets voor deze voet op de
grond plaatsen.
2.2.3 De start uit blokken
● Ten slotte start uit blok, zowel auditieve, visuele als tactiele bevelen gebruiken.
3. Aflossing
3.1 Spel- en voorbereidende vormen
● Zowel met als zonder handwissel aangeleerd, kan met keerpunt.
3.2 Oefenvormen
3.2.1 De stokdoorgave en -ontvangst
● Coördinatie tussen ontvanger en doorgever speelt een primordiale rol bij het behoud
van de snelheid.
● De stok doorgeven dient intens geoefend te worden, waarbij men de
bewegingsuitvoering van traag naar snel laat evolueren.
3.2.2 Gebruik een afloopmarkering
, ● Belangrijk dat de startende atleet op het gepaste ogenblik reageert, dat
veronderstelt veel oefenen. Meer van een trage naar een snelle bewegingsuitvoering
overgaan.
3.2.3 Gebruik een aanloop- en aflossingszone
● Pas als de atleet de bovenstaande technieken onder knie heeft 🡪 wijzen op bestaan
van aanloop- en aflossingszone.
● Als de atleten de aflossingstechniek voldoende beheersen, dan zal de aflossing bijna
automatisch in de zone verlopen.
● Problemen kunnen voorkomen als het snelheidsniveau tussen de beide uitvoerder
enorm groot is.
4. Horden
4.1 Spel- en voorbereidende vormen
● In estafettevorm lage hindernissen overschrijden
● Opwarmings- en gewenningsoefeningen zonder horden – met horden
● Ritmescholing
o Hordenritme (8 passen voor de eerste horden en 3 passen tussen de horden)
o Pas afstanden van de hindernissen aan, in enkele rijen, zodat iedereen dit
ritme kan uitvoeren
4.2 Oefenvormen
4.2.1 Aanleren van de techniek op lage horden (+- 50cm)
● Niet moeilijker maken dan het al is
● In eerste fase kans geven om technische elementen traag uit te voeren, zo kan je
fouten ontdekken en verbeteren
o Overschrijden met skippings tussen horden
o In midden overlopen na rechtopstaande start en met een 8-passenritme voor
en een 3-passenritme tussen de horden.
o Idem, uit startblok
4.2.2 Aanleren van de techniek op hoge horden
● Als uitvoerder de techniek volledig beheerst en voldoende lenig is 🡪 overschakelen op
hogere horden.
● Horden hoger, afstand tussen de horden verminderen!
● Door vrees, hogere vluchtfase boven de horden 🡪 snelheidsverlies, na
aanpassingsperiode kan de tussenafstand opgedreven worden